Op stap met de gebroeders Anker, vermaard advocatenduo dat in januari de stekker eruit trekt

Het bekende advocatenduo Wim en Hans Anker houdt er 1 januari mee op. De tweelingbroers hebben veertig jaar lang willen voorkomen dat mensen onschuldig worden opgesloten of een onevenredige straf krijgen, of het nu ging om de diefstal van een konijn of een drievoudige moord. Volkskrant-redacteur Jaap Stam volgde hen de laatste vijf maanden van hun loopbaan.

Jaap Stam
De advocaten en tweelingbroers Wim en Hans Anker.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De advocaten en tweelingbroers Wim en Hans Anker.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Onophoudelijk zeikt de eeneiige advocatentweeling Wim en Hans Anker elkaar af. Dat gaat zo:

Hans: ‘Wim hobbelt een beetje mee. Ach ja, zuurstofgebrek bij de geboorte.’ Wim, een kwartier eerder geboren: ‘Haar, humor, intelligentie, charme – alles was op toen Hans kwam.’

En dat in tientallen varianten op alle mogelijke plaatsen en tijdstippen. ‘Daar is mijn broer te lelijk voor’, is er ook zo een. Toonhoogte en blik verraden dat de twee aan het dollen zijn, ze kunnen immers niet zonder elkaar.

Hans: ‘Als ik Wim bespot, neem ik ook mezelf op de hak. Je moet jezelf niet al te belangrijk maken.’ Wim: ‘Neem jezelf niet al te serieus. Bovendien houdt het ons scherp.’

De enige plaats waar ze elkaar niet proberen af te troeven is de rechtbank. Als ze een toga aan hebben is het menens, zijn ze op het strenge af en bloedfanatiek. Dan is het oogkleppen op en schieten. Knokken tegen het machtige Openbaar Ministerie, fel, welbespraakt, vlijmscherp, kristalhelder en met veel theater. Doventolk Irma Sluis is een standbeeld vergeleken bij Wim en ook Hans gebaart veel. Met de rug tegen de muur zijn ze op hun sterkst, opgeven is er niet bij. ‘Als we een zaak aannemen, gaan we los.’

De Ankers verdedigden Ferdi E. (ontvoerder en moordenaar van Gerrit-Jan Heijn), Robert M. (misbruikte 67 zeer jonge kinderen) en Sander V. (politieman die zijn buurmeisje Milly Boele vermoordde). Samen zijn ze 82 jaar advocaat en 1 januari houden ze er mee op. Ze zijn dan bijna 69 jaar. Wat gaat de Nederlandse advocatuur missen?

Woensdag 14 juli

Opfriscursus voor advocaten

Hotel Hoog Holten, Holten

Somber leunt Wim tegen een statafel, hij kan amper lopen en verrekt van de pijn in zijn rechterknie. De doktoren staan voor een raadsel. (Later blijkt een bot te zijn gebroken.) Hij slikt ‘raketten’ van pijnstillers. Tot borreltijd, dan neemt de jenever het over.

De broers zijn in hotel Hoog Holten in Holten op de Veluwe, waar ze met kantoorgenoot Jan Boksem de opfriscursus straf(proces)recht geven. De Ankers zijn lopende encyclopedieën en worden geroemd om de praktische toepasbaarheid van hun lesstof. Aan de hand van kloeke, zelf geschreven, actuele readers nemen zij in rap tempo veranderingen in de wet en de laatste jurisprudentie door. En reiken ze munitie aan voor het verweer tegen een ‘creatieve officier van justitie’. ‘Zij doen grondig het werk dat wij geacht worden te doen’, zegt de Zwolse advocaat Henk Voors, die al tien jaar van de partij is. ‘Hun readers liggen op mijn bureau met verwijzingen naar lopende zaken.’

Hun betogen larderen ze met anekdotes uit de praktijk. Wim over een bedreigingszaak bij de politierechter: ‘Mijn cliënt had gezegd: ik sla je kop van je romp. Dat is fysiek onmogelijk, daar begin ik mijn betoog mee. Rustig beginnen, je moet de rechter niet meteen over de kling jagen.’ Heerlijke zaken vindt Wim dat. Na nog enkele bon mots volgde de uitsmijter: ‘Edelachtbare, u ziet, mijn cliënt, de vriendelijkheid zelve, is geschikt voor de diplomatieke dienst.’ De man werd vrijgesproken.

