Op North Sea Jazz overheerst 'De Traditie'

North Sea Jazz duurde afgelopen weekeinde korter dan voorgaande jaren. De 29ste editie van het festival begon elke dag iets later en hield ook wat eerder op....

Gelukkig biedt North Sea Jazz het publiek in drie dagen tijd nog steeds de mogelijkheid tot een fikseoverdosis. Die vijfentwintig afwezige bands werden op tweehonderd concerten niet gemist. Wel zaten er in het tijdsschema te veel 'zwarte strepen' momenten waarop vrijwel niemand speelde. Het zorgde ervoor dat je vaak een onaangenaam groot deel van de 70 duizend bezoekers tegenkwam op de enige plek waar wel een concert plaatsvond.

Bij de afslanking van het programma lijken vooral de alternatieve en verrassende bands het te hebben moeten ontgelden. Het overkoepelende thema van North Sea Jazz 2004 is samen te vatten als: De Traditie. In plaats van nieuwe ontwikkelingen te signaleren en te stimuleren, bood het festival vooral een staalkaart van artiesten die al een contract hebben bij een grote platenmaatschappij.

De Traditie is ook hartstikke leuk, zo bewees oude rot McCoy Tyner. Het trio van de voormalige pianist van John Coltrane stond vrijdagavond in vuur en vlam. Net of de band een onhoorbare Coltrane stond te begeleiden. Als je de saxofoongod er zelf bij dacht was het weer even 1967.

Het concert van Charlie Haden's New Liberation Music Orchestra deed daarentegen in niets denken aan de glorietijd van het orkest. Het engagement was verdwenen en daar was lusteloosheid voor in de plaats gekomen. Merkwaardig dat een volledig nieuwe bezetting van jonge honden zo uitgeblust kan klinken. Het ooit anarchistische Liberation Music Orchestra is een merknaam geworden die niet meer garant staat voor kwaliteit.

De traditie van de vrije jazz met een maatschappelijke boodschap werd beter gepropageerd door de jonge Britse saxofonist Danys Baptiste. Zijn elfkoppige band met onder meer viool en cello speelde zijn 'Free at Last'-suite voor een groot scherm met beeldenvan volksdemonstraties, knuppelende ME-en vallende bommen. Zo werd de boodschap wel erg onontkoombaar, maar gelukkig bood de muziek luchtige momenten en toonde Baptyste zich een relaxed podiumdier.

De Europese improvisatietraditie werd onder meer vertegenwoordigd door twee absolute toppers: de klarinettisten Louis Sclavis en Michel Portal. Van hen verwacht je de gebruikelijke Franse, door moderne klassieke muziek gei¿nspireerde kwaliteits-avantgarde. Maar ze kwamen verrassend origineel uit de hoek met een kwartet dat heftige drum 'n' bass-, ja zelfs garage-achtige ritmes speelde. Het bleef zware kost, maar saai was het zeker niet.

Evan de leukste dingen van North Sea Jazz blijft de mogelijkheid om op de bonnefooi bij een onbekende band binnen te lopen, met de kans onverwacht te wordenmeegeleept. Zo pakte de Italiaanse gitarist Nicola Conte de Mondriaanzaal volledig in met zijn hartverwarmende sixties-jazz. De achtkoppige band met onder meer vibrafoon, bongo's en veelal woordloze zang van Cristina Zavalloni maakte subtiel duidelijk dat camp nu echt passs. Met volle overtuiging en technische perfectie liet Conte horen waarom Europese cocktail-en filmjazz van veertig jaar geleden zo goed kan zijn: het was eerlijk en vrij van pretentie, in tegenstelling tot veel bekende acts op North Sea.

Omdat de kleinen nu eenmaal bestaan bij gratie van de groten geldt voor North Sea Jazz ondanks alles: hoe groter hoe beter. Hopelijk blijft de al iets uitgedunde marge bestaan wanneer het festival naar Rotterdam verhuist. Maar eerst is volgend jaar nog de allerlaatste editie in Den Haag.

Meer over