REPORTAGE

Op pad met een taxichauffeur: ‘Soms sta je twee, drie uur te wachten op een klant’

De taxi wordt in deze tijd geregeld gebruikt als troef om de avondklok te trotseren. Voor chauffeurs, die sinds de crisis nauwelijks werk meer hebben, is elk ritje meegenomen. ‘Ah, een klant!’

Taxichauffeur Roy Raghoenath: 'Ik zou het zelfs met een deurknop nog goed kunnen vinden.’ Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Taxichauffeur Roy Raghoenath: 'Ik zou het zelfs met een deurknop nog goed kunnen vinden.’Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De avondklok is net twee minuten ingegaan als in de Mercedes van taxichauffeur Roy Raghoenath (53) het geluid van een ouderwetse huistelefoon klinkt. Tring-tríííng. ‘Ah, een klant!’, roept hij opgetogen. Even later stapt Boris in, een jongeman van een jaar of dertig met zijn haren strak in het gel en een wolk van parfum om zich heen.

Hij mompelt iets over een verklaring die hij op zak heeft vanwege zijn werk in een distributiecentrum. Maar al snel wordt duidelijk dat werk niet de aanleiding is voor deze rit. ‘Ik ga naar een vriendin’, zegt hij. ‘Ja inderdaad, een date.’

De taxi, zo geeft hij toe, is een makkelijke manier om handhavers van zich af te schudden. Hij woont in het centrum van Amsterdam en is daar al een keer of vijftien aangehouden voor een controle. Een taxi wordt zelden aangehouden. Chauffeurs hebben bovendien geen controlerende functie, dus vervelende vragen worden niet gesteld.

Avondklok ontduiken
Dat maakt een taxi bij uitstek een geschikt middel om na een uitgelopen borrel of etentje de avondklok te trotseren. Met name jongeren met een rijk sociaal leven maken hier gretig gebruik van. ‘Die uurtjes gaan zó snel voorbij’, zegt een 23-jarige vrouw uit Utrecht. ‘Voordat je het weet is het half 10 en ben je te laat.’ Het besmettingsgevaar neemt na negenen niet opeens toe, vervolgt ze. ‘Dus het maakt eigenlijk niet uit of je op tijd weggaat of langer blijft. Je hebt dan twee opties: blijven slapen of een taxi pakken.’

Dat de avondklok juist is ingevoerd om het aantal sociale contacten terug te dringen, is voor jonge mensen lastig te verkroppen. ‘Ik heb de maatregelen lange tijd heel serieus genomen’, zegt student Jasper (28). ‘Maar na een jaar ben ik er toch wel anders tegenaan gaan kijken. Ik ben jong, al mijn vrienden zijn jong. Een feestje organiseren zit er niet in, maar mijn sociale contacten wil ik kunnen blijven zien.’ Hij pakt wekelijks minstens één keer een Uber om buiten het zicht van de handhavers thuis te komen. Dat Uber-chauffeurs de ritprijs na ingang van de avondklok soms verdrievoudigen, neemt hij op de koop toe.

Opvallend is dat de taxicentrales in Rotterdam en Den Haag sinds de invoering van de avondklok een duidelijke toename in het aantal ritten zien - al is daarmee nog lang niet het niveau van vóór de crisis is bereikt. ‘In week vijf (net na invoering van de avondklok, red.) zijn er in Rotterdam 49 meer ritten gereden dan de week daarvoor, in Den Haag waren dit er 32 meer', laat een woordvoerder van de Rotterdamse Taxi Centrale (RTC) desgevraagd weten. Een paar weken later wordt zelfs een toename van 172 (Rotterdam) en 384 (Den Haag) genoteerd. Wat de verklaring zou kunnen zijn? De woordvoerder grinnikt. ‘Passagiers vallen niet zo op in een taxi hè.’

Uitgestorven

De goedlachse en praatgrage Amsterdamse chauffeur Roy Raghoenath, die altijd strak in pak aan het werk is, wil het beeld wel iets nuanceren. Het zijn zeker niet alleen avondklokweigeraars die na negenen een taxi aanhouden. ‘Er zijn ook genoeg mensen die een legitieme reden hebben, zoals zorgpersoneel of agenten van wie de dienst net is afgelopen.’

