REPORTAGECovid-afdeling

Op de covid-afdeling denkt niemand dat de strijd al gewonnen is: ‘Hier sterven de patiënten soms letterlijk in mijn armen’

Time-out overleg in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg.Beeld ETZ / Ellen den Ouden

Het instinct laat artsen en verpleegkundigen bij de behandeling van coronapatiënten voor het eerst in hun carrière in de steek. Altijd konden ze daar op vertrouwen. Nu kan iemand ineens dood in zijn bed liggen. En dat geeft stress. Op bezoek op de covid-afdeling van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg.

‘Goedemorgen mevrouw’, zegt arts Silvy Weismann terwijl ze zich over haar patiënte buigt. ‘Ik ben dokter Weismann. Hoe voelt u zich?’

Geen antwoord.

‘Heeft u ergens pijn? Heeft u het benauwd? Ligt u goed?’

Opnieuw geen antwoord.

De borstkas van de vrouw pompt angstaanjagend op en neer, alsof ze vanuit haar tenen adem probeert te halen. Bijna veertig keer per minuut. Het lijkt alsof haar longen vacuüm zuigen. Het lichaam probeert zuurstof naar binnen te trekken, met alles wat het in zich heeft.

Arts Silvy Weismann blijft liefdevol tegen haar praten, alles uitleggen. ‘Je weet nooit of iemand het hoort’, zal ze later zeggen.

De patiënte is zo diep in slaap dat ze niets meer merkt, maar Weismann heeft gezien dat haar tong telkens in haar keel zakt. Samen met de verpleegkundige pakt ze haar vast.

‘We gaan u op uw zij draaien’, zegt Weismann tegen haar patiënte. ‘Dan kunt u beter ademen.’

Maar als ze halverwege zijn, stopt de vrouw plotseling met ademen. Tien seconden. Twintig seconden. Het lijkt eindeloos te duren. Weismann en de verpleegkundige kijken naar hun patiënte. Ze bevriezen. 

Even is alles stil in de kamer.

Dan komt de adem van de vrouw weer op gang. Hortend en stotend. 

Silvy Weismann is eigenlijk reumatoloog. Vanochtend heeft ze het dossier van de vrouw uitgebreid bestudeerd. Ze is een bedachtzame arts die veel nadenkt over haar patiënten. Een arts met geduld. Iemand die veel tijd steekt in het begeleiden van families. Een paar weken geleden werd ze van de ene op de andere dag zaalarts op de covid-afdeling.

En nu heeft ze dus te maken met patiënten die ze soms pas voor het eerst ontmoet als ze al stervende zijn – en niet meer aanspreekbaar.

Een dag geleden heeft haar patiënte de artsen laten weten dat ze op was. Dat ze niet meer kon. Er was nog één ding dat ze wilde: slapen. Al eerder heeft ze hen gezegd dat ze niet meer naar de intensive care wil, omdat ze naast corona ernstige gezondheidsproblemen heeft. Daarop hebben de artsen overlegd. Vrijwel meteen hebben ze haar man gevraagd naar het ziekenhuis te komen en nog diezelfde avond heeft hij afscheid van haar moeten nemen.

Reumatoloog Silvy Weismann werd van de ene op de andere dag zaalarts op de covid-afdeling.Beeld ETZ / Maria van der Heyden

Sinds de vrouw in slaap is gebracht, betekent dit dat haar harde gevecht om zuurstof is verzacht. Ze zal er steeds minder van voelen. Steeds minder lijden.

Maar het betekent dus ook dat ze nooit meer wakker zal worden.

Werkelijkheid achter de getallen 

Terwijl elders hardop wordt nagedacht over manieren om de lockdown te doorbreken, speelt zich op de covid-afdelingen van de Nederlandse ziekenhuizen iets anders af. Want daar liggen ze nog altijd: de patiënten in ademnood, de patiënten voor wie niemand meer een manier weet om ze te genezen.

Elke dag maakt het RIVM de cijfers weer bekend. Honderdvijftien nieuwe doden. Honderdtweeëndertig nieuwe doden. Vierennegentig nieuwe doden.

De Volkskrant liep mee op de covid-afdeling van het Elisabeth Twee Steden Ziekenhuis in Tilburg, om de werkelijkheid achter deze getallen te laten zien. ‘Iedereen kijkt naar de ic’s’, zegt een verpleegkundige op de gang die tussen twee patiënten door even tijd heeft. ‘Maar op deze afdeling sterven de patiënten soms letterlijk in mijn armen.’

