Oorlogsacteur

Als advocaat van de nazi's won hij zijn eerste en enige Oscar. Ook later, als regisseur, bleef de zaterdag overleden Oostenrijkse acteur Maximilian Schell trouw aan WOII.

Zonder de Tweede Wereldoorlog had zijn film-cv er heel anders uitgezien. Maximilian Schell, afgelopen zaterdag op 83-jarige leeftijd overleden aan een niet nader bekendgemaakte ziekte, speelde steeds weer in films die met één of twee benen in nazi-Duitsland stonden. Herhaaldelijk vertolkte hij SS-officieren en aanverwante karakters, onder meer in Richard Attenboroughs A Bridge too Far (1977) en Edward Dmytryks The Young Lions (1958).

Schell, die op 8 december 1930 in Wenen werd geboren en tijdens WOII met zijn ouders naar Zürich vluchtte, had zijn beroemdste en meest gedenkwaardige optreden in Stanley Kramers Judgment at Nuremberg (1961). Als de jonge, gedreven en furieuze advocaat Hans Rolfe verdedigt hij in het oorlogstribunaal de rechters van het naziregime. Een tijdloos sterke vertolking, waarmee Schell zijn eerste en enige Oscar won.

Schell had de advocaat al gespeeld in de tv-adaptatie van Abby Manns script. In 2001 trad hij in Broadway opnieuw op in Judgment at Nuremberg, maar nu als de aangeklaagde rechter Janning. Die rol had hij destijds ook al willen spelen, maar de filmmakers achtten hem er te jong voor.

Schell was ook te zien als Otto Frank in Boris Sagals tv-drama The Diary of Anne Frank (1980) en weigerde de rol van Baron Von Trapp in The Sound of Music (Robert Wise, 1965). Om WOII-typecasting uit de weg te gaan, speelde hij onder anderen Lenin, Peter de Grote, gekke professoren, kardinalen en KGB-officieren. Hij draaide zijn hand niet om voor pretentieloze brood-op-de-plankrolletjes en regisseerde ook zelf speelfilms en documentaires, waaronder het lovend ontvangen WOII-verwerkings-drama Der Fussgänger (1973) en een eigenzinnig vormgegeven portret van Marlene Dietrich (Marlene, 1984).

Schell, een begenadigd amateur- pianist, boekte in de nadagen van zijn carrière ook grote successen als operaregisseur. Zijn ensceneringen van Wagners Lohengrin (2001) en Richard Strauss' Der Rosenkavalier (2005) werden uitstekend ontvangen. Graag omschreef hij het regisseursvak als de ontmoeting met een vrouw: 'Je kent haar niet, maar iets raakt je en dan moet je er gewoon voor gaan.'

undefined

Meer over