Met de opbrengst van de cursussen, die ze het hele jaar door geven in alle provincies en België, financieren ze pro-deozaken van armlastige cliënten, waarvoor de staat een vergoeding geeft. Ruwweg 80 procent van de zaken die de Ankers doen, zijn pro-deozaken, het gemiddelde van het kantoor is 65 procent. ‘Advocaten lijken vaak op hun cliënten, verdedigers van grote drugsjongens zijn macho’s, de Ankers zijn gewone jongens’, heeft een confrère ooit gezegd.

Na de borrel, een verplicht onderdeel van het programma, rijdt chauffeur Tom Binnema voor om de broers en hun kantoorgenoot op te halen. De dag wordt afgesloten in het truckersrestaurant De Mol in Zwolle, een van de vaste adressen van de tweeling. De Ankers zijn gewoontedieren. Elk jaar gaan ze op vakantie in het Limburgse Slenaken en logeren ze in hetzelfde hotel dat, naar het schijnt, op hun verzoek de Perzische tapijtjes op de tafels laat liggen.

Ze werden gehuldigd toen ze er voor de veertigste keer neerstreken. De dorpsstraat kleurde blauw-wit van de Friese vlaggen. Afgelopen zomer waren ze er voor de 63ste keer. 6 jaar waren ze toen ze met hun ouders voor het eerst gingen, later namen zij hun ouders mee. Geen jaar hebben ze overgeslagen.

In De Mol wacht een domper. Niet alleen zijn de Perzische tapijtjes van de tafels verdwenen, erger is dat hun vaste serveerster Joke er niet is. Ze is met pensioen. ‘Die krijgt een mooie brief, ze heeft ons altijd zo hartelijk ontvangen’, zegt Hans.

Woensdag 4 augustus

Een kusje per post

Kantoor Anker & Anker, Leeuwarden

‘Een kusje door de brievenbus’ staat op een kaart waarop vuurrode gehaakte lippen zijn geplakt en die vandaag op het advocatenkantoor in Leeuwarden is bezorgd. Van Joke,als reactie op het bedankje dat Hans heeft gestuurd. ‘Een compliment doet wonderen met een vrouwenhart. Jullie mannen vergeet ik nooit meer... Zulke leuke en spontane momenten.’

‘Noteren en doen, het leven is heel simpel’, doceert Wim. Blijf betrouwbaar en kom je afspraken na, heeft vader Anker er bij zijn zonen ingehamerd. ‘Vooral afspraken in cafés, nergens wordt zoveel beloofd als in cafés’, zegt Hans.

Ze zijn weleens met zes beschreven bierviltjes thuisgekomen met alle beloften die ze hadden gedaan. Hans: ‘Zo zijn we aan een reclamebord gekomen rond het veld van SV Zalk. Hadden we beloofd aan een paar jongens. Kostte 500 euro.’

Woensdag 1 september

Lezing voor studenten

Molen De eendragt, Leeuwarden

Vanochtend hebben de broers alle verzoeken voor lezingen, symposia, veilingen voor een goed doel en interviews doorgenomen, gemiddeld twintig per week, dit keer waren het er vijftien. Nieuwe rechtszaken nemen ze al twee jaar niet meer aan. Ze doen alleen nog tbs-verlengingen en vallen zo nu en dan in voor kantoorgenoten. De Ankers zijn gewild, ook in coronatijd, en krijgen de gekste uitnodigingen. Laatst werden ze gevraagd om een elektronicazaak te komen openen. Daar hebben ze vriendelijk voor bedankt. Dat vonden ze meer iets voor de gebroeders Bever van de Fabeltjeskrant.

