Reportage

Op de mijnenvelden van Cambodja redden ratten mensenlevens

null Beeld Antoine Raab
Beeld Antoine Raab

Op de grens tussen Thailand en Cambodja ligt een van de grootste mijnenvelden ter wereld. Om de vele mijnen en niet-geëxplodeerde oorlogsresten te detecteren en op te ruimen, maken de Cambodjanen gebruik van Tanzaniaanse hamsterratten, die speciaal getraind zijn door ngo Apopo.

De zon is net op, als de geelbruine Afrikaanse hamsterrat Magawa uit de laadbak wordt gehaald. Zijn lange staart en grote oren glimmen nog een beetje, want hij is voor vertrek ingesmeerd met zonnebrandcrème, tegen de felle Cambodjaanse zon.

Verderop staan twee begeleiders in kaki uniform het mannetje op te wachten. Ze geven hem een stukje banaan en doen hem zijn riem om. Daarna wordt hij op een recent gemaaide strook grasland gezet. Zijn begeleiders kiezen positie aan weerszijden van de strook en houden elk een uiteinde van de riem vast, om Magawa te helpen in een rechte lijn heen en weer te lopen. Zodra het knaagdier bij een van hen is aangekomen, schuift hij een stukje op en zet dan weer koers naar de overkant.

De ruim een kilo wegende hamsterrat steekt positief af bij de grijze exemplaren met roze staart die je in Nederland weleens door de goot ziet scharrelen. Magawa blijft probleemloos op je schouder zitten en oogt met zijn glanzende, dikke vacht meer als een knuffeldier. Daarnaast is hij een stuk groter en kijkt hij je aan met een bijna wijze oogopslag. En hij redt levens.

Met ferme stappen loopt Magawa over het gras. Al snuivend beweegt hij zijn kop heen en weer. Soms schudt de rat met zijn hele lichaam, als hij weer zo’n jeukende grasspriet tegen zijn vacht heeft gevoeld.

Opeens houdt hij stil. Hij steekt zijn neus in de hoogte en begint rondjes te lopen. Wrijft met zijn voorpoten over de neus, en snuift dan nog eens. Dan weet hij het zeker. Met zijn kop bij de grond begint hij met zijn voorpoten kleine graafbewegingen te maken.

Het kan niet missen: de rat heeft weer een landmijn gevonden.

Medaillewinnaar

De 7 jaar oude Magawa is een van de 37 Afrikaanse hamsterratten (Cricetomys ansorgei) die door de Belgische hulporganisatie Apopo worden gebruikt om landmijnen op te sporen in Cambodja. Magawa is met afstand de productiefste van het stel. In de afgelopen jaren spoorde hij maar liefst zeventig landmijnen en andere explosieven op.

In september werd de rat uit het Tanzaniaanse Morogoro klein wereldnieuws, toen hij van de Britse dierenorganisatie PDSA een prijs kreeg voor ‘dierenmoed’. De medaille, die sinds 2002 wordt uitgereikt, is bedoeld voor dieren die op een exceptionele manier mensen helpen. Tot dusver ging de prijs altijd naar een hond.

null Beeld Antoine Raab
Beeld Antoine Raab

Apopo traint de ratten om TNT te detecteren, de explosieve stof die in landmijnen en andere explosieven zit. Ratten hebben een bijzonder goed reukvermogen en ze kunnen dankzij hun geringe gewicht over mijnen lopen zonder dat die exploderen. Apopo koos voor de Afrikaanse hamsterrat omdat ze relatief oud kunnen worden – 8 jaar – en omdat ze immuun zijn voor veel tropische ziekten. De ratten worden getraind in Tanzania, waar Apopo samenwerkt met een lokale universiteit. In 2006 werden ze voor het eerst ingezet, in Mozambique. Daarna volgden Angola, Zimbabwe en sinds 2016 ook Cambodja.

