Op geld wordt niet gelet

GEORGE Cukor, regisseur van The Philadelphia Story, Gaslight en My Fair Lady, poseerde eind jaren dertig voor Vanity Fair. Het tijdschrift laat Cukor over een studioterrein wandelen met aan zijn armen acht van zijn hoofdrolspeelsters, onder wie Joan Crawford en Paulette Goddard....

De vrouwen vermaken zich opperbest. Gehuld in avondkleding lusten zij de wereld rauw. Ook Cukor heeft goede zin, al oogt hij minder op zijn gemak dan de actrices. In George Cukor and the women - Vanity Fair geeft foto's soms namen - hebben de vrouwen dezelfde status als de man. De actrices, ontsnapt aan vaat en naaimachine, werpen hun schaduwen vooruit naar de zelfbewuste vrouwen van de jaren negentig. Katherine Hepburn, Cukors oogappel, kwam voor de foto met haar ontdekker zelfs niet eens opdagen.

Tussen de jaren dertig en de jaren negentig dienden zich een wereldoorlog, een Vietnamoorlog en een seksuele revolutie aan, maar Vanity Fair liet zich niet van de wijs brengen, ook al stierf het blad vlak voor de Tweede Wereldoorlog een zachte dood. Na de wederopstanding in 1983 trommelt Vanity Fair voor de jaarlijkse coverfoto gewoon weer de opvallendste talenten op, zoals in de jaren '30 gebruikelijk was.

In 1995 viel tien actrices de eer te beurt. De avondjurk van Cukors vrouwen is inmiddels ingeruild voor lingerie. De lach maakte plaats voor een zelfbewuste blik. Annie Leibovitz zette met het portret van 'lichting 1995' de moderne vrouw neer. Uma Thurman in ultrakort hemd. Nicole Kidman in doorkijkpak, met haar handen over het kruis. Gehurkt, in zwart ondergoed en op zilveren hakken, kijkt Jennifer Jason Leigh plagerig in de lens. Sexy glamour als bewijs van onafhankelijkheid.

Foto's zijn in Vanity Fair nooit zomaar plaatjes. Ze vertellen verhalen. Onder het motto high brow on low culture verheft het blad zichzelf tot de officiële geschiedschrijver van Hollywood. Vanity Fair hanteert geen geheime agenda; het blad is een loflied op individuen die breken met de anonimiteit. Verscheidenheid en allure, dáár is het om te doen. Op geld wordt niet gelet. Uitgever, mediamagnaat én voormalig Victory Boogie Woogie-eigenaar S.I. Newhouse beschouwt Vanity Fair als een uithangbord dat iets mag kosten; hardnekkig is de mythe over redactieleden die op en neer vliegen naar Europa om enkele feiten te checken.

In Vanity Fair's Hollywood bundelen redacteuren Graydon Carter en David Friend de hoogtepunten uit de geschiedenis van het blad. Het duo pluisde 470 nummers door, met werk van huisfotografen als Edward Streichen, Cecil Beaton, Annie Leibovitz, Helmut Newton, Herb Ritts en Bruce Weber. De opvallendste portretten werden vervolgens op doeltreffende wijze gerangschikt. Niet de chronologie telt, maar het thema of de pose. De geschiedenis van Vanity Fair wordt zodoende een storyboard over roem. Met flash backs, snappy shots en talrijke uitgesponnen momenten.

Een close-up van Meryl Streep uit 1982 komt te staan tegenover een close-up van Gloria Swanson uit 1928. Catherine Deneuve, in rode, laag uitgesneden jurk, opent een deur van een hotelkamer op een linkerpagina. Op de pagina ernaast krijgt Deneuve gezelschap van latin lover Rudolph Valentino, die de indruk wekt juist bij de femme fatale te hebben aangeklopt. Ook sterk: Harold Lloyd, de Mr. Average uit de jaren twintig, pal naast Tom Hanks in een slecht zittend pak.

Geschreven bijdragen zijn er ook, al moet, volgens de traditie van Vanity Fair, heel wat worden gebladerd om de stukken te vinden. Zodra de producties van oud-medewerkers opduiken, is het meteen raak. D.H. Lawrence's zoektocht naar de betekenis van sex appeal, gepubliceerd in 1929, kan gisteren geschreven zijn, evenals de ironische bijdrage van Dorothy Parker uit 1918, die overigens kort daarop de laan uitvloog omdat haar stukken te negatief waren.

Voor dat probleem - zinvol schrijven zonder de contacten kapot te maken - is inmiddels een oplossing gevonden. In Vanity Fair's Hollywood komt de zwarte kant van Hollywood wel aan bod, maar alleen in verleden tijd. Patricia Bosworth reconstrueerde in 1999 de moord die Lana Turners dochter veertig jaar eerder pleegde op haar moeders minnaar. De gekte tijdens de opnamen van Cleopatra (1962), inclusief de ophef over de relatie tussen hoofdrolspelers Richard Burton en Elizabeth Taylor - 'het lijkt wel of ik met Nikita Chroetsjov neuk!', zei Burton op de set - werd pas in 1998 en detail beschreven. En in een recent interview met casting agent Sue Mengers - hot in de jaren zeventig - krijgt het blad greep op het valse spel dat sterren twee decennia geleden speelden om de door hen begeerde rollen te bemachtigen.

Vanity Fair's Hollywood zet de wereld op zijn kop. De klasse van het blad geeft Hollywood cachet, en niet andersom.

Meer over