Na een jaar van luwte door de coronabeperkingen slibt de agenda weer dicht. Zo zeer dat een afscheidstournee langs alle horecagelegenheden in den lande er dit jaar niet meer in zit. Het zijn er tientallen waar ze al die jaren cursus hebben gegeven of stoom hebben afgeblazen na een zitting bij een rechtbank of hof. ’s Middags spreekt Wim eerstejaars rechtenstudenten van de Thorbecke Academie toe in Molen de Eendragt aan de Dokkumer Ee. Hij loopt nog steeds met een kruk vanwege zijn pijnlijke knie. ‘Het moment is daar dat ik hem kan inruilen voor een barkruk.’

In vogelvlucht schildert hij zijn carrière. Vier jaar ulo, drie jaar hbs, vijf jaar universiteit, in 1977 afgestudeerd. Paar jaar ministerie van Justitie, daarna advocaat. In 1991 met Hans het advocatenkantoor Anker & Anker begonnen. Hij legt uit dat je als advocaat een dikke huid moet hebben. Zoals bij de Amsterdamse zedenzaak, waarin hoofdverdachte Robert M. werd veroordeeld tot negentien jaar cel en tbs met dwangverpleging. ‘Een zaak te gruwelijk voor woorden.’

Twee keer vlogen in de tijd dat de zaak tegen Robert M. diende de ruiten van hun kantoor eruit, drieduizend haatmails kregen de Ankers. Een derde bevatte regelrechte bedreigingen, een derde was beledigend, in de rest werd hun de vreselijkste ziektes toegewenst. ‘Ik kom naar het kantoor om jullie het licht uit je smoel te trappen’, was bij lange na niet de meest angstaanjagende.

Ook de verdiensten komen voorbij. De staat betaalt ruim 600 euro voor kleine pro-deozaken (mishandeling, oplichting, heling, zaken die voor de politierechter komen), ruim 800 voor grote (verkrachting, zware mishandeling, overval). ‘Van die fooien kan de schoorsteen niet roken’, zegt Wim.

Voor ingewikkelde zaken zoals de Amsterdamse zedenzaak, waarvan het dossier 112 duizend pagina’s besloeg, krijgen ze een kleine 110 euro per uur. Zit een cliënt goed in de slappe was dan vragen ze 305 euro per uur. ‘Er zijn advocaten die 700 euro vragen.’

Ze zijn niet voor het grote geld gegaan, zegt Wim op de terugweg. ‘Jongens, houd de rug recht’, had hun vader op zijn sterfbed gezegd. Daarmee bedoelde hij dat ze er voor iedereen moeten zijn.

Zondag 10 oktober

Theatercollege

De Skâns, Gorredijk

In het schemerdonker klauteren de broers met veel moeite via een lastige trap naar het toneel. Hans ploft achter het gordijn op een stoel en lijkt in gedachten verzonken. ‘Ik moet me volledig focussen. We moeten oppassen wat we zeggen, ons werk barst van de geheimhoudingen.’ Wim bladert door zijn aantekeningen.

Zodra ze het toneel opkomen, barst het applaus los. Ze hebben nog geen woord gezegd. De Ankers zijn in theater De Skâns in het Friese Gorredijk voor hun theatercollege, waarin ze uitleggen waarom ze doen wat ze doen. Gevat, zonder juridische termen en met beelden uit documentaires over Anker & Anker. ‘Eens temeer in het huidige tijdsgewricht waarin vergelding en repressie vooropstaan’ moeten zij ervoor zorgen dat de hand van justitie niet uitschiet. Ze willen voorkomen dat mensen onschuldig worden opgesloten of een onevenredige straf krijgen. Denk niet dat het jou niet kan overkomen, ze staan een doorsnede van de bevolking bij. Ja, zelfs rechters en advocaten, dat zijn ook mensen. De broers hebben wat uit te leggen, vinden ze. Daarvoor is het onbegrip (‘Hoe kunnen jullie dat beest verdedigen?’) te groot. Overdag verdedigen ze hun cliënten, ’s avonds en in het weekend zichzelf. In veertig jaar hebben ze een miljoen mensen in de zaal gehad, schatten ze.

