Oost-Timorese president tegen mensenrechtentribunaal

De president van Oost-Timor wil het VN-rapport over gruwelen op het tot 1999 door Indonesië bezette eiland geheim gehouden. Jakarta mag niet worden geprikkeld....

President Xanana Gusmao van Oost-Timor komt vandaag aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties uitleggen waarom een tweeduizend pagina’s tellende opsomming van Indonesische gruweldaden tegen Oost-Timorezen geen aanleiding is om een internationaal mensenrechtentribunaal in te stellen.

Zondag komt Xanana naar Jakarta, om de Indonesische president Yudhoyono gerust te stellen. Xanana is niet uit op wraak, of berechting van de Indonesische militairen die verantwoordelijk zijn voor de dood van 183 duizend Timorezen. Hij is uit op verzoening met het grote buurland, dat het kleine Oost-Timor van 1975 tot 1999 bezet heeft gehouden. Oost-Timor kan niet anders, vindt de president, het voortbestaan van de natie hangt ervan af.

Arlindo Marçal, ambassadeur van Timor Leste in Jakarta, heeft de delicate taak Indonesië te overtuigen van Oost-Timors goede bedoelingen. ‘De spanning is erg groot. De Indonesische reactie is erg fel. Wij moeten de spanning verminderen.’

Formeel mag Marçal nog niet eens spreken over het rapport dat president Gusmao aan de Verenigde Naties heeft aangeboden. Chega! is de titel van het rapport: ‘Genoeg!’

Een door de VN ingestelde internationale ‘Commissie voor Aanvaarding, Waarheid en Verzoening’ heeft drieënhalf jaar getuigenissen verzameld van wat er onder Indonesische bezetting in Oost-Timor is gebeurd.

Het resultaat is een dik rapport vol ooggetuigeverslagen van massamoorden, willekeurige executies, het afhakken van lichaamsdelen, het levend begraven en verbranden van Oost-Timorezen, martelingen en andere gruweldaden. Het rapport vertelt hoe Indonesische militairen verkrachting en uithongering als wapen gebruikten in hun oorlog tegen de Oost-Timorese strijders.

‘De schendingen werden begaan als deel van een systematisch plan dat was goedgekeurd en gecontroleerd door Indonesische bevelhebbers op het hoogste niveau.’ Die militairen zijn echter nooit gestraft.

De Verenigde Naties hebben na de bloedige gebeurtenissen van 1999, toen de bevolking van Oost-Timor in een referendum voor onafhankelijkheid stemde en pro-Indonesische milities uit wraak dood en verderf zaaiden, steeds aangedrongen op het instellen van een internationaal tribunaal. Zowel Indonesië als Oost-Timor verzet zich daartegen. In plaats daarvan werd uiteindelijk de onderzoekscommissie ingesteld. Indonesië hield een eigen ‘tribunaal’, waarin alle beklaagde militairen schaamteloos werden vrijgesproken.

Het rapport brengt beide partijen nu in verlegenheid. President Xanana Gusmao, ooit de charismatische leider van het Timorese verzet, heeft angstvallig geprobeerd het geheim te houden. Hij kreeg het rapport al in oktober, maar weigerde het openbaar te maken.

Hij was echter verplicht het aan te bieden aan de VN, en aan de vooravond van zijn reis naar New York is de inhoud uitgelekt.

Indonesië reageert als gebeten. Minister van Defensie Sudarsono ontkent botweg alles, en de woordvoerder van president Yudhoyono maakt zich ervan af met de vaststelling dat Indonesië het rapport nog niet heeft ontvangen.

Arlindo Marçal heeft als ambassadeur de ondankbare taak de lont uit het kruitvat te trekken. Het rapport moet alleen voor Oost-Timor de balans opmaken, verder niets. ‘Het is niet onze bedoeling mensen te straffen. Het onderzoek is van belang voor onze eigen geschiedenis.

Het is noodzakelijk de waarheid te kennen. Iedereen moet weten wat er in Oost-Timor is gebeurd. Dat zal uiteindelijk de verzoening meer betekenis geven’, houdt hij vol. ‘Maar het is niet goed hier te lang bij stil te staan.’

Dat zal moeilijk zijn, geeft hij toe. Als gevolg van de Indonesische terreur zijn ‘tussen de 80- en 183 duizend’ Oost-Timorezen omgekomen, becijfert de commissie. Dat is bijna eenderde van de toenmalige bevolking. Marçal: ‘In Oost-Timor zelf wordt al lang een aantal van tweehonderdduizend doden genoemd, dus wij kunnen aannemen dat die 183 duizend uit het rapport wel klopt. Maar het is voor ons geen aanleiding de oprichting van een tribunaal te steunen.’

De instelling van zo’n tribunaal zou ‘erg gevaarlijk’ zijn. De betrekkingen tussen beide landen zijn goed, maar erg broos, en Indonesië is groot en Oost-Timor is klein. Zonder Indonesië is het niets, en niemand weet waartoe een getergd Indonesië nog altijd in staat is.

‘Het is een geluk dat de betrekkingen tussen onze leiders zo goed zijn’, zegt ambassadeur Marçal. Beide presidenten zullen elkaar zondag ontmoeten. Het rapport is voor hen dus geen reden elkaar níet te zien. En dat is ‘positief’, zegt Marçal, maar dat is het enige lichtpuntje dat hij ziet. Behalve voor de irritatie van de voormalige bezetter, en de te verwachten druk vanuit de VN, is hij niet op de laatste plaats beducht voor de reactie in eigen land. De verzoeningsgezinde houding van president Gusmao wordt door lang niet iedereen gedeeld.

‘Er zijn bijna tweehonderdduizend mensen gedood. U kunt zich voorstellen dat er veel Oosttimorezen zijn die liever zien dat de verantwoordelijken alsnog worden gestraft. En niet alleen familieleden van de slachtoffers, ook de kerken zijn vóor een tribunaal.’

Bisschop Basilio do Nascimento is een uitgesproken voorstander van straf voor de oorlogsmisdadigers: ‘Vrede, vergeving en verzoening zijn belangrijke principes, maar we kunnen niet vergeten wat de mensen hebben doorstaan.

Zij moeten genoegdoening krijgen. Abstracte praatjes over vriendschap tussen naties werken niet voor degenen die hun dierbaren hebben verloren.’

Marçal gelooft dat alleen de charismatische en populaire Xanana de situatie kan bezweren. Zelfs voor de president kan dit echter een te grote opgaaf blijken. ‘Net als in Chili zal het erg moeilijk zijn een echte verzoening te bewerkstelligen. De pijn is te groot.’

Meer over