Rode Khmer

In Cambodja werkt de organisatie in de noordelijke provincie Preah Vihear. Aan de horizon is een beboste bergrug te zien die de grens met Thailand markeert. Dat gebied was tot eind jaren negentig de schuilplaats van de Rode Khmer, de communistische terreurbeweging die Cambodja van 1975 tot 1979 regeerde en daarbij naar schatting 1,7 miljoen burgers de dood in joeg. In 1979 werd het regime door de Vietnamezen naar de jungle verjaagd. In hun kielzog lieten ze honderdduizenden mijnen achter.

Om de Rode Khmer buiten te houden, legde het Vietnamese leger op zijn beurt langs vrijwel de gehele Thais-Cambodjaanse grens een landmijngordel aan. Het resultaat was een van de grootste mijnenvelden ter wereld: 700 kilometer lang en 500 meter breed met een mijndichtheid van soms wel drieduizend stuks per vierkante kilometer.

null Beeld

En dan waren er nog de Amerikanen. Die gooiden tijdens de Vietnamoorlog in de jaren zestig en zeventig miljoenen bommen op het oostelijk deel van Cambodja, om te verhinderen dat strijders uit Noord-Vietnam via Cambodjaans grondgebied – het Ho Chi Minh-pad – het zuiden zouden bereiken. Het neutrale Cambodja werd zo een van de zwaarst gebombardeerde landen in de geschiedenis. Veel van deze explosieven, zoals clusterbombollen, weigerden dienst en vielen intact op de Cambodjaanse grond.

Zo is Cambodja bezaaid met landmijnen en niet-geëxplodeerde oorlogsresten. Conservatieve schattingen gaan uit van 4 miljoen stuks, maar het zouden er ook 10 miljoen kunnen zijn. En dat voor een land dat slechts vierenhalf keer groter is dan Nederland.

Bloederig

De tol is hoog. Vorig jaar raakten gemiddeld vijf Cambodjanen per maand betrokken bij een mijnongeval. Er vielen 17 doden en 58 gewonden. Bij 12 slachtoffers moest een ledemaat worden geamputeerd. Gemiddeld gaat het in een op de vijf gevallen om spelende jongetjes.

null Beeld Antoine Raab
Beeld Antoine Raab

Waar de mijnenvelden liggen, is niet altijd duidelijk. De Cambodjaanse overheid, die de operatie coördineert, baseert zich op gegevens van de Amerikaanse luchtmacht, de administratie van het Cambodjaanse leger en getuigenverklaringen. Maar de Vietnamezen en de Rode Khmer, die zelfs kinderen mijnen liet leggen, hielden geen administratie bij.

Apopo kreeg het district Choam Khsant toegewezen. Dit is de op één na bloedigste regio van het land. Gemiddeld voltrekt zich hier elke acht weken een mijnongeluk. Alleen al op het huidige mijnenveld vonden de ratten in vier maanden tijd 43 landmijnen en 33 stuks ‘niet-geëxplodeerd oorlogsmateriaal’, zoals mortieren, raketten en granaten. Door wie ze zijn gelegd, is niet te achterhalen. De ratten vonden zes verschillende type mijnen, van Russische, Vietnamese en Chinese makelij.

Bananen en klikgeluiden

Met een zwart scherfwerend vest aan en op het hoofd een witte helm met gezichtsbeschermende plaat, gaan we het land op. Tussen de velden zijn paden aangebracht die met een metaaldetector zijn gecontroleerd. Met een speciale maaimachine zijn een dag eerder de stroken gekortwiekt, zodat de ratten er makkelijker overheen kunnen lopen.

Op het veld kijkt teamcoördinator Shirima Vendelin (52) toe hoe twee van zijn medewerkers en een rat een strook afwerken. Het was Vendelin die eind jaren negentig voor Apopo de Tanzaniaanse wildernis in ging om de eerste hamsterratten te vangen. Hij maakte de ontwikkeling van het trainingsprogramma van dichtbij mee.

