Op Tollens rijmt gezwollens en hollens

De gezondste poëzie uit de Nederlandse letterkunde, noemde lofredenaar Kees Fens gisteren de liedteksten en verzen van Drs. P., pseudoniem van Heinz Polzer....

Geen optreden dus van de versvorm-acrobaat, in wiens teksten het rijm oppermachtig is. De rijmklanken dirigeren het daarin vervatte verhaal in de richting van absurdisme. Bij Drs. P. dwingt de 'schijnbare logica van de taal' hem tot dikwijls aangename nonsens. De lofredenaar citeerde twee strofen over allerhande wereldproblemen, die door de terugkerende versregel 'Knolraap en lof, schorseneren en prei' leken te vervliegen. Vier groenten lossen alles op althans, binnen de liedtekst, reden waarom Kees Fens niet aarzelde de winnaar van de vijfjaarlijkse Tollens-prijs uit te roepen tot de Arcimboldo van de Nederlandse letterkunde.

'De zijkant van de Eiffeltoren is van opzij het best te zien', is een ander hoogstandje van Polzer, uit wiens liedteksten vorig jaar een royale bloemlezing verscheen onder de titel Tante Constance en Tante Mathilde (Nijgh & Van Ditmar). Daar vinden we alle klassiekers: 'De oever waar we niet zijn noemen wij de overkant/ Die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aanbeland' (Veerpont). En 'Terwijl de kater sliep/ En de pendule liep/ En de kanarie sprak:/ Tjiep tjiep tjiep tjiep (Zusters Karamazov).

Het organiserende Tollensfonds greep de gelegenheid aan om niet de gelauwerde maar hun eigen coryfee in het zonnetje te zetten. In het museum Rijswijk, tevens sterfhuis van de ooit vermaarde dichter des vaderlands (1780-1856), mondde het feestelijke programma uit in een eerbetoon aan Hendrik Tollens. 'Buiten mijzelf ken ik niemand die hem nog voor zijn plezier leest', vatte hoogleraar Marita Mathijsen de afgebladderde reputatie treffend samen.

Tollens, in het dagelijks leven verfhandelaar, wist de harten van de burgerij te raken met zijn simpele verzen- over liefdadigheid, over rampen als cholera en watersnood, over het eerste tandje van een baby en een geplukt bloempje. Ook schreef hij het ultralange gedicht van 718 regels De overwintering der Hollanders op Nova Zembla in de jaren 1596 en 1597 (1819). Die tekst werd gisteren in zijn geheel voorgedragen door Jules Deelder die als vanouds de vaart erin hield en de vele kneuterige regels zelfs een humoristische draai gaf.

Na de vernietigende kritiek van Conrad Busken Huet is het nooit meer goed gekomen met de waardering voor de man die tijdens zijn leven onderscheidingen en medailles verzamelde in een tempo waar Inge de Bruin nog iets van kan leren (Mathijsen). Deelder miste in de pauze node 'een roemer wijnsch', en Jean Pierre Rawie vroeg naar de wc op de wijze van Drs.P.: 'Weet u waar zich hier het buizenstelsel bevindt?'

Op Tollens rijmt 'gezwollens', had Drs. P. thuis bedacht voor zijn dankwoordje-op-rijm, en Rijswijk is te voet vanuit de hoofdstad 'een drie uur hollens'' Achter de rug van Tollens om kon er gisteren goddank af en toe nog even bevrijdend worden gelachen.

Meer over