op=op

Zijn kloosterlingen ook tweeverdieners? Wordt de vrouw weer een aftrekpost van haar echtgenoot? En woon je individueel op kamers of hok je met je hospita?...

Samenwonen

of in een

kloosterorde

De paarse Margreeth de Boer poetst hiermee de oude rode idealen en het stoffige roomse credo weer op. De Tweeverdienerswet uit begin jaren tachtig was het grote monsterverbond van Den Uyl en Lubbers, die ongelukkigerwijs door een liberaal - de toenmalige staatssecretaris van Financiën en huidige president van de Rekenkamer - Henk Koning moest worden uitgevoerd.

De wet bleek een compleet fiasco. De regeling was oncontroleerbaar en joeg vrouwen terug naar het aanrecht. Omdat samenwonenden erger werden getroffen dan gehuwde tweeverdieners, maakte de burgerlijke stand overuren. Wanhopige belastinginspecteurs moesten tandenborstels tellen om te kijken of iemand hokte of niet. De in 1983 ingevoerde wet stierf drie jaar later in het kader van de belastingoperatie Oort een stille dood.

Zou het tien jaar later beter kunnen?

Oud VVD-senator Guus Zoutendijk moet hartelijk lachen om het 'wilde idee' van mevrouw De Boer. In de tweede vereenvoudingscommissie Stevens, waarvan hij lid was, is het naar zijn zeggen weer aan de orde geweest. 'Ik ben er principieel al tegen. De VVD is juist voor verdere individualisering.'

Maar of het praktisch beter uitvoerbaar zou zijn? 'Je zou het splitsingstelsel kunnen invoeren. Dit betekent dat je de inkomens van jou en je partner optelt en deelt door twee. Als de vrouw niet werkt, is dat voordelig.'

Maar of dat het ei van Columbus is, betwijfelt ook Zoutendijk. 'Burgers zullen altijd hun handelswijze afstemmen of wat fiscaal het meest voordelig is.'

Wat gebeurde in 1984? Enkele samenwonenden vormden zelf een kloosterorde. Misschien anno 1994 weer actueel.

Werkster

in de

alimentatie

Nog een wild idee. De Limburgse hoogleraar belastingrecht prof. dr. R. Niessen (een goede vriend van de kersverse PvdA-staatssecretaris en belastingexpert Willem Vermeend) pleitte deze week in Tribuut voor het aftrekbaar maken van de kosten van de klusser en de werkster. 'De voordelen zijn legio: minder verspilling, minder zwart werk, minder uitkeringen en legio nieuwe banen.'

Een ondernemer kan, voordat belasting moet worden betaald, de arbeidskosten van zijn werknemer aftrekken. In de privé-sfeer liggen de zaken anders. 'Waarom zijn de kosten van een secretaresse wel aftrekbaar als produktieve uitgave en een kindermeisje voor een werkende moeder niet?', informeert Niessen, gevraagd om een toelichting.

Een tweeverdiener die na gedane arbeid geen puf meer heeft zelf het huis op te knappen, moet de schilder en timmerman uit zijn after-tax money betalen.'

De gevolgen hiervan zijn volgens Niessen desastreus. Persoonlijke diensten worden in veel gevallen toch maar niet uitbesteed, zodat de 'specialisten' werkloos thuis zitten of het werk zwart en in veel gevallen naast hun uitkering doen.'

Niessen wijst erop dat hooggekwalificeerden in toenemende mate relatief veel geld verdienen. 'De arbeidsmarkt wordt pas efficiënt wanneer zij tal van andere werkzaamheden kunnen overlaten aan specialisten.' Daarom stelt hij voor de persoonlijke diensten op vertoon van een betalingsbewijs - 'net als alimentatie' - als persoonlijke verplichting aftrekbaar te stellen.

Dat kost de schatkist niet alleen geld. Onbenutte arbeidsuren worden gemobiliseerd, de produktie stijgt en zwarte uitgaven worden gewit.

Of hij zijn eigen werkster zwart betaalt?

