Bericht uitCuraçao

Op Curaçao vallen steeds meer gaten in de weg

Door de pandemie is het geld voor wegenbeheer in ­Curaçao op, waardoor het wegdek verandert in een gatenkaas. Correspondent Kees Broere heeft een tip voor de lokale bevolking om daar een slaatje te slaan.

null Beeld Kees Broere
Beeld Kees Broere

De weg naar de winkel wordt steeds langer. Dat ligt niet aan mij of aan de winkel, maar heeft te maken met een Keniaanse mop, een grapje dat vrienden hier op Curaçao steeds meer beginnen te waarderen: ‘Vraag: Hoe herken je een dronken Keniaanse autobestuurder? Antwoord: Die rijdt strak rechtdoor!’

De kunst der beweeglijkheid, daar draait het om. In Kenia, net als eigenlijk in menig ander land van Afrika dat ik bezocht, was het zaak om in de auto niet al te stug aan één kant van de weg te blijven rijden, maar om geduldig slalommend rond kuilen en gaten de bestemming te bereiken.

Hoe meer kuilen en gaten er bijkomen, hoe ‘langer’ de weg wordt. Toen Congo nog Zaïre heette, bestond er het Ministère des Routes, het Wegendepartement. Veel asfalt kende en kent het uitgestrekte land niet. De bewoners die zich met de auto of op een brommertje op pad begaven, spraken van het Ministère des Trous, het vermaledijde Gatendepartement.

Maar goed, dat alles speelt zich vele duizenden kilometers af van een degelijk Caribisch eiland als Curaçao. Of toch niet? In de kleine vier jaar dat ik hier nu woon, heb ik mij vaak verheugd over de openbare voorzieningen. Straatverlichting! Afvalophaaldienst! Plantsoenbeheer! Werkende stoplichten! Vanzelfsprekend zijn die allemaal niet, zo heb ik elders mogen ervaren.

Totdat, jawel, corona ook op dit gebied een spelbreker bleek te zijn. Door de pandemie is vorig jaar de toch al kwakkelende economie van Curaçao met zo’n 20 procent geslonken. Arme Zita Jesus-Leito. Zij is de waarnemend minister van Gezondheidszorg, maar behield haar eigen portefeuille, die van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning. En die portefeuille is zo goed als leeg. Het geld is op.

Natuurlijk begint het dan ook nog hard te regenen. Een zegen voor de natuur en de landbouw, een vloek voor het wegenbestand, dat de afgelopen jaren toch al van achterstallig onderhoud te lijden had. Het asfalt krijgt scheuren, de scheuren worden gaten, de gaten worden een bron van lekke banden en stijgende burgerlijke verontwaardiging.

Want de Curaçoënaar wil het wel graag netjes. Ook als de jeugd het asfalt gebruikt om met motoren te ‘feveren’, te racen, en met auto’s dragraces te houden.

Nu wil het toeval dat ook hier in maart landelijke verkiezingen komen. Ons kiezers staat een bont spectrum van oude en nieuwe partijen te wachten. Eén ervan, een nieuwkomer die het partijprogramma heeft gebouwd rond de wens om een ‘nieuwe gemeente’ van Nederland te worden, bedacht een stunt en begon zelf een weg te repareren. Dat was ook weer niet de bedoeling, net zo min als het initiatief van buurtbewoners om de gaten in het wegdek te beplanten.

Het kan ook anders. Zo’n kwarteeuw geleden trok ik per auto over de beroemde Khyberpas tussen Pakistan en Afghanistan. De truc van jongeren daar, die ik ook in Afrika vaak herhaald heb gezien, was om bij het naderen van een auto fanatiek met een schop, of desnoods met een hand zand en steentjes, een gat in de weg te vullen. Om dan bij het passeren die hand op te houden om van de autobestuurder wat geld te krijgen. En om daarna het gat weer leeg te scheppen.

Tip voor de innovatieve Curaçaose burger: voer het reparatiewerk uit met een kalasjnikov om de schouder geslingerd. Betaling gegarandeerd.

Kees Broere is Volkskrantcorrespondent in het Caribisch gebied.

Meer over