NieuwsOostenrijk

Oostenrijkse regering vertrekt na motie van wantrouwen

De Oostenrijkse minderheidsregering is gevallen, nadat in het parlement een motie van wantrouwen tegen het kabinet van bondskanselier Sebastian Kurz is aangenomen. De positie van de leider van de conservatieve ÖVP stond onder druk. Onlangs maakte hij vanwege een corruptieschandaal een einde aan de regeringssamenwerking met de rechts-populistische FPÖ.

De populistische partij FPÖ stemde maandag voor de motie van wantrouwen, waardoor er een meerderheid ontstond om de regering weg te sturen. Het is de eerste keer dat een bondskanselier gedwongen moet aftreden in Oostenrijk.

Vorige week ontplofte de Oostenrijkse coalitie. De druppel was een video uit 2017, waarin FPÖ-leider en vicekanselier Heinz-Christian Strache een Russische vrouw, waarvan hij dacht dat ze een erfgenaam was van een steenrijke oligarch, overheidscontracten aanbood in ruil voor financiële steun. Strache trad daarom noodgedwongen af.

De FPÖ trok zijn ministers terug nadat Kurz had gezegd dat hij diens minister van Binnenlandse Zaken, Herbert Kickl, wilde ontslaan vanwege het corruptieschandaal. Volgens Kurz was zijn onmiddellijke ontslag nodig om ‘totale transparantie’ te krijgen over het uiterst com­pro­mit­terende filmpje.

De coalitie tussen de conservatieve ÖVP van Sebastian Kurz met de extreem-rechtse FPÖ was vanaf het begin een gewaagd avontuur. De FPÖ heeft wortels in de neonazibeweging en weet veelvuldig voor opschudding te zorgen met discriminerende uitingen over migranten, moslims en vrouwen.

Na campagnes die vooral een nationale insteek hadden, weerspiegelen ook de uitslagen van de Europese verkiezingen de politiek ‘thuis’: fragmentatie.

Meer over