Vijfduizend optredens, samen of apart, voor gemiddeld tweehonderd man. Kleine gezelschappen van dertig man tot een paar duizend op een nationaal MKB-congres. Wim: ‘Op een reusachtig podium in de Brabanthallen in Den Bosch stond één microfoon en moest ik een uur volpraten. Toen dacht ik wel even: waar is mijn broer?’

De zachtaardigste mensen hebben ze verdedigd die terechtstonden voor de gruwelijkste vergrijpen. Het onpeilbare leed dat vaak druipt uit de persoonlijke omstandigheden van verdachten, raakt ze. Hoe vaak hebben ze niet gedacht: had jouw wieg maar een paar huizen verderop gestaan.

Iedereen verdedigen ze, ongeacht de persoon, ongeacht de aard van het delict, van diefstal van een konijn tot een drievoudige moord. ‘Waar ligt de grens, slachtoffers hebben ook levenslang’, luidt een vraag uit de zaal. Wim: ‘Wij behandelen slachtoffers en nabestaanden met het grootste respect, maar we zijn er voor de verdachte. Die heeft alleen ons en staat tegenover een machtig Openbaar Ministerie, dat soms met tientallen mensen maandenlang en vaak langer onderzoek heeft gedaan.’

Er is één uitzondering: als de verdachte, de nabestaanden of benadeelden bekenden zijn, nemen ze de zaak niet aan.

Wim: ‘Op een dag komen vier jongens op ons kantoor en leggen een plastic zak van de Edah op tafel.’

Hans: ‘Wat zat er in, denkt u?’

Zaal: ‘Een pistool.’

Wim: ‘Veel erger.’

Zaal: ‘Een hoofd.’

Hans: ‘Nog erger.’

In de tas zat een plag gras, de middenstip van het Abe Lenstra Stadion, de thuishaven van voetbalclub Heerenveen die aangifte van diefstal had gedaan. De Ankers, fanatieke supporters van de club, hebben de jongens doorverwezen naar een ander kantoor. Een man uit Sneek hebben ze 34 keer bijgestaan. Hans: ‘Als hij een half jaar niks van zich heeft laten horen, beginnen we ons zorgen te maken.’

‘De sfeer is geweldig, het publiek reageert goed op de kwinkslagen’, zegt Wim in de pauze. Het is voorgekomen dat een nabestaande van een slachtoffer opstond en riep: ‘Er valt hier niks te lachen.’ Dan schakelen de Ankers terug en spreken ze met de boze bezoeker af om elkaar na afloop te treffen. Als ze er niet uitkomen, volgt een uitnodiging om op hun kantoor verder te praten.

Of ze nooit spijt hebben gehad dat ze een bepaalde verdachte hebben verdedigd, luidt een vraag na de pauze. Hans: ‘Ik heb een man verdedigd die werd verdacht van moord. Hij zei: ik heb het gedaan, maar ik ontken tot mijn dood. Er was amper bewijs, hij was enkel gesignaleerd in de omgeving van de plaats delict. Ik heb zijn rechten verdedigd en heb gesteld dat het wettig en overtuigend bewijs niet was geleverd. De man is vrijgesproken. Heb ik daar spijt van? Nee, dat is het prijskaartje dat hangt aan onze democratische rechtsstaat. Ben ik er trots op? Nee, ook niet.’ Zijn de heren wel eens jaloers op elkaar, wil een vrouw weten. Wim: ‘Nee, hartgrondig nee. Als Hans een mooi resultaat boekt, vind ik dat geweldig. Dat geldt andersom ook. We vullen elkaar aan. 1 plus 1 is bij ons 3.’

Donderdag 14 oktober

Tbs-verlenging

Rechtbank Amsterdam

Op de tweede verdieping van de rechtbank in Amsterdam wacht Wim op de gang met zijn cliënt, wiens voorwaardelijke beëindiging van de tbs zo dadelijk wordt behandeld. De zitting is over een half uur, hij is altijd ruim op tijd. Plek bekijken, sfeer proeven, wie is de officier van justitie, wie zijn de rechters? ‘Er is een rechter, die wij kennen van vorig jaar, hij zit rechts’, probeert Wim zijn cliënt op zijn gemak te stellen. De man heeft tijdens een psychose een moord gepleegd, is volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard vanwege een stoornis, heeft een jaar vastgezeten, is vijf jaar behandeld in de Van Mesdagkliniek, woont sinds anderhalf jaar zelfstandig onder begeleiding, slikt trouw zijn medicijnen en houdt zich aan alle andere afspraken.

