‘Op de mulo had ik een 9 voor geschiedenis’

In Kaaskoppen & Waterlanders gaat Ernst Daniël Smid (54) vanavond op zoek naar de idealen en drijfveren van grootheden in de vaderlandse geschiedenis....

Waarom presenteert juist u dit programma? U bent toch een operazanger?

‘Ik ben begonnen met verhalen te vertellen over componisten in het televisieprogramma Una Voce Particolare. En toen zeiden ze bij de NCRV: dat doe jij zo aardig, probeer nou eens iets met de geschiedenis van Nederland. Ik ben namelijk gek op geschiedenis. Op de mulo had ik er een 9 voor.’

Wat is de meest voorkomende drijfveer onder de grootheden?

‘Tja, dat is heel moeilijk. Wat is de drijfveer van Vincent van Gogh, die tegen alle stromingen in lelijkheid tot schoonheid verhief en daar zo stapelgek van werd dat ie zichzelf maar in zijn borst heeft geschoten? Ik weet het ook niet. In twaalf minuten per item kan ik dat moeilijk doorgronden. Ze hebben in ieder geval allemaal de kop boven het maaiveld uitgestoken. En, soms tegen beter weten in, een weg gevonden waarop wij nog steeds kunnen wandelen. Dat is iets wat mij aan iedereen opvalt.’

Een andere overeenkomst is dat ze tijdens hun leven geen erkenning kregen. Is dat bij u ook niet het geval? De afgelopen tien jaar heeft u veel negatieve recensies gekregen. Wat doet dat met een mens?

‘Als je op mijn naam zoekt in het archief van NRC Handelsblad zal je de afgelopen tien jaar niet één goede opmerking over mij lezen. Ik wil mezelf absoluut niet vergelijken met een Vincent van Gogh, maar die negatieve benadering trekt natuurlijk trekt wel een wissel op mensen. Ik ken genoeg zangers en zangeressen die daarom zijn gestopt. Je kunt honderd goede recensies krijgen en één slechte, en je ligt ziek in bed. Zo is het nou eenmaal. We zijn allemaal ijdel.’

Uw motto is: ik ben niet de man die alles kan, maar wel de man die heel veel heeft geprobeerd. Is dat niet een funeste instelling om een grootheid te worden?

‘Dat hoeft niet. Was het niet Rousseau die zei: ik heb zo veel geprobeerd, maar er is zo weinig gelukt. Ik weet niet meer wie... Wie zei dat ook al weer? Op zijn sterfbed. Een hele beroemde man in ieder geval. Dus ik ben in goed gezelschap.’

Toch denkt u niet lichtvoetig over uw werk. Als uw vrouw problemen zou hebben met uw zangcarrière, had u haar de deur uitgezet en als uw stem het zou laten afweten, acht u de tijd rijp om naar een pistool te grijpen...

‘Ja. Zingen is mijn ding. Mijn alles. Als dat er niet meer zou zijn, moet er wel heel veel tegenover staan, wil ik dat overleven. Maar ik denk zeker niet dat ik een grootheid ben.

‘Ik ben ook niet zo ongelooflijk opgefokt als de echte grootheden Franco Corelli en Jussi Bjorling, die naar de drank of de pillen moeten grijpen om het podium op te durven. Ik kan dingen heel behoorlijk, ik kan best knap zingen, maar verder ben ik niemand. Ik doe de dingen gewoon. Ik pretendeer helemaal niks.’

Nathalie Huigsloot

Meer over