Oorlogs-geheimen

Als het echt gevaarlijk wordt, presenteert Oorlogsgeheimen de oorlog te veel als spannend jongensboek.

FLOORTJE SMIT

jeugdfilm ***

Regie: Dennis Bots. Met Maas Bronkhuyzen, Joes Brauers, Pippa Allen, Loek Peters

In 120 zalen

Midden in de nacht je bed uit, stukje lopen en de schuilkelder in, terwijl de vliegtuigen overscheren - Tuur en Lambert vinden het maar wat spannend. Terwijl de schuilkelder bij elke inslag trilt en het stof naar beneden dwarrelt, stoten de twee vrienden elkaar lachend aan. Actie in het dorp.

Aan het begin van Oorlogsgeheimen is de Tweede Wereldoorlog in de belevingswereld van Tuur en Lambert nog maar halfhartig doorgedrongen: ze zien het heus wel om hen heen, maar voor hen zelf staat er niets op het spel. Vuurpeloton is iets dat je speelt op het schoolplein, naar een vliegtuigwrak in het bos kijken ze al niet eens meer om.

Net als Oorlogswinter gaat deze jeugdoorlogsfilm over het verlies van onschuld. Maar waar regisseur Martin Koolhoven in 2007 een volwassen coming-of-agedrama maakte, is en blijft Oorlogsgeheimen gericht op kinderen.

Dat is geen kritiek: de oorlog vanuit kinderogen is juist het sterkste punt van de film van Dennis Bots, gebaseerd op een boek van Jacques Vriens. Tuur, Lambert en Maartje zijn herkenbare 12-jarigen, die gewoon naar school gaan en die meer willen weten dan hun wordt verteld. Beste vrienden die uit elkaar groeien en daarbij ronduit wreed kunnen zijn vanuit eenzaamheid of verwarring. Alleen speelt bij hen de oorlog een cruciale rol.

Bots regisseert functioneel, maar laat de kindacteurs Pippa Allen (Patatje Oorlog) en Maas Bronkhuyzen (De Groeten van Mike!) schitteren. De meest ingewikkelde rol heeft filmdebutant Joes Brauers, die als zoon van een NSB'er boos, eenzaam en zielig is. Fijn dat antiheld Lambert meer ruimte krijgt van scenariste Karen van Holst Pellekaan dan in het boek.

Goed, werkelijk iedereen in het dorp lijkt uiteindelijk in het verzet dan wel bij de NSB te zitten. De symboliek rondom treinen heeft iets ongemakkelijks. Er wordt onwaarschijnlijk veel rondgeslopen. En als het echt gevaarlijk wordt, presenteert Oorlogsgeheimen de oorlog soms te veel als spannend jongensboek.

Dat is problematisch, maar doet niets af aan het feit dat Vriens, Van Holst Pellekaan en Bots (ook verantwoordelijk voor Achtstegroepers Huilen Niet) hier een oprechte poging doen om de oorlog tot leven te brengen voor de prepubers van nu. Het is gericht op een generatie kinderen die samen met Tuur kan ontdekken wat er toch in de treinen zit die dagelijks door het bos rijden, en die niet meteen nattigheid voelt als er in 1943 opeens 'een nichtje' naar haar oom en tante op het platteland verhuist. Oorlogsgeheimen doet niet kinderachtig over razzia's en jodenvervolging, waarvan de implicaties wel degelijk duidelijk worden gemaakt.

undefined

Meer over