Wim hoeft niet te ontsteken in een vlammend betoog. De deskundigen adviseren dat de dwangverpleging onder voorwaarden kan worden beëindigd, de begeleiding en controle kunnen overgaan van de kliniek naar de reclassering.

De drie rechters trekken zich terug voor beraad en zijn er in tien minuten uit. Ze nemen het advies over, de tbs wordt voorwaardelijk beëindigd, de reclassering krijgt een leidende rol in het toezicht. Over een jaar is er weer een zitting. ‘Het gaat hartstikke goed met u, ga zo door’, zegt de voorzitter van de strafkamer. ‘Groeten aan uw broer’, zegt de portier als Wim de rechtbank verlaat.

Zaterdag 16 oktober

Heerenveen - Ajax

Abe Lenstra Stadion, Heerenveen

Met de vaste kern, een mannetje of tien, drinken de Ankers zich in bar-bistro Coopershuis in Akkrum vanaf vijf uur ’s middags moed in voor de wedstrijd tegen koploper Ajax. Ze hebben het hoogste woord en zijn het fanatiekst. ‘Rond deze tijd hebben ze altijd gewonnen’, zegt eigenaar Herman.

Voetbal is een uitlaatklep voor de broers. Net als de feesten en evenementen (zoals de kampioenschappen mastklimmen en slingeraap) die zij organiseren en becommentariëren in Akkrum, waar hun vader 22 jaar burgemeester is geweest. Wim, vader van een dochter, heeft er 59 jaar gewoond en woont sinds vier jaar met zijn derde vrouw in Schingen, 30 kilometer verderop. Hans, vader van twee zonen en veertig jaar getrouwd, woont er nagenoeg zijn hele leven.

Vlak voordat ze vertrekken, schalt Dromen kun je niet verbieden van de Friese volkszangers Rommy en Reina door het café. Wim zingt bijna in trance mee, Hans klapt mee op de maat. Als de laatste tonen wegsterven, roffelen ze met vlakke handen synchroon op de bar.

Op de tribune gaan ze onverstoorbaar door. Ze hebben al 35 jaar dezelfde plek boven op het veld. Als Ajacied Blind een tegenstander stevig aanpakt, grijpt Hans in zijn binnenzak, pakt een originele gele kaart en houdt hem omhoog. ‘Hé gele kanarie, dat is geel’, schreeuwt hij naar de in een fluorescerend geel shirt gehulde grensrechter, die op gehoorafstand staat. Als Blind vijf minuten later weer een Heerenveen-speler omver kegelt, trekt Hans rood.

Ajax wint met 2-0 en de broers hebben er vrede mee, zeggen ze als we terug zijn in het Coopershuis. De stemming is even uitbundig als vier uur eerder. Verliezen van Ajax is geen schande.

Maandag 15 november

Bezoek aan tbs’er

Pompekliniek, Nijmegen

‘Wie is die rare, kale man?’, roept Gerrit Dijkstra met een brede grijns vanuit zijn kamer op eenhoog van de resocialisatie-unit van de Pompekliniek in Nijmegen als Wim komt aanlopen. Even later is hij beneden, opent de deur en gaat ons voor naar boven. Tegen mij: ‘Je staat nu in de kamer van de langstzittende tbs’er van Nederland. Wil je koffie?’

De kleine kamer is al helemaal in kerstsfeer, ster tegen het raam, plastic kerstboompje, kerstman en engel op de vensterbank en een lichtshow geprojecteerd op het plafond. Wim stopt de stekker van het oplaadsnoertje van zijn Nokia in het stopcontact. ‘Het wordt tijd dat je een keer modern wordt Anker, en dat je een smartphone koopt’, zegt Dijkstra.

