Interview

‘Op scholen in de VS krijgen kleuters al les over de Azteken, hier verzamelen ze blaadjes voor het thema herfst’

Het onderwijs moet snel afscheid nemen van de vele populaire, maar ‘ondermaatse’ lesmethoden’ die op basisscholen circuleren. Dat stelt Erik Meester, onderwijsontwikkelaar aan de Radboud Universiteit. ‘Bij de meeste lesmethoden van tegenwoordig wordt nog maar weinig kennis echt onderwezen.’

Nadia Ezzeroili en Irene de Zwaan
Erik Meester, docent en onderwijsontwikkelaar aan de Radboud Universiteit. Beeld Kiki Groot
Erik Meester, docent en onderwijsontwikkelaar aan de Radboud Universiteit.Beeld Kiki Groot

Plots veert lerarenopleider Erik Meester (35) op uit zijn stoel en loopt naar de achterzijde van zijn werkkamer op de campus van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij heeft zojuist een begeesterd betoog afgestoken over ‘het bedroevende niveau’ van populaire lesmethoden in het primair onderwijs. En daar wil hij graag wat praktijkvoorbeelden van laten zien.

De lesboeken liggen in een rijtje uitgestald. Meester pakt een aardrijkskundeboek, bestemd voor leerlingen in groep 7. Met lichte hoon in zijn stem leest hij een simpele tekst voor, die amper tien regels beslaat. Het gaat over Joël, zoon van een wijnboer, die vertelt over de goede oogst van dit jaar.

‘Dan volgt vraag 1’, zegt Meester. ‘Heb jij weleens druiven zien groeien? Waar was dat?’ Hij laat een stilte vallen. ‘Het wordt nog erger. Hier, vraag 1b: Joël krijgt extra zakgeld voor het druivenplukken, vind jij het leuk werk om wat bij te verdienen?’

Dergelijke vragen, verzucht Meester, zijn kenmerkend voor het gebrek aan diepgang van veel lesmethoden. ‘Begin een les nou eerst eens met een heldere definitie van akkerbouw. Laat klassikaal wat plaatjes of een informatief filmpje zien. Leg dan nóg meer uit aan de hand van aansprekende voorbeelden of metaforen, houd het interactief, laat leerlingen aantekeningen maken. Kortom, duik de inhoud in.’

In de onderwijswereld geldt Erik Meester als een luis in de pels. Waar hij ook komt, bij de SLO (de organisatie die de leerdoelen in het onderwijs bepaalt), de Onderwijsinspectie, op scholen of bij politici: overal waarschuwt hij voor de bedroevende staat van het onderwijs in Nederland. Bang om een afwijkende mening te verkondigen, is hij niet. Grijnzend: ‘Ik ga het vooralsnog niet winnen met mijn verhaal.’

Al twintig jaar op rij dalen de leerprestaties in Nederland, en dat heeft volgens Meester in grote mate te maken met de ondermaatse lesmethoden die op scholen circuleren. Wat ook niet helpt, is dat er door de overheid steeds meer wordt gemorreld aan de kwaliteitseisen voor leraren. Hij kent het argument: er is een lerarentekort. Maar dat kun je in zijn optiek beter oplossen door het beroep van leraar weer aantrekkelijk te maken.

Om die reden heeft Meester met collega’s van de Radboud Universiteit een nieuwe master opgezet: curriculumontwikkeling voor primair onderwijs. De eerste officiële lichting studenten begint in september, de accreditatie is al rond.

Om in te stromen moeten studenten een lesbevoegdheid hebben, zodat ze tijdens het volgen van de master voor de klas kunnen blijven staan. Tegelijkertijd zullen de studenten het curriculum van hun school aanpakken. Daarmee worden twee vliegen in één klap geslagen, stelt Meester: scholen halen kennis in huis die nu vaak ontbreekt en de academische leraren worden uitgedaagd, wat er hopelijk toe leidt dat ze langer in het onderwijs blijven hangen.

‘Wat wij nu willen doen is leading by example: het goede voorbeeld geven door scholen te begeleiden die hun onderwijs willen verbeteren met effectieve lesmethoden.’

