ReportageBasisschool FInlandia in Rotterdam

Op basisschool Finlandia kunnen alle kinderen noodopvang gebruiken – maar dat gaat niet

Voor veel leerlingen van basisschool Finlandia in Rotterdam zijn de omstandigheden om thuis onderwijs te volgen verre van ideaal. De directeur zou het liefst iedereen naar school halen, maar dat gaat niet. Het is dagelijks puzzelen om voldoende kinderen te plaatsen en tegelijk de gezondheid van het personeel te beschermen.

Kinderen van basisschool Finlandia in Rotterdam spelen buiten tijdens noodopvang. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Kinderen van basisschool Finlandia in Rotterdam spelen buiten tijdens noodopvang.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

In een van de verlaten gangen van het ijskoude schoolgebouw krijgt directeur Inge Jansen van basisschool Finlandia goed nieuws te horen. De juf van groep 1-2 heeft een vader ervan kunnen overtuigen dat zijn twee zoons van 4 en 7 jaar dinsdag toch echt naar school moeten komen.

De broers schitteren maandag door afwezigheid bij de noodopvang. Niet dat Jansen ervan opkijkt. Finlandia staat midden in de Rotterdamse achterstandswijk Delfshaven. Taalproblemen, moeilijke gezinssituaties, armoede en een groot aantal coronabesmettingen in de wijk maken van haar werk een dagelijkse legpuzzel. Pas op de dag zelf weet ze met hoeveel stukjes ze het moet doen, al vallen er ook dan nog stukjes weg of komen er stukjes bij.

De te leggen puzzel de komende twee weken heet: de noodopvang. Tot zeker 19 januari moeten kinderen thuisblijven. Voor twee groepen kinderen mogen scholen een uitzondering maken: die met ouders met een cruciaal beroep, en voor de kwetsbare kinderen.

Een school mag zelf bepalen voor welke kwetsbare kinderen ze plek maakt op de noodopvang. Al is die grens op Finlandia niet zo heel moeilijk te trekken, zegt Jansen. Voor veel van de 150 leerlingen zijn de omstandigheden om thuis onderwijs te volgen verre van ideaal, bijvoorbeeld omdat ouders het Nederlands niet machtig zijn. ‘Eigenlijk zou je alle kinderen hier naar school moeten halen.’ Al is dat nu juist niet wat ze doet, om de gezondheid van haar personeel te beschermen.

Vier tot vijf keer drukker

Nu de coronacrisis voortduurt, loopt de noodopvang voller en voller. Veel scholen (en kinderopvangorganisaties) was het voor de kerstvakantie al opgevallen: ten opzichte van de lockdown in het voorjaar doen veel meer ouders alsnog een beroep op de noodopvang. De aanvankelijke angst voor het virus is kennelijk geluwd, de vrije dagen zijn opgesoupeerd. En de kinderen nog eens twee weken thuis ziet ook niet elke ouder zitten.

Jansen merkt het ook bij andere scholen van de Rotterdamse koepel Boor, waaronder Finlandia valt. Sommige directeuren die ze ernaar had gevraagd, lieten weten dat het bij de noodopvang op hun scholen vier tot vijf keer drukker is dan tijdens de eerste coronagolf. ‘Door de enorme toename van leerlingen in de noodopvang komt het afstandsonderwijs onder druk te staan’, zegt Jansen.

Werkende ouders

Bij Finlandia telde de noodopvang maandag dertien kinderen. Twee ervan waren al om 12 uur weer opgehaald − hun moeder werkt een halve dag. In de loop van de week komen daar nog meer kinderen bij, bijvoorbeeld omdat ze maandag niet deelnamen aan het onderwijs op afstand. Ook hier is het een stuk drukker dan het voorjaar, toen er hooguit vier kinderen per dag naar school kwamen.

‘Ouders moeten toch werken’, weet Jansen. De meesten met een cruciaal beroep doen dat in de schoonmaak of in de kassen – ook de voedselindustrie is aangemerkt als vitale sector – maar ook als handhaver, bij de post en in de apotheek. Van de dertien kinderen maandag zijn er elf op school, omdat hun ouders zulk essentieel werk verrichten. De andere twee zijn als kwetsbaar aangemerkt.

Het kabinet hanteert het uitgangspunt dat als één ouder cruciaal werk doet, de ouders de opvang ‘zo veel als mogelijk zelf thuis regelen’. Tegelijk is dat geen harde eis. Dus ontstaan er nogal eens discussies tussen ouders die hun kind naar school willen brengen en scholen die de noodopvang zien uitpuilen en ouders ertoe proberen te bewegen zelf opvang te regelen.

Op Finlandia speelt dat probleem volgens Jansen niet. Leerkrachten moeten de ouders eerder aansporen om hun (kwetsbare) kind toch naar school te brengen. Tijdens de eerste lockdown waren sommige kinderen bijvoorbeeld nog lastig bereikbaar.

Zij-instromer Maartje helpt een jongen uit groep 6 met zijn schoolwerk. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Zij-instromer Maartje helpt een jongen uit groep 6 met zijn schoolwerk.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De noodopvangklas van vandaag is een bonte mix van kinderen uit groep 4 tot en met 8. Sommigen hebben hun jas aan: om goed te kunnen ventileren, staan overal de ramen open. Ze volgen op de laptop hun eigen programma, met een koptelefoon op. Waar nodig springen zij-instromers Maartje (universitaire master staats- en bestuursrecht) en Marga (zuivelondernemer) bij. In het lokaal ernaast maken drie kleuters kennis met de letter K.

De ene jongen uit groep 8 haast zich na de middagpauze naar zijn plek in het lokaal – de les begrijpend lezen is al een paar minuten bezig. De stem uit zijn laptop is van meester Koen van der Ende, die – afstandsonderwijs is in dit geval relatief – 20 meter verder in een leeg lokaal zijn leerlingen uit groep 8 toespreekt. Ze zitten, op de ene jongen na, allemaal thuis.

Kinderen uit alle groepen

‘Het lastige aan de noodopvang is dat je kinderen uit alle groepen begeleidt’, zegt Joël Roeleveld. De gymleraar springt deze week drie dagen bij op de noodopvang. Daar kan hij even makkelijk een rekenvraag uit groep 5 voorgelegd krijgen als een vraag over begrijpend leren uit groep 8.

De noodopvang voor de kwetsbare kinderen mag een luxe of een privilege lijken. ‘Maar deze kinderen zitten hier niet voor niets’, benadrukt Jansen. ‘Thuis komen ze niet aan onderwijs toe of zijn hun ouders aan het werk. En je wilt voorkomen dat ze te grote achterstanden oplopen.’

Tegelijk blijft de gezondheid ‘het allerbelangrijkst’, zegt ze. Daarom laat Finlandia, anders dan bijvoorbeeld veel Amsterdamse scholen, de groepen 8 niet naar school komen. De gemuteerde variant van het coronavirus heeft iedereen extra op scherp gezet. ‘Ik heb hier een leerkracht werken die bijna met pensioen gaat. Ik zou het wel leuk vinden als hij dat gezond haalt.’

Meer over