Ze kennen elkaar al 35 jaar. ‘Gerrit houdt van mij en ik van hem’, zegt Wim, die hem even later terug pakt. ‘De vorige keer had ik mijn jas laten liggen. Die heb ik snel laten ophalen, anders had-ie hem verkocht.’

Sinds een paar jaar woont Dijkstra net buiten het hek van de behandelkliniek, de rechter heeft een jaar geleden de tbs voorwaardelijk beëindigd. Dat houdt in dat de reclassering toezicht houdt, met de kliniek op de achtergrond. Dijkstra heeft goed nieuws. Over een halfjaar kan hij verhuizen naar een plaats waar hij de rest van zijn leven kan blijven wonen. Nog steeds beschermd, maar losgekoppeld van justitie.

‘Dat is prachtig, dan kun je er langzaam aan wennen’, zegt Wim. In het verleden is het geregeld misgegaan als Dijkstra al te drastisch werd overgeplaatst. ‘In maart is er weer een zitting, dan gaan we voor een jaar verlenging. Dat kan ik niet meer doen, want dan ben ik geen advocaat meer, maar ik stop niet als mens en ik ga achter in de rechtszaal zitten.’

Dijkstra (59) zit 42 jaar in tbs. Over de aard van het misdrijf willen Wim en hij niks kwijt, het feit dat hij op zijn 17de werd veroordeeld tot tbs duidt erop dat het een zeer ernstig levens- of zedendelict betreft. Hij heeft in zes klinieken gezeten, in Nijmegen kwam de ommekeer toen hij zelf het tempo mocht bepalen van zijn behandeling en zich niet meer opgejaagd voelde.

Op de heenweg had Wim Dijkstra’s levensloop geschetst. Kansloos vanaf de geboorte als zoon van een machteloze moeder en gewelddadige vader die er met een stalen pijp op los ramde, vroeg uit huis geplaatst, liefdeloze jeugdinternaten. Op een gegeven moment zo gehospitaliseerd dat hij tijdens een proefverlof niet de straat durfde over te steken. Nadat hij twintig minuten besluiteloos aan de kant van de weg had gestaan, vroeg hij zijn begeleider of hij terug mocht naar de kliniek. Hij is altijd hoop blijven houden, zegt Dijkstra. ‘Eens komt de dag dat je eruit komt. Laat het valse hoop zijn, maar het is hoop. De momenten dat ik het niet meer zag zitten en een fatale hartaanval welkom was geweest, heeft Wim me eruit getrokken.’ Vaak zijn de Ankers de enigen die langzittende tbs’ers en levenslanggestraften op bezoek krijgen, vrienden en familie willen niets meer met hen te maken hebben. Toen Michel S. gewond werd afgevoerd na een brand in de Scheveningse gevangenis, riep hij om Anker. Soms krijgt het kantoor in Leeuwarden een telefoontje uit een ziekenhuis dat de operatie geslaagd is. Heeft een cliënt een van de broers opgegeven als contactpersoon. Er was niemand anders.

Dijkstra is de langstzittende tbs’er sinds Theo H. een jaar of zeven geleden na 57 jaar vrijkwam. Uiteindelijk werd de tbs beëindigd en kon H. de laatste drie jaar van zijn leven als vrij man doorbrengen. ‘In vrijheid gestorven’, stond op de rouwkaart. Wim: ‘Als ik jaren met een verdachte ben opgetrokken, doe ik dat niet af met een briefje: het allerbeste, terwijl ik weet dat de kans groot is dat hij niet meer vrijkomt. Dan blijf ik hem bezoeken. Mocht ik in grote ellende terechtkomen, dan hoop ik ook dat er mensen zijn die om mij heen gaan staan.’

Er was een periode dat Wim op één dag vijf levenslanggestraften en tbs’ers bezocht, daarna konden ze hem opvegen, zozeer trok hij zich hun lot aan. Vier keer is hij uitgevallen met een burn-out. Alle hopeloze zaken gingen naar Wim in de tijd dat de Ankers een 60-urige werkweek prepensioen noemden. Op advies van Hans is hij meer heling, diefstal en verduistering gaan doen.

