olympische spelenwielrennen

Op de finish gelooft Van Vleuten in olympisch goud, maar de zege was haar al ontglipt

Wielrenster Annemiek van Vleuten dacht over de finish te rijden als gouden-medaillewinnaar. Dat bleek anders te zitten. De Oostenrijkse Kiesenhofer reed nog voor haar en bleek al lang en breed gelukkig op het asfalt te liggen. Hoe kon het zo mis gaan?

Van Vleuten rijdt over de finish, als eerste – denkt ze. Beeld AFP
Van Vleuten rijdt over de finish, als eerste – denkt ze.Beeld AFP

‘O, Ruud, ik had het mis. We kregen niks door.’ Pas in de tweede omhelzing met verzorger Ruud Zijlmans van de Nederlandse vrouwenploeg hoort Annemiek van Vleuten (38) dat haar voor de tweede achtereenvolgende keer olympisch goud is ontglipt.

Ze dacht zondagmiddag als winnaar op de Fuji Speedway over de streep te zijn gekomen. Ze straalde, ze schreeuwde van vreugde, ze gooide beide armen in de lucht. Ze heeft ’m dan toch. In Rio de Janeiro was ze vijf jaar geleden in vrijwel gewonnen positie ten val gekomen en bewegingsloos op een stoeprand achtergebleven.

Ze heeft ’m niet. Het is zilver. 1.15 minuut eerder is Anna Kiesenhofer (30) – eenling namens Oostenrijk, rijdend zonder contract, meervoudig nationaal kampioen tijdrijden, een master in de wiskunde – haar voor geweest. Ze wist het niet. Kiesenhofer? ‘Iemand uit het rechterrijtje’, zo kwalificeerde wereldkampioen Anna van der Breggen haar later. ‘Niemand kent haar.’

Bizar

Het is de bizarre ontknoping van een al even bizarre wedstrijd, waarin de Nederlandse afvaardiging misschien na afloop weleens het volledige podium zou kunnen gaan bezetten. Niet eens zo’n gewaagde veronderstelling, met Van der Breggen, ook nog eens winnaar van de Giro d’Italia, en Van Vleuten, wereldkampioen in 2019 en dit jaar zegevierend in de Ronde van Vlaanderen, in de gelederen. Wat te denken van Marianne Vos, winnaar van Gent-Wevelgem en de Amstel Gold Race, en Demi Vollering, de beste in Luik-Bastenaken-Luik en La Course. Ze domineren al het hele seizoen, preciezer, de afgelopen jaren.

Het gaat toch mis. In de jacht op drie al vroeg weggereden renners, onder wie Kiesenhofer, verkeren de Nederlanders in de veronderstelling dat alleen de Poolse Anna Plichta nog vooruit rijdt, de laatste overlever. Het is de informatie – naar later blijkt onjuist – die ze eerder hadden doorgekregen van bondscoach Loes Gunnewijk. Niet via de oortjes, die zijn verboden in een olympische race, maar vanuit de auto. Ze sleuren aan kop van een gestaag uitdunnende groep en met nog enkele kilometers te gaan, rapen ze niet alleen Plichta, maar ook de Israëlische Omer Shapiro op. Van der Breggen verklaart achteraf wat iedereen toen dacht: ‘Dit was de laatste, vanaf nu rijden we voor de overwinning. Als we hadden geweten dat er nog iemand voor ons zat, hadden we het anders gedaan.’

Nu denken ze dat ze nog twee troeven kunnen uitspelen. Van Vleuten had ondanks een val en een ontsnappingspoging met nog 54 kilometer te gaan voldoende puf nog een keer in de aanval te gaan. Anders zou Vos het nog in de sprint kunnen afmaken. Het wordt de eerste kaart. Van Vleuten zoekt naar de resterende krachten in de diepten van het gestel en neemt afstand. Enkele kilometers verderop blijkt het weer niet de weg naar olympische roem. Kiesenhofer, triatleet, ligt er al voorbij de streep, uitgeput, uitgestrekt en dolgelukkig op het asfalt. Voor de volledigheid de nog resterende resultaten voor de oranje armada: Vos (5de) en Van der Breggen (15de) op 1.46, Vollering 25ste op 2.56. Het brons is voor de Italiaanse Elisa Longo Borghini.

Echec

Na de finish begint het ontrafelen van het echec. Van Vleuten: ‘Dit is natuurlijk waardeloos. Zo’n belangrijke koers en dan gaat het mis met de communicatie. Dan sta je hier met z’n allen af te vragen wie nu gewonnen heeft. De telefoonverbinding met Loes was kennelijk heel slecht.’ Volgens Gunnewijk miste zij in de auto door haperende techniek geregeld het overzicht. Ze kreeg pas laat het idee dat de renners het niet in de gaten hadden dat er nog een renner weg was.

Vos: ‘Het was gewoon heel lastig onderweg de puzzelstukjes te leggen. Wie was nou waar? Welk gat was er? Je gaat in zo’n fase ook niet terug naar de auto om na te gaan hoe het zit.’ Van Vleuten vermant zich: ‘Ik heb denk ik nog het maximale voor Nederland uit de situatie gehaald. Ik wilde supergoed zijn en ik was beter dan ooit.’ Zij zegt blij te zijn met het zilver, haar eerste olympische medaille.

Nog voor de dramatische slotfase zich ontvouwt, lijkt het erop dat Nederland er niet in slaagt de koers echt in handen te nemen. De kopgroep, al weggereden vanaf het begin, bouwt een marge op van ruim tien minuten. Op de eerste klim van formaat, de Doushi Road, openen de oranjevrouwen de ene na de andere aanval, maar het leidt niet tot de gewenste grote schifting. Wel neemt het verschil met de vluchters af.

Dan versnelt Van Vleuten. Lang staande op de trappers, zoals ze ook op de WK in Yorkshire aan haar beslissende solo begon, bouwt ze een voorsprong uit van meer dan een minuut. Is dit de machtsgreep van een van de vier favorieten? Maar even later blijkt dat zij ook niet op de hoogte is van de situatie. Aan een cameraman op de motor vraagt ze naar de tijdsverschillen. Die vertelt dat de koplopers vijf minuten vooruit rijden. Ze lijkt onder de indruk van de achterstand, komt niet meer dichterbij en wordt door het peloton achterhaald.

Makkelijk praten achteraf

Had Nederland niet eerder iemand moeten inzetten om de vroege vluchters binnen handbereik te houden, een knecht pur sang in plaats van vier kopvrouwen die allemaal in staat zijn grote wedstrijden te winnen? Bondscoach Gunnewijk: ‘Dat is achteraf makkelijk praten. Hier hebben de vier sterkste renners gestaan. Laten we eerst de wedstrijd maar eens rustig analyseren.’ Van der Breggen beklemtoont dat de koers altijd onder controle is geweest. ‘Het heeft niet zoveel zin om al na tien kilometer iemand in te zetten. Als we dat op het vlakke gaan doen, hebben we onszelf ermee, zeker in deze slopende omstandigheden. Bergop hebben we het wel gedaan.’ Vos denkt er iets anders over. ‘Dit is een inschattingsfout geweest. We hadden eerder moeten gaan rijden.’

Gunnewijk spreekt van een teleurstelling, maar plakt nog een pleister op de wonde. ‘We kwamen hier met een doel. En dan is iets beter dan niets.’ Olympisch kampioen Kiesenhofer meldt desgevraagd dat ze de felicitaties van de oranjevrouwen kreeg. ‘Ja, ze waren natuurlijk teleurgesteld. Maar ze waren heel aardig.’

Meer over