Op twee walletjes eten

Iedere keer als ik het uitgestalde bord passeer, lees ik het weer met plezier. 'Dagelijks verkrijgbaar verse ritueel geslachte kip', staat erop....

Het is sowieso wonderbaarlijk dat men in dit deel van Zuid-Amerika - waar hindostanen, Javanen, creolen, bosnegers, indianen en Chinezen binnenshuis hun eigen sierlijke taal bezigen - elkaar op straat bestookt met het kille Nederlands. Zeker buiten de stad, als je je in een nog verdere uithoek van de wereld waant. Geen Nederlander die er waarschijnlijk de komende eeuw zal passeren en toch duikt er langs de zandweg een verweerd houten bord op waarop staat: 'Pieren te koop'. Waarom niet gewoon de 'contacttaal' Sranantongo bij zoiets alledaags als het aanbieden van regenwormen?

Het Sranantongo wordt voornamelijk gereserveerd voor gezellige 'kon makandra' - bijeenkomsten. De Nederlandse taal staat voor formeel, dus gebruik je die ook bij formele gelegenheden. Alleen als iets per se helder overgebracht moet worden, grijp je naar het Sranantongo. Zo heeft de staatszender wekelijks in het Surinaams het televisieprogramma Fa Wiki Psa, dat zoiets als Weekrevue betekent. Om diezelfde reden staat er op een muur in de stad luidkeels gekalkt: No pisi dya agu! - Zwijn, hier niet pissen!

Dat het officiële Nederlands uiteindelijk een niemandstaaltje is, komt vooral tot uiting in de schrijfwijze van woorden waarin geen eenduidigheid bestaat. Zo worden onder invloed van het Engels samengestelde woorden vaak gesplitst opgeschreven. Veelvuldig lees je hier op gevels en uithangborden: 'Werk plaats', 'Bloemen winkel', 'Auto monteur' of 'Verhoor kamer'. Zelfs als de verbindingsklank 's' eraan te pas komt, schrijft men gerust 'Verzekerings polis'. De meest verregaande en bizarre vorm van deze opsplitsingsdrift vernam ik in een theater, toen vriendelijk werd verzocht: 'Willen de genen die roken daar onmiddellijk mee ophouden.' Je komt ook geregeld het omgekeerde tegen, zoals: 'Invoorraad' of 'Barrestaurant'. Wie denkt dat iemand bewust een bepaalde vorm kiest, komt bedrogen uit als op eenzelfde gevel wordt aangegeven dat 'bureaustoelen' en 'archief kasten' tot het assortiment behoren. Kortom: een ratjetoe.

Het is overduidelijk dat de 'braindrain' uit Suriname ook zijn invloed heeft op de toepassing van de taal. Er is geen deskundige en intellectuele linguïstische begeleiding. Niet alleen winkeliers en ondernemers maken er een potje van met hun opschriften, ook in de media is het een taalkundig tranendal. De krant hanteert een inconsequente schrijfwijze, soms worden uitdrukkingen zelfs ridicuul vervormd. 'Op twee walletjes eten' klinkt nog onschuldig. Ooit las ik ook dat twee broers in een dodelijke vechtpartij verwikkeld waren geraakt, vanwege 'de gespannen voet waarmee zij leefden'.

Hier heerst nog altijd het misverstand dat goed Nederlands plechtig Nederlands is. En juist daar schieten de media door in het verkeerde gebruik van termen. Zo is 'zeggen' min of meer vervangen door 'aangeven', 'aanhalen', 'opmerken' en 'erop wijzen'. Soms worden in een nieuwsbericht al deze vervangers toegepast: 'De minister gaf aan met de vakbond te zullen overleggen en wees er daarbij op dat er nieuwe wetten zullen komen. Ook haalde hij aan de president te zullen informeren. Verder merkte hij op alles in het werk te zullen stellen...' Nooit zégt de minister gewoon iets. Je hoeft geen taalpurist te zijn om er geïrriteerd van te raken.

Regelmatig wijs ik collega's op de taalvervuiling waaraan zij schuldig zijn, maar meestal krijg ik te horen dat het 'Surinaams-Nederlands' is. Zorgelijk is dat men het ook nog echt meent. Heel af en toe wordt de verwarring aangewend als ontsnappertje voor eigen bestwil. Ik raakte eens in gesprek met de echtgenote van een nu puissant rijke NDP-voorman, die topmilitair was ten tijde van de dictatuur. 'Wat mijn man doet, daar heb ik niets mee te maken', reageerde ze toen het regeringsbeleid van de NDP ter sprake kwam. Toen ik zei dat ik haar - als echtgenote die vierkant achter manlief staat - er best op mocht 'aanspreken', reageerde ze quasi verongelijkt met: 'Wat, ga je mij ter verantwoording roepen voor wat mijn man doet?' 'Nee, ik spreek je er alleen op aan', zei ik. 'Hier spreken we Surinaams-Nederlands', kapte ze het onderwerp af, 'en bij ons betekent dat ter verantwoording roepen.'

Een mini-enquête die ik daarna onder vrienden en kennissen hield, wees uit dat zij de enige was die deze 'enge' betekenis erop nahield. De vrouw had slim gebruik gemaakt van het fenomeen 'dat Surinamers en Nederlanders wel dezelfde taal spreken maar vaak niet hetzelfde bedoelen'. Zeg niet tegen een Surinamer dat hij 'kletst', tenzij je bedoelt dat hij zeikt. En zeg geen 'meid' tegen een vrouwspersoon, tenzij je bedoelt dat ze een slet is. Maar dat terzijde.

Het is zeker niet bijzonder als je hier een bordje langs de berm aantreft met: 'Geen vi-ul storten', of dat een kassa 'betaalt' aangeeft. Maar pijnlijker vond ik die gevel waarop sierlijk gekalligrafeerd stond: 'Restu-arant'. Het zijn ongelukkige taalfouten, maar de opschriften blijven vaak ongecorrigeerd.

Hier wordt niet langer beter Nederlands dan in Nederland gesproken, zoals vroeger werd beweerd. Als deze taalkundige wildwest-teneur aanhoudt, krijgt Zuid-Afrika er een dumpmarkt voor ramsjboeken bij en kom alles tog nog reg.

Meer over