OP=OP

Rechtsbijstandsverzekeraar Arag heeft een eigen netwerk opgebouwd van 24 advocatenkantoren, verspreid over heel Nederland. Voor een vaste vergoeding van 350 duizend gulden krijgen deze kantoren jaarlijks 125 zaken door Arag toegeschoven....

Te dure advocaten

gevangen in

net van Arag

Gaf Arag in 1988 nog vier miljoen gulden uit aan advocaten, vorig jaar was dat bedrag uitgedijd tot maar liefst 16,5 miljoen gulden. Concurrent Das zag in deze kostenexplosie aanleiding om meer zaken intern te gaan afdoen. Maar Arag wil het aantal uitbestede zaken juist verhogen van zo'n duizend tot 2500 à drieduizend per jaar, om de groei van het eigen apparaat te beperken.

Paul Heuperman, algemeen directeur van Arag, verwijt de Nederlandse advocaten 'ongestructureerd korte-termijndenken'. Advocaten mogen hun basisuurtarief van 250 gulden in bepaalde gevallen verhogen met vaste factoren, onder meer voor specialisatie en voor zaken met een spoedeisend karakter. Maar sinds de eens zo stoffige advocaten commercieel hebben leren denken, zijn deze verhogingsfactoren eerder regel dan uitzondering geworden.

'Heel wat kantoren hanteren in de praktijk een standaardtarief van zes- à zevenhonderd gulden per uur', aldus Heuperman. 'Bovendien hebben ze er een gewoonte van gemaakt om onze dekkingslimiet voor advocatenkosten van vijftigduizend gulden per zaak, ook tot de laatste cent te benutten.'

Volgens hem maken de advocaten 'in feite misbruik van hun monopolie', dat is opgebouwd uit twee elementen. De advocaat mag als enige pleiten voor de rechtbank en moet bovendien voor veel zaken verplicht worden ingeschakeld. Toch zien steeds meer advocaten in dat deze comfortabele positie zijn langste tijd heeft gehad, constateert Heuperman. 'Voor ons landelijk advocatennetwerk hebben wij vooral zaken gedaan met kantoren waar een nieuwe, meer commercieel denkende generatie de scepter zwaait.'

Het blijkt te gaan om regionaal bekende advocatenkantoren zoals Van Benthem & Keulen in Utrecht, Prinsen Van der Putt in Eindhoven en Van Anken Knüppe Damstra in Rotterdam. Grote namen zoals De Brauw, Nauta en Loeff ontbreken in het Arag-netwerk. 'Zulke firma's hebben een heel andere doelgroep. Onze polissen zijn vooral bedoeld voor particulieren en voor het midden- en kleinbedrijf.'

Gevangen advocaten

blijven 'neutraal'

over Arag-net

In het geniep wijken advocaten al sinds mensenheugenis af van hun officiële tarieven, waar en wanneer hen dat uitkomt. Maar de speciale prijsafspraak met Arag is wel de eerste, en meteen een zeer substantiële, die in de openbaarheid komt. Hoe meer publiciteit over dit soort deals, hoe meer de officiële tarieven zullen worden uitgehold.

Het is dan ook des te opmerkelijker dat de bedenker en bewaker van die tarieven, de Orde van Advocaten, volgens Paul Heuperman 'van het begin af bij het plan is betrokken en er volledig achter staat'. Als het Arag-netwerk een jaar heeft gedraaid, mag de Orde zelfs een onafhankelijke accountant aanwijzen om te onderzoeken of de vaste vergoeding de kwaliteit van de geboden rechtshulp niet onder druk zet.

Opereert Arag inderdaad met instemming van de Orde? 'Nou, met ons medeweten', corrigeert Orde-woordvoerder Frederik Heemskerk. 'We staan er verder neutraal tegenover.' Van de afspraak over de accountant kan hij zich niets herinneren. 'Het kan zijn dat Heuperman dat heeft voorgesteld, maar wij hebben daar niet bij voorbaat uitdrukkelijk mee ingestemd.'

Het neemt allemaal niet weg dat de advocaten dezelfde weg lijken te gaan als de makelaars en de notarissen, die onder druk van Economische Zaken hun vaste prijzen al eerder aanpasten of lieten varen. 'Nee nee nee', roept Heemskerk bijna vertwijfeld. 'Die vergelijking gaat volledig mank, ik kan daar niet duidelijk genoeg over zijn. Advocaten hebben namelijk helemaal geen vaste prijzen. Zij zijn zo vrij als een vogeltje om van de aanbevolen tarieven af te wijken en in de praktijk doen zij dat ook heel vaak.'