Daar zet het kabinet ook op in. Voortaan zullen leerlingen alleen nog lezen, schrijven en rekenen aangeboden krijgen volgens ‘effectief bewezen lesmethoden’, staat in het nieuwe regeerakkoord.
‘Je ziet inderdaad dat er iets door begint te dringen. Er is internationaal veel onderzoek gedaan naar hoe kinderen basiskennis het beste kunnen aanleren. Maar tussen die onderzoeken en de praktijk op scholen zit nu nog een enorme discrepantie.’

Wat is die praktijk dan?
‘Op veel scholen wordt onderwezen vanuit het gedachtengoed van het ‘gepersonaliseerd leren’. Dit hangt samen met de ‘21st century skills’-beweging, die rond het millennium een enorme hype werd. Op elk onderwijscongres stond wel iemand te bepleiten dat kennis niet meer belangrijk is, omdat alle informatie al op internet staat. Als kinderen eenmaal weten hoe ze die informatie zelf kunnen opzoeken, volgt de kennis vanzelf, is de gedachte hierachter.

‘Maar dit is een misvatting. Kennis gaat altijd vooraf aan vaardigheden, niet andersom. Iedereen kan via Google op een Wikipedia-pagina komen, maar niet iedereen kan begrijpen wat daar staat. Zonder kennis verliezen kinderen zich hopeloos op internet, ze zijn ook niet in staat om fake news te herkennen.’

Voorstanders van gepersonaliseerd leren zullen zeggen: het onderwijs moet zich aanpassen aan het kind, want elk kind is ‘uniek’.
‘Ja, onderwijs moet zogenaamd leerlinggestuurd zijn, want het ene kind leert liever zus, het andere kind liever zo. Dus vanuit die optiek zou de leerling eigenaarschap over zijn eigen leerproces moeten krijgen. Dat klinkt natuurlijk allemaal erg sympathiek. En dat is ook wat deze beweging zo sterk maakt: je kúnt het er eigenlijk niet mee oneens zijn.’

Maar u bent dat duidelijk wel?
‘Dat gepersonaliseerd leren is in de praktijk niet organiseerbaar en niet betaalbaar. Onderwijs is geen zelfstudie, onderwijs doe je met elkaar. Dat klassikale is ontzettend belangrijk. Als je allemaal hetzelfde leert, kun je daar samen goed over nadenken en de diepte ingaan. Bovendien lijken leerlingen meer op elkaar dan dat zij verschillen in de manier waarop zij leren.

‘Bij de meeste lesmethoden van tegenwoordig wordt nog maar weinig kennis echt onderwezen. Na een introductieles wordt snel overgestapt op ‘onderzoekend leren’. Leerlingen kiezen dan allemaal hun eigen leervraag en gaan hun bevindingen vervolgens aan elkaar presenteren. Maar die leerlingen komen zo niet tot diepgang en zo’n presentatie zit vaak vol misconcepties. Daar leren ze dus geen snars van.’

In plaats daarvan zouden kinderen klassikaal kennis moeten krijgen aangeboden, zoals vroeger?
‘Ja, er zullen mensen zijn die denken: wat ouderwets. Deze man wil kinderen vervelen met allemaal moeilijke kennis. Maar kijk hoe het nu gaat: kleuters gaan blaadjes verzamelen omdat in de klas het thema ‘herfst’ wordt behandeld. Dat gaat nergens over. Op Amerikaanse Montessorischolen krijgen de kleuters al les over vroege beschavingen, zoals de Azteken en de Egyptenaren. Als je het over Elsa’s ijspaleis uit de Disneyfilm Frozen kunt hebben, waarom dan niet over de Romeinen?’

Is persoonlijke ontwikkeling in het onderwijs niet minstens zo belangrijk als het vergaren van kennis?
‘Onderwijs is ideologisch van aard. Er zijn inderdaad scholen die zeggen dat zij de focus leggen op ‘persoonsvorming’. De benadering die ik hanteer is deels ook ideologisch, maar dan op een andere manier: ik vind het belangrijk dat kinderen goed kunnen participeren in de samenleving, in een democratie. Juist kinderen die van huis uit weinig kennis meekrijgen, komen nu niet mee. Ze denken dat dit komt doordat ze dom zijn. Dat doet veel met het zelfvertrouwen van kinderen, en het vergroot de kansenongelijkheid.’