Het is inmiddels 22.30 uur en Raghoenath manoeuvreert zijn luxe wagen - hij rijdt business vip-klasse - soepel de gracht op, het uitgaansgebied in. Was het op de doorgaande wegen nog opvallend druk qua autoverkeer, hier is het uitgestorven. De straten zijn overgeleverd aan het druilerige regenweer. ‘In normale tijden kun je hier op elke straathoek iemand oppikken’, zegt Raghoenath, die al bijna 25 jaar in het vak zit en beschikt over de benodigde sociale capaciteiten (‘ik zou het zelfs met een deurknop nog kunnen vinden’). ‘Nu staan chauffeurs soms twee, drie uur aan de kant op een klant te wachten.’

Navraag bij de taxicentrales in de vier grote steden leert dat de coronacrisis de branche een flinke dreun heeft verkocht. Het aantal ritten is in een jaar tijd met zestig tot tachtig procent afgenomen. Een groot deel van de chauffeurs is tijdelijk of zelfs helemaal gestopt. Neem de Taxicentrale Amsterdam (TCA): voor de coronacrisis waren daar zo’n 1.300 chauffeurs aangesloten, nu nog 900.

‘Een chauffeur met dienstwagen heeft gemiddeld 1.000 tot 1.500 euro per maand aan vaste lasten’, verklaart Hedy Borreman, directeur van TCA. ‘Als je dan tachtig procent omzetverlies hebt, zijn de regelingen van de overheid niet kostendekkend. Velen vallen bovendien tussen wal en schip omdat ze zzp’er zijn. Ik ken chauffeurs die zich hebben omgeschoold tot vrachtwagenchauffeur, hun oude professie hebben opgepakt of voor de koeriersdiensten zijn gaan rijden. Sommigen verdwijnen uit het zicht.’

Roy Raghoenath heeft het geluk dat hij kan teren op een uitgebreid bestand aan vaste klanten, onder wie - zo vertelt hij zichtbaar trots - een flink aantal bn’ers. Maar ook voor hem houdt het momenteel niet over. Laatst had hij een werkdag van tien uur. Opbrengst: veertig euro. ‘Ik was te koppig en wilde perse nog een rit hebben, maar dat lukte dus niet. Uiteindelijk ben ik super gefrustreerd naar huis gegaan.’

Op deze vrijdagavond is de oogst met twee klanten in een tijdsbestek van vier uur eveneens mager. Een potentiële derde klant haakt af. Als Raghoenath haar op de afgesproken plek opbelt om te informeren waar ze staat, blijkt ze al thuis te zijn. ‘Je kwam niet’, klinkt het korzelig aan de andere kant van de lijn. ‘Dus ik ben maar gaan lopen.’

Klant nummer twee is een Griekse dame die het Krasnapolsky-hotel uit komt gerold met een lichte zweem van alcohol om zich heen. ‘Ik had een conferentie over criminele praktijken in mijn vakgebied’, geeft ze als uitleg voor haar nachtelijke rit. Ze woont sinds acht jaar in Nederland en werkt in een spa, om haar familie in Griekenland financieel te ondersteunen. Op de vraag of ze bewust voor een taxi heeft gekozen om de politie te slim af te zijn, reageert ze verbaasd. ‘Huh, doen mensen dat dan?’ Ze wijst naar haar handtas, daar zit een verklaring in.

Positivo

Hoewel het moeilijke tijden zijn, is Raghoenath geenszins verbitterd. ‘Ik ben een positivo!’ Als iedereen zo gevaccineerd is en het normale leven weer op gang komt, dan zal het werk vanzelf weer aantrekken. Hij merkt dat de crisis mensen eenzamer heeft gemaakt. ‘Ze blijven wat langer in de auto zitten voor een babbeltje. Taxichauffeurs zijn een soort rijdende psychologen.’ Het is dit soort menselijk contact dat zijn werk zo waardevol maakt, zegt hij. Op de achtergrond zingt Ronald Keating When You Say Nothing At All. Sky Radio, zijn favoriete radiostation tijdens werk.

‘Weet je wat het mooiste moment is?’, vraagt Raghoenath, zonder het antwoord af te wachten. ‘Als ‘s ochtends de zon opkomt.’ Dat gaat hij deze dienst niet meemaken. Na middernacht blijft het stil. Er zoeft een lege tram voorbij. Het is mooi geweest.

Meer over