Oorlogsgeweld tegen erfgoed wordt bestraft

's Werelds grootste cultuurschatten krijgen een nieuw, juridisch pantser. Een internationaal protocol dat vanmiddag in Den Haag wordt vastgesteld, moet objecten als de Taj Mahal, de Egyptische piramides en mogelijk de St....

Het Haagse protocol levert een opmerkelijke bijdrage aan de vooruitgang die het internationaal strafrecht momenteel boekt. Het biedt instrumenten voor de bestraffing van één uit de rij oorlogsmisdrijven, het vernielen van cultureel erfgoed.

'Staten worden zelfs verplicht eigen onderdanen te vervolgen als ze cultuurschatten elders hebben vernield. Dat gaat behoorlijk ver', zegt Lyndel Pratt van Unesco, de VN-organisatie die gedelegeerden van negentig landen twee weken liet vergaderen in het Congrescentrum.

Het protocol is een aanvulling op de 45 jaar oude conventie over bescherming van cultureel erfgoed in oorlogstijd. 'Dat verdrag voldeed niet meer', zegt Liesbeth Lijnzaad, jurist van Buitenlandse Zaken. 'De strafbaarstelling was slecht geregeld. Bovendien was er behoefte aan een nieuwe inventarisatie van te beschermen objecten.'

Sinds 1954 kwamen er nauwelijks musea, bibliotheken, kerken, archieven en dergelijke door de ingewikkelde keuring. De oude lijst omvat alleen Vaticaanstad, een Oostenrijkse bunker voor opslag van kunst en drie (lege) bunkers in Nederland: in Paasloo, Castricum en de Pietersberg.

Wat er gaat prijken op de nieuwe lijst objecten die 'versterkte bescherming' genieten, is onbekend. Lyndel Pratt noemt als voorbeelden de Taj Mahal en Stonehenge. Sabine Gimbrère van het ministerie van OCW oppert in Nederland de St. Jan en de Koninklijke Bibliotheek.

In aanmerking komt alleen erfgoed dat van 'het grootste belang voor de mensheid' is. 'Een erg exclusieve lijst', aldus Pratt. 'De landen wijzen objecten aan die zó belangrijk zijn dat ze hoe dan ook beschermd moeten worden.' Wel is de procedure voor plaatsing op de lijst sterk vereenvoudigd.

De 'bescherming' is strafrechtelijk van aard. Het beschadigen of in gevaar brengen van een gebouw is een 'ernstige schending' van het recht. Individuen, zowel daders als opdrachtgevers, zijn verantwoordelijk.

Het protocol bindt beide partijen in een conflict. De aanvaller mag het erfgoed niet aanvallen, de verdedigende partij moet zijn militaire plannen zo aanpassen, dat het object en de directe omgeving worden ontzien.

Op de conferentie werd veel tijd besteed aan enkele gevoelige politiek-juridische kwesties. Gelden de afspraken ook voor binnenlandse conflicten? Welke staten mogen in welke gevallen welke verdachten vervolgen?

Het antwoord op de eerste vraag luidt: ja. Dat op de tweede vraag, over jurisdictie, is ingewikkelder. Het compromis luidt dat staten de ernstigste vergrijpen kunnen vervolgen als het misdrijf op hun grondgebied plaatsvond, als de verdachte een eigen staatsburger is, en als de verdachte zich binnen de landsgrenzen bevindt.

Twee zeer uiteenlopende beroepsgroepen moeten straks aan het werk. Mensen uit de culturele hoek selecteren het kostbaarste erfgoed. Militairen (de potentiële overtreders) zullen hun manier van werken aanpassen. Lijnzaad: 'De nieuwe regels moeten doordringen in de operationele orders. Het protocol moet onderdeel worden van het Handboek Soldaat.'

Meer over