Is ‘gepersonaliseerd leren’ een typisch Nederlands fenomeen?
‘Nee, je ziet dit wereldwijd. In Engeland vindt nu een kentering plaats. Daar heeft de voormalige Onderwijsminister Nick Gibb op een gegeven moment gezegd: jongens, houd op met die generieke vaardigheden en ga gewoon lesgeven.’

Die houding zag je ook terug in de populaire docuserie Klassen, over kansenongelijkheid in het onderwijs. In een van de afleveringen bezoekt de Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman een voormalige Londense achterstandsschool die inmiddels tot de top behoort, vanwege de focus op hoogwaardige kennisoverdracht.
‘Die schooldirecteur zei tegen Moorman: houd toch eens op met dat verhaal over segregatie en over persoonsvorming van kinderen. Dat is zo typisch Nederlands. Maar die boodschap kwam niet binnen bij haar.’

Die Londense school had wel een vrij militaristische benadering. De docent pikte één leerling eruit om vragen op af te vuren, de rest zat er stilletjes bij. Er was weinig interactie.
‘Je moet ook kijken naar de populatie. Als je dertig kinderen voor je hebt die op straat opgroeien en thuis nauwelijks hebben geleerd hoe ze zich moeten gedragen, heb je dat militaristische misschien wel nodig. Ik heb daar ook mijn bedenkingen bij, want ik ben voorstander van interacties waarbij alle leerlingen worden betrokken. Maar aan de andere kant begrijp ik het. Als je kinderen iets wilt leren, moet je eisen dat er aandacht is. En bij sommige kinderen moet je dan steviger optreden dan bij anderen.’

Pikken kinderen in Nederland, die een relatief vrije opvoeding genieten, dat wel?
‘Ik ken een vmbo-school, het Alfrink College in Deurne, waar leerlingen aan het begin van de dag hun mobieltjes moeten opbergen, zodat er geen afleiding is. Ze moeten zich in de les gewoon goed gedragen, opletten en veel aantekeningen maken. Elke paar maanden wordt hun welzijn gemeten en dat is super hoog. Het is misschien een beetje streng, maar leerlingen voelen zich daardoor juist veilig.’

Waarom is het zo lastig om lesmethoden op scholen te veranderen?
‘Methodemakers zijn allereerst marktgericht, dan pas kwaliteitsgericht. Er zitten megabedrijven achter. Hun grootste belang is geld verdienen. Alles wat modern en vernieuwend klinkt, doet het goed in het onderwijs, dus methodemakers zijn massaal ingesprongen op de wensen van aanhangers van het gepersonaliseerd leren.’

Ligt het probleem dan niet vooral bij de scholen, die blijkbaar niet de ‘juiste’ methoden inkopen?
‘Schoolleiders spelen hierin een heel belangrijke rol, want die tekenen de offerten. Het gaat vaak om tienduizenden euro’s per jaar. Zo’n schoolleider heeft op schoolniveau dus veel invloed, maar in Nederland kun je schoolleider worden zonder iets te weten over leren of didactiek. Dat is best bizar.’

Wat moet er gebeuren om het tij te keren?
‘De belangrijkste factor in de klas is de leraar. Die moet de regie terugnemen. Duidelijk uitleggen, vaardigheden stapsgewijs laten inoefenen en veel vragen stellen ter controle van begrip.’

Leraren vallen bij bosjes uit door de hoge werkdruk. Is het dan wel realistisch om hen met een nog grotere taak op te zadelen?
‘Juist de gepersonaliseerde benadering vergt veel meer van leraren. Moet je voorstellen: je hebt een klas van 28 kinderen die allemaal met hun eigen onderzoekjes bezig zijn, en die moet je dan allemaal apart gaan begeleiden. Dat is veel intensiever. Het is daarnaast totaal niet efficiënt: als een leerkracht aandacht voor één leerling heeft, betekent dit automatisch dat er geen aandacht is voor de rest.’