‘We trainen de ratten door ze te belonen met voedsel, zoals een stukje banaan en pinda’s. Ook laten we een klik-geluid horen op het moment dat ze TNT herkennen. De dubbele bevestiging werkt als een katalysator’, zegt Vendelin. ‘Dat herhalen we eindeloos. TNT, voedsel, klik. Totdat ze de TNT geen enkele keer meer overslaan.’

null Beeld Antoine Raab
Beeld Antoine Raab

Als ze ongeveer een jaar oud zijn en een ontmijningsexamen hebben afgelegd, zijn de ratten klaar om overgevlogen te worden. In Cambodja kunnen ze na een wenperiode aan de slag. ‘Het TNT heeft een geurhandtekening die de ratten overal herkennen’, aldus Vendelin. ‘Wat ook helpt, is dat de landmijnen hier al lang liggen. De geur wordt met de tijd sterker en de hitte en het vocht vormen een ideale geurbrug.’

Vendelin is onder meer verantwoordelijk voor het opleiden van de rattenbegeleiders. ‘Het belangrijkste is dat ze de bewegingen herkennen die de rat maakt als hij iets heeft gevonden.’

Een complicerende factor is dat ratten verschillende karakters hebben. De een loopt vastbesloten en snel, als een voetganger in New York. Als zo’n rat stopt, moet je echt goed opletten. Andere ratten nemen hun tijd, kijken de hele tijd om zich heen. Dan is het juist belangrijk om niet de concentratie te verliezen. Wat helpt, is dat de begeleiders altijd in paren werken.

Graven naar een explosief

Dan komt het nieuws door dat Magawa iets heeft gevonden. Vendelin belt naar de collega’s verderop en even later doemt het silhouet op van Pov Thy (48) en zijn metaaldetector. Pov is rattenbegeleider, maar ook getraind om mijnen op te ruimen. Met 27 dienstjaren is hij een van de meest ervaren krachten.

Nadat hij de metaaldetector heeft gekalibreerd, zet de in een bruin uniform en gele legerschoenen gehulde Pov voorzichtig een paar passen op de mijnstrook. Met de detector voor zich uit beweegt hij voetje voor voetje richting het punt dat door Magawa is aangemerkt. Een tijdlang is alleen de wind te horen die over de vlakte raast, tot de detector een snerpend hoog geluid laat horen, als een tandartsboor die op een kies wordt gezet.

Nadat Pov de ruimte heeft gemarkeerd waarbinnen het explosief moet liggen, kan hij beginnen met graven. Niet recht naar beneden, want dan is de kans groot dat hij de mijn laat ontploffen. In plaats daarvan benadert de Cambodjaan het explosief van opzij. Hij haalt het gras weg en graaft met een schepje voorzichtig naar de mijn toe.

null Beeld Antoine Raab
Beeld Antoine Raab

De rest van het team houdt afstand. Wanneer ontmijners gewond raken of omkomen, is het meestal gedurende deze fase. Vrijwel elk jaar gaat het fout. In maart 2020 nog kwamen een Australische en een Cambodjaanse ontmijner om het leven. Overal loert het gevaar. Het komt voor dat de mijn is gedraaid, bijvoorbeeld als gevolg van zware regenval, waardoor je juist vanaf de zijkant op het ontstekingsmechanisme stuit. Soms blijkt het geen mijn te zijn, maar een granaat.

Pov is het object nu dicht genaderd. Hij steekt een dunne metalen stok in de aarde om te voelen waar het explosief precies ligt. Hij graaft weer een beetje, voelt weer, graaft nog een stukje weg, voelt nog eens, tot hij op iets hards stuit. Milimeter voor milimeter haalt Pov meer zand weg. Weer klinkt minutenlang alleen het geluid van de wind, terwijl de Cambodjaan op zijn knieën de mijn blootlegt. Minuten gaan voorbij.

Dan staat Pov op, draait zich om naar de rest en roept: ‘Mijn gevonden.’

