Oorlog Irak leunde wel op leugens

Dat de Britse leider Blair en de Amerikaanse Bush oprecht geloofden in de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak, wil er bij Bart Tromp niet in....

Van drie zijden is gereageerd op mijn constatering dat de Amerikaanse president, George Bush jr, en de Britse minister-president, Tony Blair, hebben gelogen toen zij zich, als argument om een oorlog tegen Irak te beginnen, beriepen op de volgens hen vaststaande dreiging van Iraakse 'massavernietigingswapens'.

Arie Elshout en de Britse ambassadeur, Sir Colin Budd, maken er in hun reacties (de Volkskrant, 18 en 23 februari) eerst een semantische kwestie van. Mag je het woord 'liegen' in dit geval wel gebruiken? Liegen is bewust onwaarheid spreken, vinden beiden. Ik ook, en ik houd mijn conclusie staande.

Anders dan Elshout en de Britse ambassadeur meent Arend-Jan Boekesteijn (de Volkskrant, 21 februari) dat de afwezige massavernietigingswapens geen politiek probleem vormen, waarna hij even enthousiast als hij vorig jaar de oorlog tegen Irak aanprees vanwege dreiging van die massavernietigingwapens, dat nu doet zonder die dreiging. Op het thema waar het hier om gaat, gaat hij echter niet in, zodat ik zijn tamelijk dubieuze betoog hier verder buiten beschouwing laat. Noch Elshout, noch de Britse ambassadeur ontkennen dat de afwezigheid van 'massavernietigingswapens' in Irak een politiek probleem van de eerste orde vormt. Het verschil van mening gaat er om of met name Tony Blair wel of niet bewust heeft gelogen. Daarom laat ik president Bush jr hier buiten beschouwing.

De argumentatie van de Britse ambassadeur en Arie Elshout komt erop neer dat Blair oprecht geloofde in de dreiging van de Iraakse WMD (weapons of mass destruction), en dat daarom wel sprake is van schromelijke overdrijving van het gevaar van die wapens, althans achteraf gezien, maar niet van liegen. Elshout meent dat 'overdrijven iets anders is dan liegen'. De Britse ambassadeur meldt dat Tony Blair 'stellig overtuigd was van de waarheid van wat hij schreef in de aanloop naar de oorlog'.

Volgens de definitie van Elshout is overdrijven wel degelijk liegen: welbewust onwaarheid spreken. En terzake is niet, zoals de Britse ambassadeur stelt, dat Blair overtuigd was van zijn eigen gelijk (iets wat hij noch ik kunnen verifin), maar of de vergaande stellingen die hij als eerste minister betrok over de Iraakse massavernietigingswapens steunden op solide informatie en redelijke argumenten. Tot die redelijke argumenten reken ik niet Blairs herhaalde verzekering dat hij hierbij over bijzondere informatie beschikt, iets waarvan ik een echo verneem in de opmerking van de Britse ambassadeur dat ik 'niet eens op de hoogte ben van de volle reikwijdte van de informatie die Tony Blair voor de oorlog in Irak tot zijn beschikking had'. Men hoeft maar te denken aan Blairs bewering, eind december vorig jaar, dat er in Irak clandestiene laboratoria waren gevonden voor de productie van massavernietigingswapens die bleek uit de lucht gegrepen.

Aan de orde is niet de integriteit van Tony Blair, maar zijn competentie als eerste minister.

Het offici motief voor de Britse deelname aan de oorlog tegen Irak was de dreiging van Iraakse 'massavernietigingswapens'. Nu de WMD er niet blijken te zijn, wordt aangevoerd dat dit voor het VK niet de enige reden was om tot oorlog over te gaan. Dat Irak zich niet trouwhartig aan resolutie 1441 van de Veiligheidsraad hield, dat heet nu de casus belli. Dit betoog mist elke overtuigingskracht. Resolutie 1441 bevat geen verlof voor VN-lidstaten om op eigen houtje, buiten de Veiligheidsraad om, tot oorlog tegen een andere lidstaat over te gaan. Dat was juist voor de Britse regering, die er alles aan was gelegen de oorlog tegen Irak door de VN te laten legitimeren, reden de leden van de V-raad te willen verenigen achter een tweede resolutie, die wexpliciet tot een aanval op Irak machtigde. Tot 14 maart 2003 zette Londen alles op alles (zoals we de laatste weken konden lezen) om de andere leden van de V-raad achter zo'n resolutie te krijgen. In geval van een Frans of Russisch veto zou het feit dat een overgrote meerderheid in de raad achter zo'n resolutie stond toch een morele rechtvaardiging aan de oorlog verlenen. Maar uiteindelijk gaf Londen het op toen zonneklaar werd dat, behalve Bulgarije en Spanje, geen enkel lid van de V-raad een dergelijke resolutie wilde ondersteunen, ondanks de pressie van VS en VK.

