Op reis langs Don Quichot en stier

Soms stroomt het publiek vanzelf wel het museum binnen. Zet Picasso op de aankondiging, noem de tentoonstelling 'hoogtepunten van de Spaanse kunst in de twintigste eeuw', laat een echte Spaanse koning het openingslint doorknippen en onder begeleiding van de onvermijdelijke flamencozanger of andere 'Spaanse' attractie drommen mensen de expositieruimte binnen....

Merlijn Schoonenboom

Het is een luxe positie waarin het Haags Gemeentemuseum zich bevindt. Ter gelegenheid van het staatsbezoek van het Spaanse koningspaar kreeg het museum uit de collectie van het Reina Sofia in Madrid werk van 29 schilders en beeldhouwers te leen. Echte 'topstukken' zaten er dan wel niet bij, maar er was toch genoeg werk van publieksfavorieten als Picasso, Dalí en Miró om zonder veel moeite een aansprekend overzicht te presenteren van de Spaanse kunst tussen 1900 en 1980.

De expositie begint ook veelbelovend, met de rol die Spanjaarden speelden in de ontwikkeling van het kubisme. Pioniers krijgen hier evenveel aandacht als hun navolgers. Naast Picasso's eigen revolutionaire werk is bijvoorbeeld María Blanchards kleurrijk kubisme te zien. Of een jonge Salvador Dalí, die in 1925 een eigen ambitieuze versie van Picasso's Harlekijn (1913) maakte.

Maar na deze eerste zaal waaiert de tentoonstelling uit in een los overzicht van stromingen. Zonder twijfel heeft dat zijn charme. Het ene moment sta je tegenover het monumentale Zwart met twee inkepingen (1962) van Antonio Tápies, de invloedrijke voorganger van de abstracte materieschilderkunst. Een groot doek, vuil zwart als een geblakerde ijzeren plaat, met een loodzware ernst waarin je helemaal kunt wegzinken.

En nog voordat de zwaarte begint te vervelen is daar verderop al een ander aspect van de Spaanse kunst: de humor, met het bonte universum van Joan Miró of een beeld van de minder bekende Pablo Gargallo. Hij maakte van smeedijzer een bijna abstract Masker van Greta Garbo (1930), sierlijk, frivool, maar toch nog onmiskenbaar de ideale vrouw uit die dagen: met katachtige ogen en pruillipjes.

Maar ondanks deze prettige associaties springt de vonk van de Spaanse kunst niet over. Juist omdat er veel 'mindere goden' zijn, had een krachtige, prikkelende structuur deze kunst meer diepgang moeten geven. Deze kunst vráágt om een breder verband, maar zelfs de ruggengraat van de chronologie ontbreekt. Deze kunst is toch niet ontstaan in een ivoren toren? Het gaat hier toch om een land dat tientallen jaren verscheurd is geweest door burgeroorlog en fascisme? En ontstond de meeste kunst niet in ballingschap in Parijs en Zuid-Amerika?

Je gaat je afvragen wat de weerslag van deze ontwikkelingen op de kunst was. Wat doen bijvoorbeeld al die traditionele motieven in avant-gardistisch werk? Julio González maakte in 1929 een bijna abstract bronzen beeldje, maar wel van een 'Spaans' thema als Don Quichot. Verwijzingen naar stierengevechten duiken op bij Miró en Benjamín Palencia. Was er sprake van een zoektocht naar 'Spaanse identiteit'?

Opvallend is ook de alomtegenwoordigheid van het surrealisme. Niet alleen twee schilderijen van Dalí of de film Un chien andalou (1929) van Louis Buñuel zijn te zien, maar ook een aantal Dalí-epigonen. En zelfs in een bijna traditioneel werk als Kastanjebomen (1956) van Godofredo Ortega Muñóz is de surrealistische invloed voelbaar. Hier is het Spaanse landschap - uitgestrekt, kaal en rauw - omgevormd tot een haast mythische omgeving.

Stof voor een tentoonstelling, zou je denken. Want waarom werd het surrealisme onder Spaanse kunstenaars zo populair? Hoe zagen de navolgers het werk van de Spaanse 'groten'? Waarom werd het surrealisme, toch een internationale stroming, met veel pathos verheven tot verbeelding van de 'mystieke Spaanse volksaard'?

Het lijkt wel alsof het museum geen raad wist met de verzameling en liever gewoon een paar beroemde schilderijen te leen had gehad. Ronduit pijnlijk is namelijk een enorme verlichte reproductie van Picasso's Guernica, die een halve zaal in beslag neemt. De tien originele voorschetsen, één van de bijzondere onderdelen in het pakket geleende kunst, zijn in een gangetje weggedrukt alsof het slechts om een illustratie gaat. En door dergelijke keuzes is deze tentoonstelling van Spaanse kunst oppervlakkig geworden als een toeristisch uitstapje.

Meer over