Op naar het Akkoord van Blaricum

Ondanks een bescheiden economische groei van 0,1 procent ging er in het derde kwartaal een recordaantal van 46 duizend banen verloren. Dat is, om het te vertalen naar de belevingswereld van de kiezer zoals bewindslieden graag doen, ruwweg de hele werkgelegenheid in een gemeente als Leiden of Delft. In dat tempo ben je in anderhalf jaar alle banen kwijt in Den Haag of Rotterdam en zit binnen twee jaar heel Amsterdam zonder werk. Elke twee uur verdwijnt een volledige VVD- of PvdA-fractie. Elk uur een compleet kabinet, staatssecretarissen incluis. Elke drie minuten een premier, fractieleider of misschien wel uw baan.


Dat voor Nederland, na Cyprus en Slovenië, ook voor volgend jaar de laagste groei binnen de eurozone is voorspeld, laat zich eenvoudig verklaren. De laatste twee jaar daalden de Nederlandse overheidsuitgaven met 1,4 procent. In Duitsland, waar de staatsschuld nog altijd hoger is dan in Nederland, namen die juist toe met 2,1 procent. Groeide in Duitsland de laatste vier jaar de private consumptie met 5 procent, in Nederland nam die af met 4,5 procent. Niet bepaald een uitnodiging tot investeren, dit jaar dalen de investeringen in Nederland dan ook met 8,5 procent.


54 miljard aan lastenverhogingen en bezuinigingen hakt er in. Maar het is niet alleen de zuinigheid van politici. Ook in de markt is iets geks aan de hand. Waar Duitse werknemers sinds 2010 hun reële inkomen met 4 procent zagen toenemen, kregen de Nederlandse werknemers er niets bij. Ondertussen noteert Nederland een ongekend en groeiend exportoverschot, aanzienlijk groter ook dan dat van die andere exportkampioen: Duitsland. Ook de besparingen van Nederlandse bedrijven bereiken recordhoogtes.


Volop ruimte dus om ook hier de lonen te laten stijgen. Wat weerhoudt de vakbonden van stevige looneisen? Hoogleraar Arnoud Boot spreekt van het 'syndroom van Wassenaar'. Sinds werkgevers en werknemers in 1982 in dat lommerrijke villadorp afspraken voortaan de loonontwikkeling te 'matigen' is dat het standaardrecept voor elke kwaal. Waar de hond van dokter Pavlov onbedaarlijk begon te kwijlen als hij het belletje hoorde dat de komst van zijn bot aankondigde, beginnen de polderheren en -dames de lonen te matigen zodra ze aan de economische einder donkere wolken ontwaren. Wim Kok en zijn poldermodel werden hiervoor in de jaren '90 door president Bill Clinton aan de hele wereld ten voorbeeld gesteld.


Gelukkig hangt verandering in de lucht. Volgens Jaap Smit, voorzitter van vakbond CNV, doet deze 'reflex' ons nu 'meer kwaad dan goed'. Binnen de vakbond ligt het wel gevoelig dat hierdoor de inkomensverschillen zullen toenemen. Maar loonsverhoging waar dat kan, is nodig om een nieuw evenwicht tussen de sectoren te bereiken. Nivellering tussen de allerhoogste en allerlaagste inkomens is en blijft ook nodig. Sinds de jarenzeventig zijn de reële inkomens van de 10 procent armsten met 30 procent gedaald. De helft van de Nederlanders heeft geen of een negatief vermogen, de 10 procent meest vermogenden bezitten 70 procent van al het financieel vermogen. Dat helpt niet om de bestedingen op peil te houden. De zoveelste duizend euro op de bank- of beleggingsrekening stimuleert de uitgaven niet meer. Ondertussen moeten de armsten zich steeds meer ontzeggen. Ouders die de feestdagen met zorg tegemoet zien vanwege de kosten van kerstboom, kalkoen en cadeaus. Dat is, buiten Wassenaar, steeds vaker de realiteit.


Ik heb me altijd verbaasd over de ironie dat de Nederlandse werknemer zijn gelofte van matigheid heeft afgelegd in Wassenaar; de gemeente waar 9 procent van de huishoudens meer dan een miljoen euro op de bankrekening heeft staan. Overigens moet Wassenaar daarmee Blaricum nog voor laten gaan. Daar is één op de tien huishoudens miljonair.


Het Wassenaarse recept is uitgewerkt, een nieuwe tijd vraagt om een nieuwe aanpak. Nederland heeft behoefte aan een nieuw akkoord dat de bestedingen aanjaagt door slapende besparingen, bij bedrijven, vermogenden en in de pensioenpot, te activeren. En, zeker zo belangrijk, dat de sociale samenhang versterkt. Een gelijkmatiger verdeling van de welvaart kan wonderen doen voor de electorale rust en daarmee voor de economische stabiliteit. Over tien jaar mag de Nederlandse premier dan in het Witte Huis uitleggen hoe Nederland, in het diepst van de crisis, zich aan zijn eigen haren uit het moeras heeft getrokken. Het Akkoord van Blaricum zal aan heel de wereld ten voorbeeld worden gesteld.

Meer over