Niessen wat aarzelend: 'Nou, kijk, ja, eh, dat doet toch iedereen?'

Tot het ministerie van Financien is het idee nog niet doorgedrongen. Alleen de staatsecretaris weet ervan, maar die is niet voor commentaar bereikbaar. Hij vergadert al de hele week met het kabinet over de rijksbegroting.

Gecondoleerd

maar geen

bakje troost

Nederlanders verzekeren zich letterlijk van de wieg tot het graf. Naar schatting vijf miljoen Nederlanders - één op de drie! - hebben zich verzekerd tegen de kosten van een begrafenis of crematie. Van hen hebben vier miljoen Nederlanders een polis bij een grote uitvaartverzekeraar. Nog een miljoen Nederlanders hebben zich ingedekt bij een kleine onderlinge maatschappij.

Een uitvaart kost in Nederland gemiddeld 4700 gulden. Geen gigantische som, maar veel verzekerden nemen een polis om de nabestaanden te vrijwaren van al het 'gedoe'. De zogenoemde naturaverzekeraar regelt immers de gehele begrafenis of crematie. Er zijn echter ook uitvaartverzekeringen, die alleen een bedrag uitkeren.

Uit een onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat de tarieven van de natura-uitvaartverzekering sterk uiteenlopen. Een 25-jarige man betaalt voor een tienjarig-contract bij de Facultatieve 13,25 gulden per maand. Concurrent Amev-Ardanta vraagt voor een contract met dezelfde looptijd 20,42 gulden per maand. Tijdens de looptijd van het contract stijgen de premies, omdat ook de kosten van de uitvaart in de loop van de tijd duurder worden.

Is een uitvaartverzekering daarmee een rendabele belegging of kan de burger beter zelf het geld bijelkaar sparen? Dat hangt er in de eerste plaats uiteraard van af hoe snel men van de verzekering kan profiteren. Maar de kans dat een 25-jarige al op zijn of haar 26-ste of 36ste overlijdt, is vrij gering.

De Consumentenbond die dezelfde sterftetabellen gebruikte als de verzekeraars is gemiddeld genomen sceptisch over de geboden rendementen. In het bovenstaande voorbeeld komt het gemiddelde rendement voor de verzekering van de Faculatieve op ruim 5 procent uit en dat van Amev-Ardanta op 3 procent. Maar bij sommige verzekeraars valt het rendement negatief uit. Vooral als men op oudere leeftijd de verzekering afsluit.

Volgens de Consumentenbond moet niet alleen worden gekeken naar de prijs, maar ook naar de polisvoorwaarden. Een nabestaande die denkt dat bij de uitvaart van een dierbare de portemonnee thuis gelaten kan worden, komt vaak bedrogen uit. In het verzekerde pakket van Dela, de Facultatieve, FUV/CVU en St Barbara zijn bijvoorbeeld de kosten van een bakje troost voor de aanwezigen niet opgenomen. Onderlinge Hulp verzekert het kopje koffie tot maximaal 250 gulden, AVVL betaalt gewoon de rekening.

De gemeente juicht

en de

consument huilt

Riethoven was eigenlijk de eerste gemeente die onlangs met de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen een overeenkomst sloot over de nieuwe Nationale Hypotheek Garantie. Loosdrecht krijgt volgende week officieel de primeur. 'Omdat die gemeente zo graag de eerste had willen zijn', zegt K. Schiffer, directeur van de Stichting Waarborgfonds. In het gemeentehuis van Loosdrecht worden met het nodige feestgedruis de handtekeningen gezet.

Voor de gemeenten lijkt het ook een beetje feest. Vanaf 1 januari vervalt de gemeentegarantie bij het afsluiten van hypotheken. Gemeenten zullen daardoor niet meer opdraaien voor de schade van gedwongen verkoop van woningen. Jaarlijks bespaart ze dat 30 miljoen gulden. Eenzelfde bedrag kan worden bezuinigd op het ambtenarenapparaat dat moest beoordelen of iemand voor een gemeentegarantie in aanmerking zou kunnen komen.

