Nieuws

Oorlog in ‘graanschuur van de wereld’ treft Arabische wereld: voorraden raken op, hongersnood dreigt

In veel Arabische landen is nervositeit ontstaan, als gevolg van de oorlog in Oekraïne: landen als Egypte, Jemen en Libanon leunen sterk op de ‘graanschuur van de wereld’ voor de import van tarwe. Met hun eigen voorraden alleen gaan ze het niet redden.

Jenne Jan Holtland
Een Egyptische arbeider in een graanmolen in Caïro. Beeld AP
Een Egyptische arbeider in een graanmolen in Caïro.Beeld AP

Een paar uur voor de Russische invasie van Oekraïne, vorige week, kwam het kabinet in Egypte al bijeen voor een vergadering over de potentiële gevolgen. Bovenaan de agenda stonden de zorgen over import van tarwe en graan. Geen land ter wereld leunt wat dat betreft zo zwaar op het buitenland als Egypte: driekwart van de import komt doorgaans uit Oekraïne en Rusland.

De afgelopen week ging de tarweprijs inderdaad door het dak: die lag in de afgelopen veertig jaar niet zo hoog. Dat er reden is voor nervositeit, mag bovendien blijken uit het voorbeeld van Soedan. Daar leidde een verdriedubbeling van de broodprijs in 2019 tot massale protesten, met als gevolg een legercoup tegen dictator Omar al-Bashir die vervolgens van het toneel verdween. Ook aan de val van president Hosni Mubarak in Egypte in 2011 gingen stijgingen in voedselprijzen vooraf.

Voorraden

Vandaar dat de recente ontwikkelingen in de hele Arabische wereld tot kopzorgen leiden. Libanon, dat financieel en economisch toch al aan de grond zit, leunt voor meer dan de helft van de tarwe-import op de Zwarte Zee-regio (Rusland, Oekraïne en Roemenië). Volgens importeurs heeft het land nog voorraden voor zes weken.

Wat er daarna gebeurt, is hoogst onzeker en hangt af van het verloop van de oorlog en de slagkracht van de Libanezen op de wereldmarkt. De bevoegde minister probeerde de zaak te sussen door te zeggen dat er gesprekken gaande zijn over invoer van tarwe uit andere landen. De meest voor de hand liggende – maar ook duurdere – alternatieven zijn landen als Bulgarije, Frankrijk, Argentinië, Polen en de Verenigde Staten.

Gealarmeerde klanten

In het door oorlog verscheurde Jemen is brood nu al een onbetaalbare luxe voor veel mensen. Met prijsstijgingen in het verschiet neemt de kans op een hongersnood toe. ‘Veel klanten zijn gealarmeerd’, zei groothandelaar Mohammed al-Nimri uit de hoofdstad Sanaa tegen persbureau Reuters. ‘Ze komen tien, twintig zakken tarwe tegelijk kopen.’ En dan te bedenken dat, voor de Oekraïne-oorlog, de tarweprijs al bezig was aan een flinke opmars als gevolg van de covidpandemie en droogte op veel plaatsen.

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) dat maandelijks 13 miljoen Jemenieten van eten voorziet, heeft begin dit jaar de rantsoenen gekort als gevolg van het uitblijven van afdoende hulpgeld van de internationale gemeenschap. ‘We riskeren een situatie over een paar weken waarin we uitgehongerde mensen niet langer kunnen voeden’, aldus directeur David Beasley. ‘Dit wordt de hel op aarde.’

Gesubsidieerd brood

Egypte heeft voor ongeveer vier maanden tarwe op voorraad, en probeert de lokale productie te stimuleren. Als president Abdel Fattah al-Sisi de rekening neerlegt bij de gewone man, levert dat onmiddellijk onrust op. Brood is zwaar gesubsidieerd. Verreweg de meeste Egyptenaren maken gebruik van dat decennia oude overheidsprogramma: ieder gezin heeft recht op vijf platbroden per dag. Een brood kost 5 piasters, wat neerkomt op een kwart van een eurocent. Het gevolg van deze regeling is dat Egyptenaren brood als een basisrecht zijn gaan zien. Het is zo’n wezenlijk deel van de dagelijkse maaltijd dat mensen het simpelweg kennen als aish, ‘leven’.

‘Er zijn goede redenen voor de Egyptische regering om flink bezorgd te zijn’, concludeert analist Timothy Kaldas, verbonden aan het Tahrir Institute for Middle East Policy. Het subsidieprogramma dreigt onhoudbaar duur te worden, en dat terwijl Caïro toch al kampt met tekorten. Bijna de helft van de jaarlijkse begroting gaat op aan het afbetalen van rente op buitenlandse schulden.

President Sisi zinspeelde in augustus op een wijziging van de subsidies. ‘Het is onzinnig wanneer twintig broden hetzelfde kosten als één sigaret.’ Toch is het de vraag of hij het risico wil nemen. Toen een van Sisi’s voorgangers, Anwar Sadat, eind jaren zeventig de subsidies wilde schrappen, leidde dat tot dagenlange ‘broodrellen’. Sadat trok het plan gauw in. Kaldas ziet ook andere uitwegen voor de huidige president, bijvoorbeeld door de broden iets kleiner te maken. Dat zou niet voor het eerst zijn: vergeleken met tien jaar geleden weegt een Egyptisch brood tegenwoordig eenderde minder.

Meer over