Op de covid-afdeling vechten artsen en verpleegkundigen voor levens van patiënten die niet worden beademd. Een groot deel van de dag lopen ze nat van het zweet rond in hun plastic schorten, vergeten ze te eten, te drinken of naar de wc te gaan. Of staan ze met een rood hoofd van inspanning een patiënt uit een acute crisis te halen. Hier denkt niemand dat de strijd al gewonnen is.

Met sommige van hun patiënten gaat het zo slecht dat ze alsnog naar de intensive care moeten. Anderen genezen, tot ieders vreugde. Maar een deel wordt ook nooit meer beter.

Abstinerend beleid

Het is 7.30 uur in de ochtend als de nachtdienst verslag uitbrengt over de afgelopen uren. ‘Eén patiënt is vannacht overleden’, zegt de verpleegkundige.

Een hartmachine op de covid-afdeling in Tilburg.Beeld ETZ / Ellen den Ouden

‘Dat is wel een hele snelle’, zegt iemand.

‘Ja’, zegt de verpleegkundige. ‘Hij was er net. Hij werd ineens in zijn bed gevonden.’

Het blijkt te gaan om een patiënt met wie was besproken dat hij niet zou worden gereanimeerd, niet naar de ic zou gaan. Omdat duidelijk is dat hij niet zal genezen, is een ‘abstinerend beleid’ afgesproken. Het betekent dat hij ‘mag’ overlijden.

Maar de dood die zo volkomen onverwacht komt – dat hakt er in. Zeker als iemand alleen is geweest.

De verpleegkundige vraagt welke collega’s waren ingedeeld bij deze patiënt. En of ze worden ondersteund. De nachtdienst-verpleegkundige zegt dat het redelijk gaat en dat ze hen in de gaten wil houden. Dan wil ze nog een zorg kwijt. ‘Die andere twee patiënten bij wie dit beleid is afgesproken’, waarschuwt ze, ‘die volgen misschien vandaag.’

Klinische blik laat het afweten

Het is één van de wrede kanten van corona. Het ene moment voelt de patiënt zich nog goed en ligt hij gewoon te praten – het andere moment kan alles totaal omslaan. Zonder enige aankondiging.

En dat geeft stress.

Het is iets over negen als de patiënt van kamer 14 ineens ‘onderuit’ gaat. Hij is in ademnood. Het gaat niet goed.

Bij de kamer staan meerdere verpleegkundigen gespannen bij elkaar. Met een geconcentreerde blik checken ze zijn bloeddruk, hartritme, natriumgehalte, suikerwaarden. Ze geven hem zuurstof en uiteindelijk krijgen ze hem weer stabiel.

De opluchting is voelbaar.

Artsen en verpleegkundigen vertellen over hun instinct dat hen voor het eerst in hun carrière in de steek laat. Ze noemen het hun ‘klinische blik’, een onbenoembaar gevoel waardoor ze weten: met deze patiënt is het niet pluis. Maar in tijden van corona werkt die blik niet meer, vertrouwen ze zichzelf niet meer.

‘s Ochtends denk je: het gaat goed’, zegt verpleegkundige Lieke. ‘Soms ben je de zuurstof al aan het afbouwen. En dan kan iemand in een halfuur volledig achteruit kachelen. In het begin liep ik continu met mijn saturatiemeter rond om het zuurstofgehalte bij patiënten te meten. Het liet me niet los.’

Patiënten hebben het zelf ook vaak niet door, zegt neurochirurg Wouter Verfaillie. ‘Ik heb een patiënt die om de drie zinnen naar adem moet happen. En tegelijkertijd zie ik hem hijgend zeggen: ach, het valt wel mee hoor.’

‘Als ik mensen moet intuberen op de ic’, zegt een anesthesioloog, ‘hebben ze hun mobieltje soms nog in hun hand. Dan zijn ze gewoon nog aan het bellen. Sommigen voelen totaal niet hoe ernstig het al is.’

Niets gemist

Op de afdeling kijkt verpleegkundige Ralf Steenbakker alert om zich heen. Vandaag lost hij alle problemen op die onverwachts opdoemen. Hij is 24 en werkt al drie weken bijna onafgebroken in de coronacrisis. In die tijd maakte hij vele overlijdensgevallen mee en zag hij meerdere collega-verpleegkundigen heftig huilen.