In het gat dat Pov heeft gegraven, is een roestkleurige cilindervormig object zichtbaar. De Apopo-medewerkers zien het meteen. Dit is een Type 69, een in China gefabriceerde landmijn, die bedoeld is om zo veel mogelijk slachtoffers te maken doordat na ontsteking 240 fragmenten in een straal van 50 meter alles doorboren wat ze op hun pad vinden. De mijn zal later op de dag gecontroleerd tot ontploffing worden gebracht.

Donorgelden

Officieel heeft Cambodja zich ten doel gesteld in 2025 mijnenvrij te zijn, maar experts weten dat dit nooit gaat lukken. Volgens een voorzichtige schatting moet nog 400 vierkante kilometer land worden geïnspecteerd, terwijl jaarlijks 30 vierkante kilometer wordt ontmijnd. Bovendien stuiten burgers en ontmijners regelmatig op nieuwe, niet-gedocumenteerde mijnenvelden. Voor de Cambodjaanse overheid en de vijf actieve internationale ontmijningsorganisaties lijkt het soms vechten tegen de bierkaai.

Ngo’s als Apopo zijn ook afhankelijk van donorgelden. Ontmijnen is arbeidsintensief en dus kostbaar. De meestgebruikte methode is de metaaldetector. Dit is relatief tijdrovend, omdat iemand met de detector elke vierkante meter moet controleren. Daarnaast reageert het instrument op alle stukken metaal onder de grond. Al die plekken moeten worden gecontroleerd. De ratten werken sneller en efficiënter, en daarmee ook goedkoper, stelt Apopo. Een stukje land ter grootte van een tennisbaan doet een rat in 30 minuten, een man met een detector kost dat vier dagen.

Maar ook ratten hebben hun beperkingen. Je moet eerst alle vegetatie weghalen voor ze hun werk kunnen doen. En als ze iets vinden, heb je nog altijd de metaaldetector nodig om de vondst te verifiëren. Bovendien kunnen de Tanzaniaanse ratten slechts een paar uur per dag worden ingezet.

null Beeld Antoine Raab
Beeld Antoine Raab

De druk op de Cambodjaanse overheid en de betrokken ngo’s is groot. Elke dag dat een mijn in de grond blijft liggen, is weer een kans dat een kind erop gaat staan. Daarnaast heeft de aanwezigheid van mijnen ook sociale en economische gevolgen. Op mijnenland kan niet worden gewoond of geboerd en kunnen geen bedrijven worden gevestigd.

Als de Apopo-ratten het terrein in Choam Khsant hebben afgewerkt, wordt het gebied vrijgegeven aan de eigenaren. Onder hen de 30-jarige verpleegster Hoy Sophanary, die vanaf de weg een kijkje komt nemen.

Waarschuwingsbord

Hoy groeide op in deze regio en leerde dus te leven met het gevaar van de mijnen. ‘Toen ik jong was, zag ik hoe mensen armen en benen verloren. Voor mijn ouders was het een constante zorg’, zegt Hoy. ‘Ik moest beloven dat ik nooit in de buurt van een waarschuwingsbord kwam.’

Tegenwoordig ziet ze de slachtoffers van dichtbij tijdens haar werk in het ziekenhuis. ‘Vijf maanden geleden brachten ze een jongetje van 5 binnen met verwondingen over zijn hele lijf. Hij was met zijn speelgoedgraafmachine op een mijn gereden.’ Hoy laat op haar telefoon bloedige foto's zien van recente slachtoffers.

Er zijn ook politieke belangen. De Cambodjaanse regering wil dat meer mensen zich in het dunbevolkte grensgebied gaan vestigen. Nog in 2011 werd hier met Thailand gevochten om het bezit van een strategisch gelegen berg, waarop de eeuwenoude Preah Vihear-tempel staat, werelderfgoed. Cambodja behield de berg en wil nu dat inwoners het gebied eromheen gaan bewonen.