Pas toen deze poging om toestemmingvan de V-raad voor de oorlog te krijgen was mislukt, vond de Britse regering plotseling dat zo'n resolutie juist helemaal niet nodig was, en dat resolutie 1441 voldoende legitimiteit voor de oorlog bood, op basis van een inderhaast ingewonnen advies van Lord Goldsmith, de procureur-generaal, dus allesbehalve een onafhankelijk raadgever.

Maar resolutie 1441 betreft ook die vermoede 'massavernietigingswapens'. Daar is deze oorlog om gevoerd.

De Britse ambassadeur voert tegen mijn conclusie aan, dat vde oorlog algemeen het vermoeden bestond dat Irak nog steeds of alweer met de productie van WMD bezig was. Het gaat er echterom of Blair zich de stelligheid kon veroorloven waarmee hij keer op keer de volksvertegenwoordiging en de Britse staatsburgers meedeelde dat hij zeker wist dat dit het geval was.

De Britse argumentatie over de massavernietigingswapens was gebaseerd op een in september 2002 gepubliceerd regeringsdossier, getiteld 'Iraq's Weapons of Mass Destruction'. Die titel was vijf dagen voor publicatie in de plaats gekomen van de de oorspronkelijke, 'Iraq's Programme for Weapons of Mass Destruction'. Parlement en publiek moesten ervan overtuigd worden dat Irak geen programma's voor wapens had, maar die wapens zelf. De vergaande stellingen die daarindoor Blair werden betrokken, vonden geen basis in de bevindingen van de Britse inlichtingendiensten, zoals onder andere is bericht door de toenmalige leider van de afdeling massavernietigingswapens van de militaire inlichtingendienst, dr. Brian Jones. De Defence Intelligence Staff zou er afstand van nemen.

Februari 2003 verscheen een tweede document dat de noodzaak voor de oorlog argumenteerde, onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van de premier. Colin Powell, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, prees het twee dagen later in zijn presentatie in de V-raad. Het was niet gebaseerd op, of geautoriseerd door de Britse inlichtingendiensten, maar kwam voor rekening van het team van Blairs spindoctors, Alastair Campbell. Voor een niet gering deel bleek het plagiaat te zijn van een oud artikel uit het Middle East Review of International Affairs, met opgeblazen conclusies.

In zijn net verschenen memoires meldt de voormalige minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, dat hij in februari 2003 Blair ervan doordrong dat Irak niet over WMD beschikte, op basis van wat de Britse inlichtingendiensten toen wisten, en dat Blair dit ook zelf niet meer geloofde. De Britse ambassadeur gaat er aan voorbij dat, nadat VN-inspecteurs in het najaar van 2002 weer toegang hadden tot Irak, het mogelijk werd om alle vermoedens (meer waren het niet) van de inlichtingendiensten te verifin, iets waar de Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten zelf niet toe in staat waren. Na 247 inspecties op 147 plaatsen concludeerde Mohamed ElBaradei, die het onderzoek naar de nucleaire dreiging leidde, op 7 maart dat er geen aanwijzingen waren dat Irak over een nucleair programma beschikte, noch over middelen daartoe.

De Britse ambassadeur voert aan dat de leider van het inspectieteam voor biologische en chemische wapens, Hans Blix op 7 maart onder andere rapporteerde dat er nog 29 zaken waren waarover de VN geen informatie had en dat het vermoeden bestond dat tienduizend liter miltvuur niet was vernietigd. Voor de volledigheid was nuttig geweest als hij eraan had toegevoegd dat bij de 731 inspecties van het team van Blix vrijwel niets was aangetroffen van de wapens en wapenprogramma's waarvan de Amerikaanse en Britse regering hadden beweerd dat die er waren. Als het niet verantwoorde, maar moeilijk houdbare miltvuur niet aan de gebrekkige Iraakse administratie was te wijten, was het allang tot onschadelijke bestanddelen gedegenereerd.

Kortom, iedereen die bereid was zich te baseren op de toen beschikbare informatie, wist dat Irak niet over 'massavernietigingswapens' beschikte; hoogstens over niet-nucleaire slagveldwapens. Zowel de VN-inspecties als de containment-politiek waren in dit opzicht succesvol geweest.

De Britse (en de Amerikaanse) regering beschikten niet over harde gegevens ten aanzien van het bestaan van Iraakse massavernietigingswapens. Maar zij hebben gesteld dat dit wel het geval was en ze hebben alle informatie, met name de resultaten van de VNinspecties, die in een andere richting wees, genegeerd of verdacht gemaakt. Op grond van die onware stelling is voor het eerst door democratische staten een aanvalsoorlog in strijd met het Handvest van de VN begonnen. Een oorlog gebaseerd op leugens.

Meer over