Verpleegkundige Ralf Steenbakker werkt al bijna drie weken onafgebroken.Beeld ETZ / Maria van der Heyden

Hij vertelt over een collega die tijdens haar dienst plotseling een overleden patiënt in zijn bed vond. ‘Een half uur daarvoor had ze hem nog gecontroleerd en alle waarden waren goed’, zegt hij. ‘Daarna vroeg ze zich telkens af: wat heb ik gemist? Heb ik iets over het hoofd gezien? Had ik anders moeten handelen? De arts heeft uiteindelijk alles met haar doorgenomen. Hij zei: je hebt echt niets gemist. Dit was gewoon niet te voorzien. Covid kan iedereen verrassen.’

In zijn vrije tijd is Steenbakker een rugby’er, vertelt hij. Zijn enorme armen vallen op onder zijn witte uniform. Zijn vader werkt in dit ziekenhuis, net als zijn zus. In de rugbywereld kijken ze hem soms bevreemd aan als ze dit horen: ‘Ben jij écht verpleegkundige?’, vragen ze dan.

‘Ik ben heel zorgzaam’, zegt Steenbakker.

Als verpleegkundige is hij de ogen en de oren van de arts, vertelt hij. Zeker in coronatijd is dat handig. ‘Soms heeft de arts de patiënt alleen nog maar in de computer gezien. Ik weet vaak eerder dat het niet goed gaat.’

Onlangs had hij een coronapatiënt met wie hij binnen korte tijd een sterke band ontwikkelde. Hij haalde alles uit de kast. En toch zag hij dat het mis ging. ‘Ik moest elke twee uur bloed prikken, een voedingssonde plaatsen waarvan hij misselijk werd, medicijnen toedienen waarvan hij misselijk werd. Daartegen kreeg hij dan weer medicijnen waarvan hij hoofdpijn kreeg. Op een gegeven moment heb ik tegen de arts gezegd: is het nog wel goed, wat we hier aan het doen zijn?’

In ongekend tempo maken hij en zijn collega’s heftige dingen mee. ‘Eén patiënt was zo benauwd’, zegt verpleegkundige Maarten. ‘Hij riep: ‘Help me’. Hij had het gevoel dat hij aan het verdrinken was. Ik leg dan een hand op de schouder van zo’n man, ook al moet ik afstand houden.’

Maarten controleert een patiënt.Beeld ETZ / Ellen den Ouden

‘De dood’, zegt zijn collega-verpleegkundige Femke Schieman, ‘is iets wat je maar één keer kunt doen. Dat kan ook iets moois zijn. Ik vind het onmenselijk als patiënten alleen moeten overlijden. Als mensen elkaar nog één keer in de ogen kijken voor ze naar de ic gaan – al is het via facetime – dan gaan ze rustiger aan de beademing.’

Moeilijk moment

Het is 14.10 als neuroloog in opleiding Selmer Lauwers een telefoontje krijgt. Het is zijn verpleegkundige van die dag. 

‘Mevrouw is overleden’, zegt ze. ‘Haar zoon en dochter waren erbij.’

Lauwers, een boomlange arts, zucht bijna onhoorbaar. Hij is blij voor zijn patiënte en dat zegt hij ook tegen zijn verpleegkundige. ‘Dat klinkt vreemd’, zegt hij, ‘maar dat bedoel ik niet verkeerd.’ Hij vertelt hoe benauwd zijn patiënte is geweest. Welke doodsangsten ze voelde doordat ze zo weinig zuurstof kreeg. Ze was niet meer te genezen. Een dag geleden heeft hij haar daarom morfine en slaapmiddel gegeven, om te zorgen dat ze minder last had van ademnood. De vrouw had een aanzienlijke medische voorgeschiedenis en zou niet meer naar de ic worden gebracht.

Een kwartier lang wacht hij.

En dan vertrekt hij. Op naar een moeilijk moment.

In de kamer van de vrouw voelt en hoort hij dat ze geen hartslag meer heeft, kijkt hij in haar ogen. Dan pas condoleert hij de familie. ‘Dit went nooit’, zal hij later zeggen.

Het is goed zo

In een t-shirt en pyjamabroek ligt een man van nog geen zeventig jaar te wachten, terwijl een verpleegkundige in beschermingsoutfit het zweet van zijn voorhoofd afpoetst. Hij heeft de man zojuist gewassen.

De man is doodmoe. Een arm of een been optillen is bijna te veel. Verbaasd kijkt hij naar zijn eigen lijf, dat niet meer doet wat hij wil.

Of hij bang is? ‘Nee’, zegt hij rustig.

