Oost-Duitse industrie krijgt rake klappen

In Oost-Duitse steden en dorpen klinkt soms opeens een hartverwarmend reutelgeluid: er rijdt een Trabant voorbij. Veel spot is er in de loop van de jaren over de 'kartonnen' DDR-auto uitgestort....

Maar zoals dat gaat, overheersen nostalgie en vertedering nu hij niet meer wordt gemaakt. De Trabant lijkt met zijn sympathieke vorm op een levensgroot uitgevallen speelgoedauto. Het wagentje is cult geworden.

Soms buigt zich over het stuur nog een grijze gepensioneerde die als DDR-burger jaren heeft moeten wachten op zijn droomauto. Maar vaker zijn het hobbyisten die de 'Trabbi' in bonte kleuren schilderen of met een vette knipoog ombouwen tot terreinwagen. Op 'Trabbi-treffs' komen 's zomers duizenden bezitters samen en vergelijken hun exemplaren.

Dat de Trabant de DDR zou overleven was vanaf dag een van de hereniging uitgesloten. De wisselkoers 1 westmark tegen 1 oostmark, noodzakelijk om de stroom landverlaters in te dammen, betekende dat de bouw van de Trabant in één klap net zo duur was geworden als de bouw van een Volkswagen Golf.

Maar Sachsenring, het bedrijf in Zwickau waar in 1991 de laatste Trabant van de band rolde, kreeg een tweede leven, als leverancier van auto-onderdelen. In 1993 kochten de gebroeders Rittinghaus uit het Sauerland de aftandse fabriek voor 23 miljoen D-mark. Binnen een paar jaar stoomden ze Sachsenring met fikse overheidssubsidie klaar voor de markteconomie. Sachsenring maakt tegenwoordig complete 'bouwgroepen' als versnellingsbakken, bodems en deuren. Het bedrijf telt 1300 werknemers en levert aan vrijwel alle gerennomeerde autobouwers: DaimlerChrysler, Volkswagen, Audi, Ford, BMW, Opel en Rover. De broers Rittinghaus werden in 1998 tot 'ondernemer van het jaar' gekozen.

Maar hoe beter de onderneming liep, hoe groter de expansiedrift van de broers werd. Ze namen tal van bedrijven over, die er vaak slecht aan toe waren en soms niets met de autobranche te maken hadden. De koop van Trasco, een bouwer van gepantserde auto's in Bremen, werd door analisten als bijzonder risicovol gezien.

Eind 2001 waren de schulden opgelopen tot 165 miljoen euro. De bondsrepubliek en de deelstaat Saksen staan garant voor 31 miljoen euro. In 2001 maakte het bedrijf bij een omzet van 271 miljoen acht miljoen euro verlies, vooral door nieuwe dochterondernemingen als Trasco. 'De broers hebben het overzicht verloren', zei een betrokkene.

Reddingsgesprekken met de Dresdner Bank en Commerzbank mislukten.

Donderdag zag Sachsenring zich gedwongen surseance van betaling aan te vragen. Voorzitter van de raad van Bestuur Ulf Rittingshaus is teruggetreden. Hij wil de verantwoordelijkheid voor het debâcle op zich nemen.

Daarmee zijn in een week twee prestigieuze bedrijven in Oost-Duitsland gestruikeld. Dinsdagavond liet de zeppelinbouwer Cargolifter uit de deelstaat Brandenburg weten insolvent te zijn. De 500 werknemers krijgen voorlopig geen loon meer.

Ook Cargolifter is ten onder gegaan aan zijn eigen ambities. Tussen de startbanen van een oude militaire luchthaven van het sovjet-leger bouwde directeur Carl-Heinrich von Gablenz, eveneens een West-Duitser, een gigantische loods, voor driekwart betaald door de deelstaat Brandenburg.

Hier moest het grootste luchtschip ter wereld worden gebouwd, een zeppelin die kan worden ingezet bij het transport van zware voorwerpen. Het was een sensationeel plan, waarmee Von Gablenz veel aandacht uit de hele wereld trok. Hij zamelde 300 miljoen euro in bij particulieren.

Maar om het luchtschip te kunnen bouwen is nog eens 420 miljoen euro nodig, en investeerders zijn niet meer te vinden. Daarom kondigde Von Gablenz twee weken geleden aan 'voorlopig' af te zien van de bouw van de grote zeppelin. Cargolifter wilde wel doorgaan met de kleinere transport-luchtballon CL75, de 'Aircrane'.

Maar ook dat heeft de mogelijke geldschieters niet kunnen overhalen. Von Gablenz zegt nog steeds gesprekken te voeren. Een groep aandeelhouders heeft zich voorgenomen zeven miljoen euro aan donaties in te zamelen.

Maar vrijdag vroeg Cargolifter surseance van betaling aan voor de dochteronderneming Cargolifter Development, het deel van het bedrijf dat de grote zeppelin zou bouwen. Von Gablenz vraagt aan de deelstaat Brandenburg 50 miljoen euro krediet en lobbyt ook bij de bondskanselier om geld.

De deelstaat houdt echter de hand op de portemonnaie. Het arme Brandenburg heeft bijna 40 miljoen euro in het project gestoken, in de hoop dat rond Cargolifter een toeleveringsindustrie en een logistiek centrum zou ontstaan. Het bedrijf is de enige hoop in het zuiden van Brandenburg, waar geen werk is en jongeren wegtrekken naar West-Duitsland.

De ambtenaren denken nu na over een tweede gebruik van de absurd grote hal, misschien als 'competentiecentrum' voor luchtvaarttechniek. Maar in de pers wordt al gespot dat Brandenburg binnenkort 'de grootste en duurste techno-disco ter wereld heeft'.

Volgens critici is met het mislukken van Cargolifter bewezen dat het onmogelijk is in oost-Duitsland met grote subsidies uit het niets kunstmatige industriële centra op te bouwen. 'De economie in het oosten kan alleen worden opgebouwd vanuit bestaande centra zoals Leipzig, Dresden of Berlijn', zei Thomas Straubhaar, hoofd van het Hamburgse Welt wirtschaftsarchiv. De politiek moet volgens hem de belofte van 'bloeiende landschappen' van Helmut Kohl eindelijk achter zich laten en aanvaarden dat bloei alleen op sommige plaatsen mogelijk is.

Voor Cargolifter en Sachsenring, naast het succesvolle Jenoptik de grootste zelfstandige Oost-Duitse bedrijven, is dat echter een abstractie. Beide willen overleven. Cargolifter hoopt dat de gedeeltelijke surseance een sanering van het bedrijf mogelijk maakt, maar analisten zijn sceptisch.

Veel betere kansen heeft Sachsenring. De deelstaat Saksen is er veel aan gelegen de 700 banen in Zwickau te behouden. Gezien de goed gevulde opdrachtenporte feuille van de auto-onderdelenbouwer is dat mogelijk. De crediteurs willen het bedrijf op een geordende manier uit elkaar laten vallen om deze kern ongeschonden verder te laten gaan. Er zouden zich al enkele investeerders hebben gemeld.

De aandelenkoers van Sachsenring, een van de weinige beursgenoteerde ondernemingen uit Oost-Duitsland, steeg na het bekend worden van de surseance dan ook met 18 procent. De Trabant-fabriek krijgt een derde leven.

Meer over