Na afloop gaat Wim nog even langs ’t Haantje, een bruin café vijf kilometer verderop dat hij nog niet kent. ‘Had u vroeger Perzische tapijtjes?’, vraagt hij aan eigenaar Joop, die achter de bar staat. ‘Heel vroeger’, zegt die. ‘Ik mis ze’, zegt Wim. ‘Ze zijn op hun mooist als er schroeivlekken in zitten.’

Donderdag 25 november

Tbs-verlenging

Rechtbank Almelo

Hans heeft vandaag een zware kluif. Na 33 jaar had hij zijn cliënt bijna in de voorwaardelijke beëindiging van de tbs, toen die zich twee jaar geleden onttrok tijdens een verlof. In gewone mensentaal: hij was hem gepeerd.

Nog dezelfde dag werd hij opgepakt, hij was onder invloed van alcohol en drugs en zou van plan zijn geweest een rivaal met een plamuurmes te lijf te gaan. De rechtbank van Almelo houdt een zitting om te beoordelen of de tbs met de maximale twee jaar moet worden verlengd.

Het gaat om een in zijn jeugd verwaarloosde, licht verstandelijk beperkte man van 65 jaar met een complexe psychiatrische aandoening. Hij is veroordeeld wegens poging tot doodslag, zit sinds 1986 in tbs, is van kliniek naar kliniek gegaan, ging daar ook een paar keer flink in de fout en zit voor de tweede keer op een longstay-afdeling. Het verblijf daar is niet gericht op behandeling van de stoornis, laat staan op een terugkeer in de maatschappij. Daarom krijgt een tbs’er op de longstay niet snel (begeleid) verlof.

Uit een grote map heeft Hans een stapeltje met de hand beschreven A4’tjes gevist en voor zich op tafel uitgespreid. Tegenover hem zitten drie rechters, een officier van justitie en een griffier achter grote, schuin geklapte beeldschermen. De man is niet gekomen vanwege rugklachten, via een videoscherm staat hij in verbinding met de rechtbank.

De middelste rechter vraagt hoe het met hem gaat. ‘Tussen de oren zit het wel goed, maar ik zit hier niet op mijn plek. Al die sluizen, als ik een luchtje wil scheppen zit ik nog achter tralies. Het is heel beklemmend.’

Het heeft Hans de nodige moeite gekost om zijn cliënt gemotiveerd te krijgen weer aan zijn toekomst te werken. Gepraat als Brugman heeft hij voordat de man wilde meewerken aan een onderzoek door twee externe gedragsdeskundigen. Een paar keer is hij daarvoor afgereisd naar de kliniek, een dikke twee uur rijden van zijn kantoor in Leeuwarden.

Het onderzoek was niet ongunstig voor zijn cliënt, ook al adviseren de deskundigen om de tbs met twee jaar te verlengen, ze zeggen ook dat het regime wel iets minder strak mag zijn. Hans bepleit een jaar verlenging. ‘Hij heeft zich de afgelopen twee jaar voorbeeldig gedragen, net als de vier jaar voor die fatale dag. Geef hem perspectief, dan zal hij gemotiveerd blijven.’

De officier, die twee jaar verlenging eist, benadrukt dat het gevaar voor herhaling onverminderd groot is en somt alle delicten op die de man heeft begaan. ‘Moet ik me nog steeds daarvoor verantwoorden? Het voelt als opnieuw terechtstaan’, zegt die in zijn laatste woord.

‘Dat deed hij goed hè’, zegt Hans na afloop op de gang. Het feit dat de rechtbank niet meteen uitspraak doet, geeft hem een sprankje hoop. ‘Het is niet helemaal kansloos, anders hadden ze het meteen van tafel geveegd.’

*

Tot slot rest dan één vraag. Is hun missie geslaagd?

Wim: ‘Ik hoop dat wij het niet heel erg populaire beroep van strafpleiter een iets socialer gezicht hebben gegeven en iets dichter bij de mensen hebben gebracht.’ Hans: ‘Met name voor mensen met een kleine beurs, zou ik eraan willen toevoegen. Verder goed geformuleerd, broeder.’

Meer over