De huizenkoper lijkt minder reden te hebben om de vlag uit te steken. Weliswaar blijft er een garantieregeling bestaan (goed voor een half procent rentevoordeel) maar die zal nu landelijk worden uitgevoerd door de Stichting Waarborgfonds in Zoetermeer.

Deze nieuwe regeling - de Nationale Hypotheek Garantie - is voor huizenkopers in eerste instantie wel aanzienlijk duurder. De leges voor een gemeentegarantie bedragen gemiddeld 360 gulden. Na 1 januari moet aan de Stichting Waarborgfonds 40 gulden aan administratiekosten plus 0,36 procent van de hypotheeksom worden betaald. Wie een huis van twee ton koopt, is bij volledige financiering dus al 760 gulden kwijt voor zijn garantie-aanvraag.

De consument juicht

en de

gemeente huilt

Toch staat de Vereniging Eigen Huis, de belangenbehartiger van de eigen-woningbezitters, niet op haar achterste benen over de nieuwe garantieregeling. Adjunct-directeur J. Nijhof heeft een verklaring. Hij vreest dat de leges van de gemeenten in de toekomst uit de pan zullen rijzen. Tot 1 januari van dit jaar mochten de gemeenten alleen leges vragen bij aanvragen voor garanties bij de koop van nieuwbouwwoningen. Sinds 1 januari mogen ook leges gevraagd worden als garantie wordt gevraagd bij het financieren van de koop van een bestaande woning.

'Vroeger kostte de aanvraag van een gemeentegarantie meestal niets. Daarna werd het een paar tientjes. En sinds 1990 is het vele honderden guldens geworden. Nogal wat gemeenten hebben de garantieregeling als nieuwe melkkoe ontdekt, waarbij de leges zelfs tot boven de zevenhonderd gulden opliepen. Ik noem gemeenten als Zaanstad en Alkmaar.

'Ook gingen gemeenten vaak extra voorwaarden stellen zoals het hebben van een bepaald bedrag aan eigen geld. Daarom zijn we akkoord gegaan met de nieuwe regeling', aldus Nijhof. En er is een ander prettig bijkomend voordeel voor de huizenkoper: voor de aankoop van woningen tot drie ton kan garantie worden aangevraagd. Bij de huidige gemeentegarantie is de grens 2,5 ton.

Maar een aantal gemeenten ligt dwars. Loosdrecht mag dan blij zijn van alle sores rond de gemeentegaranties te zijn verlost, Rotterdam, Den Haag, Groningen, Arnhem en Utrecht zijn dat nog lang niet. Naar eigen zeggen niet, omdat zij de leges zullen missen. Zij vrezen dat het Waarborgfonds veel te ruimhartig garanties zal afgeven aan burgers die verliefd worden op fraai ogende maar verouderde stadspandjes. Daardoor zou het fonds in financiële problemen kunnen komen, waarvoor de gemeenten als achtervangers van de Nationale Hypotheek Garantie alsnog opdraaien.

Rekenen nu juist die gemeenten niet enorme hoge leges? Rotterdam vraagt 328 gulden. Daarmee worden volgens de gemeente net de kosten van het uitvoeringsapparaat gedekt. Groningen rekent 200 gulden, Utrecht 300 gulden. Bij al die gemeenten komt daar echter 125 gulden bij voor het zogenoemde advies dat de gemeente vraagt bij het Bemiddelend Orgaan. Maar daar wordt de gemeente geen cent wijzer van.

Alkmaar is zelfs een beetje boos dat ze door de Vereniging Eigen Huis als duur wordt aangemerkt. 'Afgezien van die 125 gulden die betaald moet worden aan het Bemiddelend Orgaan, vragen wij 124 gulden leges. Dat is samen zeker geen 700 gulden.'

En Zaanstad dan? Die heeft al een voorschot genomen op de toekomst en rekent 0,4 procent van de hypotheeksom.

Meer over