Op de dag

Soms is het van belang om precies te weten wanneer een belastingaanslag is vastgesteld. Dat is bijvoorbeeld het geval als de termijn dreigt te verjaren waarbinnen de aanslag moet worden opgelegd....

Dan is het van belang te weten wanneer een belastingaanslag precies tot stand komt. De wet zegt dat dit gebeurt op de dag die op het biljet staat vermeld. Alleen, zoals altijd in het recht geldt ook hier dat er geen regel is zonder uitzonderingen.

Van zo'n uitzondering is sprake als het biljet vde dagtekening is verzonden. Dan is de datum waarop het biljet de post is ingegaan bepalend. In de fiscale praktijk is dat meestal het geval. De meeste aanslagen worden op het einde van de maand gedagtekend, maar worden al eerder in diezelfde maand verzonden.

Dan is het mogelijk dat volgens de datering van het aanslagbiljet de aanslag te laat lijkt te zijn opgelegd en dat het aanslagrecht verjaard lijkt. Om daar dan zekerheid over te krijgen moet dan de datum van de ter postbezorging worden gecontroleerd. Die kan dan nog wel binnen de verjaringstermijn van drie jaar liggen.

Van een andere uitzondering is sprake als de belastinginspecteur binnen de driejaarstermijn schriftelijk heeft medegedeeld dat het aanslagbiljet is verzonden. Ook dan kan de dagtekening van het biljet te laat zijn, maar als de inspecteur die brief op tijd heeft verzonden, geldt de aanslag toch nog als tijdig opgelegd. Andere afwijkingen op de hoofdregel staat de rechter niet toe.

Als het biljet niet binnen drie jaar is verzonden, en de inspecteur ook niet zo'n brief heeft gestuurd, is het recht om de aanslag op te leggen, verjaard. Dat moest recent een belastinginspecteur ervaren die hinder had gehad van een storing in het computercentrum waar de aanslagen worden aangemaakt. De inspecteur had alles tijdig afgewerkt. Door de storing was het biljet was echter te laat gedagtekend en verzonden. Wel had de inspecteur tijdig een brief verzonden waarin hij berichtte van de aangifte af te wijken, maar dat was geen kennisgeving van de tijdige verzending van het aanslagbiljet.

De rechter was onverbiddellijk en verklaarde de aanslag nietig omdat het aanslagrecht was verjaard. Het deed er niet toe dat de belastingplichtige zich er wel degelijk van bewust was dat er een aanslag zou komen. Evenmin was het van belang dat de inspecteur aan de te late verzending niets kon doen.

Meer uitzonderingen op de hoofdregel staat de rechter niet toe.

Meer over