Nieuws

Ook Utrecht profiteerde van de slavernij, blijkt uit onderzoek

Utrecht was ‘formeel betrokken’ bij de slavernij, blijkt uit nieuw onderzoek. Bestuur, burgers en instituties van de stad hebben koloniale activiteiten aangejaagd, erin geïnvesteerd en ervan geprofiteerd. Op de plantages in Amerika, Afrika en Azië was sprake van slavenarbeid.

De 18de eeuwse schrijver Belle van Zuylen stak ongeveer 40 procent van haar vermogen in plantages in de koloniën. Beeld Universal Images Group via Getty
De 18de eeuwse schrijver Belle van Zuylen stak ongeveer 40 procent van haar vermogen in plantages in de koloniën.Beeld Universal Images Group via Getty

De gemeenteraad van Utrecht had in 2019 om een onderzoek gevraagd naar de rol van de stad in de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Amsterdam en Rotterdam concludeerden al eerder profijt te hebben gehad van de slavernij. Deze week maakte ook Den Haag bekend de eigen rol in de slavernij tegen het licht te gaan houden.

Volgens burgemeester Sharon Dijksma van Utrecht maakt het nieuwe onderzoek, dat woensdag gepresenteerd werd, ‘pijnlijk duidelijk dat achter de economische voorspoed in onze stad ook veel leed verborgen zit van mensen die soms letterlijk het leven lieten, maar wiens namen nooit in de geschiedenisboeken terechtkwamen’.

Plantages

Uit het Utrechtse onderzoek, dat werd uitgevoerd onder leiding van cultuurhistoricus Nancy Jouwe, blijkt dat in de 17de eeuw bijna een kwart van de leden van de vroedschap van de stad Utrecht - een soort gemeenteraad - directe of indirecte belangen in de slavernij had. In de 18de eeuw steeg dat tot boven de 40 procent. Zo was vroedschapslid Hendrick van Asch van Wijck in 1739 ook bewindhebber van de West-Indische Compagnie. In die hoedanigheid was hij betrokken bij de oprichting van plantages in Suriname.

De onderzoekers concluderen ook dat de koloniale activiteiten van groot belang waren voor de Utrechtse werkgelegenheid. Zo verschafte alleen al de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) werk aan circa 2800 Utrechters. Jaarlijks zouden bijna dertig Utrechtse mannen naar Azië zijn afgereisd. ‘De Compagnie was dus een grote werkgever’, zegt Jouwe.

Daarnaast dankten een aantal belangrijke Utrechtse families een deel van hun rijkdom aan de slavernij. Zij investeerden in plantages in de koloniën. De beroemde schrijver Belle van Zuylen (1740-1805) stak bijvoorbeeld ongeveer 40 procent van haar vermogen in koloniale compagnieën. ‘De koloniale winsten maakten het mogelijk om een schrijvend leven in luxe te leiden’, zegt Jouwe, ‘waarbij ze zich niet kritisch uitte over slavernij.’

Al met al is de bijdrage van Utrecht aan de slavernij volgens de onderzoekers minder dan die van steden als Amsterdam, maar groter dan het bestaande geschiedbeeld doet vermoeden. Dat Utrecht zelf geen grote koloniale instituties had, betekent niet dat de stad niet betrokken was bij de slavernij.

Excuses

Binnenkort buigt het Utrechtse stadsbestuur zich over de vraag of excuses moeten worden aangeboden voor de rol die de stad speelde in de slavernij. Donderdag, tijdens de Nationale Herdenking Slavernijverleden, zal de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema dit zo goed als zeker namens haar stad doen. Amsterdam zou daarmee de eerste Nederlandse stad zijn die daartoe overgaat.

De wethouders van de vier grote steden pleitten anderhalve week geleden voor invoering van een nationale feestdag om van het afschaffen van de slavernij te vieren. Ze stuurden daartoe een brief aan de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. Ook willen de wethouders een nieuw nationaal onderzoek naar de rol van de Nederlandse staat in de slavernij. Daarop zouden mogelijk excuses kunnen volgen van de regering.

Meer over