Het nieuwe kabinet trekt 1 miljard euro extra uit om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Gaat dit zoden aan de dijk zetten?
‘Meer geld is niet altijd de oplossing. De afgelopen twintig jaar is de onderwijsbegroting een paar keer over de kop gegaan, met steeds minder resultaat. De inspectie mag nu pas ingrijpen als het al jaren helemaal fout gaat, zoals bij de iPadscholen van Maurice de Hond of de Iederwijs-scholen, waarbij kinderen zelf mochten bepalen wat ze leerden en wanneer. Ik houd mijn hart vast voor nieuwe vergelijkbare initiatieven.

‘Wat naar mijn idee echt zou helpen, is als er een nationaal gegarandeerd curriculum op scholen komt, waarin wordt vastgesteld wat kinderen aan het eind van elke groep minimaal moeten weten. Met periodieke landelijke toetsen om te kijken of dat is gelukt. Laten we daar eens mee beginnen, in plaats van weer de portemonnee trekken zonder onderbouwde visie.’

Gepersonaliseerd onderwijs

Hoewel gepersonaliseerd onderwijs pas dit millennium in zwang raakte, reikt het gedachtengoed veel verder terug. Al in 1900 schreef de beroemde Amerikaanse filosoof John Dewey dat de ideale school een plek moet zijn waar kinderen bij binnenkomst in een rijke leeromgeving spelen. Sindsdien vinden in het onderwijsveld geregeld verhitte discussies plaats over de vraag: wat moet centraal staan, het kind of de lesstof?

‘Gepersonaliseerd leren is een containerbegrip geworden’, zegt Machiel Karels, onderwijsadviseur en oprichter van kennisplatform Wij-leren. ‘Ook scholen die leerlingen een iPad in de handen drukken of alleen individueel onderwijs aanbieden, worden hieronder geschaard.’

Voor Karels is ‘ontwikkelingsgericht onderwijs’, zoals hij het liever noemt, een manier om de lesstof af te stemmen op de persoonlijke mogelijkheden en talenten van leerlingen. ‘Dat is een werkwijze die tot bewezen resultaten leidt’, zegt hij. ‘De scholen die ik hierin begeleid, krijgen doorgaans goede beoordelingen van de Onderwijsinspectie.’

Volgens Karels wordt gepersonaliseerd leren door tegenstanders onterecht in verband gebracht met de dalende leerprestaties. ‘De Onderwijsinspectie constateerde twintig jaar geleden dat die onder druk stonden en is daar toen harder op gaan duwen. Dit heeft curieus genoeg geleid tot een verdere daling van de opbrengsten.’ Hij heeft hier zo zijn eigen verklaring voor: de motivatie van leerlingen is door die focus op prestaties verder afgenomen.

Het argument van de doorgeslagen prestatiecultuur wordt door voorstanders van gepersonaliseerd leren vaker aangehaald om te pleiten voor een aanpak die meer is gericht op persoonlijke ontwikkeling en plezier. Het risico daarvan is dat er te veel keuzes bij het kind worden gelegd, stelt onderwijspedagoog Gert Biesta. ‘Daarmee wordt het onderwijs te toevallig. Een kind weet van een hoop dingen niet wat er te kiezen valt.’

Tegelijkertijd waarschuwt Biesta voor de – in zijn ogen – doorgeslagen focus op kennisoverdracht, zoals dat in Engeland momenteel een hype is. ‘Daar heeft de conservatieve regering ideologisch hardhandig ingegrepen in het geschiedenisonderwijs. Dan krijg je die eeuwenoude discussie: moeten kinderen historische feiten kunnen opdreunen of historiserend kunnen denken?’

Kennis is op zichzelf niet veel waard, vervolgt Biesta. ‘Tenzij je tevreden bent dat leerlingen dingen kunnen herinneren en reproduceren. Maar in mijn optiek draait goed onderwijs om het verwerven van inzicht en begrip. Daar heb je zowel kennis als vaardigheden voor nodig.’

Meer over