‘Ik heb aan artsen gevraagd hoe ik van de intensive care af zou komen. Ze zeiden: dat kunnen we niet zeggen. Toen heb ik gezegd: laat het dan maar. Het is goed zo. Ik heb zo veel meegemaakt in mijn leven. Mijn vader is jarenlang dement geweest, dat wil ik niet. Ik heb het er met mijn vrouw over gehad: als er iets geks met me gebeurt, dan hoef ik niet naar de ic.’

Hij lijkt aan de beterende hand, maar hij heeft nog altijd koorts.

Selmer Lauwers controleert een patiënt op de covid-afdeling.Beeld ETZ / Maria van der Heyden

En dus blijft iedereen alert. ‘Bedankt voor de poetsbeurt’, zegt de man zacht tegen de verpleegkundige. Op de gang schuifelt een schoonmaker met een mondkapje langs. Ze zijn de schaduwen op deze afdeling, maar zonder hen zou alles in elkaar zakken.

Saamhorigheid

‘Het is oorlog’, zegt internist-infectioloog Marvin Berrevoets. ‘En daardoor moeten alle artsen hier uit hun comfortzone komen. Maar we hebben allemaal één doel en dat zorgt voor saamhorigheid.’

Toch is er één ding waar niemand van de zorgverleners aan went: het gebrek aan contact. Vanwege besmettingsgevaar mogen bij sterfgevallen drie mensen ‘in de eerste lijn’ langskomen. Bij hoge uitzondering krijgt iemand het voor elkaar dat er vier mensen bij mogen zijn.

En soms besluit een arts daarom om zelf iets te doen.

Neuroloog in opleiding Lauwers vertelt over een patiënte bij wie de familie om gezondheidsredenen niet meer langs kon komen. Moederziel alleen lag ze op de covid-afdeling.

‘Ze kon bijna niets meer zeggen’, vertelt hij. ‘Praten: dat was één woord – ademteug – volgende woord – ademteug.’ Met morfine wist hij haar rustiger te krijgen, zodat de woorden veranderden in zinnen en ze nog kon bellen met haar familie.

Het wordt ook op de covid-afdeling in Tilburg de laatste dagen iets rustiger.Beeld ETZ / Ellen den Ouden

Tijdens zijn dienst ging hij vijf keer bij haar langs. ‘Aan het eind van de avond kwam ik bij haar. Ze zei: ik heb een mooi leven gehad, het is goed zo.’

‘Maar ja’, zegt hij, ‘wat is goed in tijden van corona?’

De dag erop stond hij voor het raam naar haar te kijken toen hij de verpleegkundige naar buiten zag komen, omdat ze een andere patiënt had. ‘Ik ben naar binnen gelopen en naast haar gaan zitten. Ik zei: ik ben dokter Lauwers en ik zit even bij u. Verder niks. Daarna heb ik haar hand gepakt. Ik vond het zo erg dat ze daar alleen was.’

De vrouw ademde nog drie keer, zegt hij, en daarna overleed ze.

Milder verloop

In de artsenkamer bespreekt internist-infectioloog Berrevoets aan het eind van de dag de toestand. Hij zegt dat het rustiger wordt. ‘Twee weken geleden zagen we veel mensen heel snel overlijden’, zegt hij. ‘Ook ging de een na de ander naar de ic. Nu lijkt het milder te verlopen. En zijn er gelukkig al patiënten die naar huis mogen.’

De patiënte van reumatoloog Silvy Weismann is dan nog altijd in leven. Ze ademt rustig. Weismann heeft de afgelopen dag lang met haar familie gepraat. Ze heeft hen voorbereid op wat er gaat komen.

In dit artikel zijn enkele details van patiënten om privacyredenen gewijzigd. 

LEES OOK

De corona-angst achter de dichte deuren van het verpleeghuis
De deuren van de verpleeghuizen zitten dicht, maar toch dringt het virus binnen. ‘Dan moet je een hele afdeling met kwetsbare ouderen op slot zetten en er het beste van hopen.’

‘Je ziet ze denken: daar is de ic-dokter, daar komt mijn vonnis
De Volkskrant mocht een dag meekijken op de intensive care van het Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. ‘De beslissing om iets niet te doen, kun je maar één keer maken.’

Hoe een ziekenhuis in Hoorn zich in een mum van tijd klaarmaakte voor coronapatiënten
In korte tijd werd een ziekenhuis in Hoorn opnieuw ingericht om de toestroom aan coronapatiënten op te vangen.‘We moeten goed op elkaar blijven letten.’

Meer over