TBC-speurders

Niet alle ratten worden ontmijners. Apopo heeft ook een tuberculoseprogramma. Daarin worden de knaagdieren getraind om te ruiken of een sputum-monster positief is voor tuberculose. Ook dat blijken ze sneller en accurater te doen dan mensen, waardoor meer levens gered kunnen worden.

Mede daarom kreeg Hoy’s echtgenoot, een militair, hier van het leger twee hectare land toegewezen. Als de Tanzaniaanse ratten straks klaar zijn, kan het omploegen beginnen. ‘We gaan hier rijst en pinda’s produceren’, zegt Hoy.

Zover is het nog niet, de ratten hebben nog een paar weken werk voor de boeg. Rond 11 uur in de ochtend worden de kooien met Magawa en de andere ratten teruggereden naar het hoofdkwartier. Ze zijn moe en bovendien is het te warm geworden. Hamsterratten kunnen slecht tegen hitte. In Afrika jagen deze knaagdieren ’s nachts, overdag slapen ze in koele plekken zoals grotten.

Terug in het Apopo-centrum rusten de ratten in hun kamer met airconditioner. Magawa ligt al op één oor in haar donkere kooi. Ze heeft het weer goed gedaan, slechts één andere rat vond vanochtend ook een explosief. Magawa kreeg als beloning een extra stuk banaan. Nu mag ze even uitrusten.

Prak Sophin (53), stapte in 1997 op een mijn

‘We waren met ons peloton op patrouille, vlak bij de Thaise grens. Onze taak was te controleren of soldaten van de Rode Khmer zich aan de afspraken van het vredesakkoord hielden en geen mijnen meer zouden plaatsen.

‘Het was domme pech. Mijn peloton bestond uit vijftig soldaten en uitgerekend ik stapte op een mijn. Het was een type mijn dat je niet doodt, maar alleen je voet of je been eraf blaast. Ik herinner me vooral dat er zo veel bloed was. Ik dacht: dit ga ik nooit overleven. Toen ik bijkwam, was ik op weg naar het militair hospitaal in Phnom Penh. Mijn linkeronderbeen was ik kwijt. Mijn hand was ook beschadigd.

‘Ik lag een jaar in het ziekenhuis. Nog altijd zwelt mijn hand op als ik zware dingen heb getild. De botten in mijn arm zitten scheef, waardoor ik hem niet hoog kan optillen. Op sommige dagen voel ik het nog.

‘Toen ik uit het ziekenhuis kwam, zat ik zonder werk. Niemand wilde een gehandicapte aannemen. Gelukkig was ik al getrouwd voor het ongeluk, anders was ook dat lastig geworden. Een jaar na het ongeluk bood een ngo aan om voor een opleiding tot meubelmaker te betalen. Tot mijn pensioen heb ik als zelfstandig meubelmaker gewerkt. Het verdiende helaas niet genoeg om van te leven. Gelukkig vond mijn oudste zoon werk in Thailand. Het leger hielp me door me regelmatig rijst te geven.

‘Er gebeuren hier in de buurt nog altijd ongelukken. Vijf maanden geleden stapte een boerin op haar akker op een mijn. Ik ben blij dat ze worden opgeruimd, zodat anderen niet hetzelfde hoeven mee te maken als ik.

‘Voor slachtoffers is het leven niet makkelijk. Sommigen vroegen of ik er niet zelf een einde aan wilde maken, maar dat heb ik nooit overwogen. Ik wil leven.

‘Natuurlijk draagt de Rode Khmer schuld. Ik heb later hun soldaten ontmoet. Ze vertelden waarom ze de mijnen daar neerlegden: ze moesten het regeringsleger op afstand houden. Ik kan er niet boos over blijven. Ze kregen ook maar orders van bovenaf.

‘In de eerste periode na het ongeluk vond ik het lastig om de grond te vertrouwen. Nu ben ik niet bang meer. Maar het komt nog steeds voor dat ik met mijn voet op de grond voorzichtig controleer of er niets zit.’

Meer over