Toch beleggen de baliekluivers in september een speciale Orde-vergadering over, inderdaad, hun tarieven. Twee mogelijke aanpassingen zullen daarbij met name worden besproken. Heemskerk somt ze op: 'Ten eerste kan de advocaat, veel meer dan nu gebeurt, de kosten van een zaak vooraf begroten, zodat de cliënt weet waar hij aan toe is. Ten tweede willen we bekijken of, en zo ja hoe, we het verschil tussen een gewonnen en een verloren zaak in de honorering tot uitdrukking kunnen brengen.'

Was met Omo Power,

spoel na met

koffie van Unilever

Eén Omo Power-schandaal en het is meteen hollen of stilstaan met Unilever, tot voor kort toch een monument van degelijkheid en standvastigheid. Bevatte Omo Power zogezegd te veel stimulerende middelen, de koffie die het BritsNederlandse concern produceert, blijkt in sommige gevallen juist weer te slap te zijn.

Een rechter in Auckland, Nieuw-Zeeland, heeft Unilever onlangs veroordeeld tot een schadevergoeding wegens misleidende reclame. Unilever verkoopt daar al meer dan tien jaar koffie van het merk Robert Timms. In de meeste supermarkten staat Robert Timms in het schap broederlijk schouder aan schouder met de lokale Douwe Egbertsen.

Maar Robert Timms leeft boven zijn stand: het blijkt, letterlijk, geen zuivere koffie te zijn. Robert Timms bestaat namelijk voor 30 procent uit poederkoffie, zonder dat de verpakking daarover klare koffie schenkt.

De distributeur van een concurrerend koffiemerk diende een klacht in. Onzin, betoogden de advocaten van Unilever, want de klanten zijn heel tevreden over Robert Timms. Met dat verhaal was de rechter snel klaar. Het recht om de samenstelling van een produkt te weten is in de wet vastgelegd, aldus de magistraat, en daar doet het feit dat de consument graag in illusies leeft, bijvoorbeeld door honde- en kattevlees met smaak te verorberen als ware het afkomstig van een echte koe, niets aan af.

Hij veroordeelde Unilever tot betaling van de proceskosten van 42.500 Nieuwzeelandse dollar, ongeveer 47 duizend gulden, en van een nader te bepalen schadevergoeding aan Robert Harris, die wordt geraamd op enkele honderdduizenden guldens. Unilever bestrijdt dat de verpakking misleidend is en is van het vonnis in hoger beroep gegaan.

Fietsen

tegen de

fiscus

Een nieuwe actiegroep doet de belastingdienst op zijn grondvesten schudden. Fietsende Ambtenaren Naaldwijk (FAN) peddelt al jaren ten strijde tegen het schrijnende onrecht dat forensen per fiets dezelfde lage vaste aftrek moeten hanteren als belastingbetalers die per auto pendelen tussen woning en werk. Het hoogste 'reiskostenforfait' geldt alleen voor woon-werkverkeer per openbaar vervoer.

De reden is, dat bij Financiën de zorg om het milieu minder zwaar weegt dan de achterdocht jegens de belastingbetaler. Volgens de fiscus valt namelijk niet te controleren of de forens niet eerst zijn fietskosten aftrekt, om vervolgens toch stiekem per auto naar zijn werk te gaan.

Met een heuse enquête ontdekten de wakkere Naaldwijkse beambten, dat veel plaatselijke overheden het wantrouwen op rijksniveau allang hebben overwonnen. Zo maakt de gemeente Dordrecht gebruik van leasefietsen. Monster en Maarssen verstrekken hun ambtenaren fietsen in bruikleen of geven ze gewoon cadeau.

Andere gemeenten geven fietsvergoedingen in allerlei vormen: twintig gulden bruto per maand voor een reisafstand van minder dan tien kilometer, vijf gulden netto per kilometer per kwartaal, honderdvijftig gulden bruto per jaar bij een afstand van minder dan zes kilometer, honderd gulden aan fietsbonnen per jaar of een vergoedingsregeling voor de fietsenmaker.

Maar de fiscus geeft zich niet zo maar gewonnen. Vergoedingen in natura zijn in principe belast en gewone kostenvergoedingen gebonden aan strenge grenzen. Willekeur van de inspecteurs completeert het mijnenveld. Sommige inspecteurs wilden de waarde van een gemeentefiets voor 100 procent belasten, omdat de werknemer zich de kosten van een eigen fiets bespaart.

Dankzij de fietsersbond ENFB heeft Financiën inmiddels schoorvoetend een regeling getroffen. Mits de fietsende beambte een eigen bijdrage betaalt van honderdvijftig gulden, is de gratis gemeentefiets belastingvrij en kan de gemeente fietskosten tot het forfait vergoeden. Zonder die eigen bijdrage moet eenzelfde bedrag bij het belastbaar inkomen worden opgeteld. Voorwaarde is wel, dat de gemeentefiets slechts eens per vijf jaar wordt verstrekt. Ook onbelast blijven 'onbeduidende' vergoedingen in natura - tot driehonderd gulden.

Meer over