Ook Rusland mist greep op Serviërs

IN HET diplomatieke spel rond Bosnië heeft Rusland altijd de meest aantrekkelijke rol gehad. Terwijl de westerse landen waarschuwend met de stok zwaaiden tegen de Bosnische Serviërs, was het de rol van Rusland hun een wortel voor te houden....

Nu duidelijk wordt dat de Bosnische Serviërs niet meer bang zijn voor de westerse stok - waarmee toch niet geslagen wordt of op zijn hoogst heel zachtjes - heeft Moskou weer de wortel getrokken om Karadzic en zijn strijdlustige kompaan Mladic tot vreedzamer gedachten te verlokken.

Terwijl Mladic' troepen de Moslim-enclave Zepa bestookten, probeerde Vitali Tsjoerkin, de Russische ambassadeur bij de NAVO en Ruslands voormalige troubleshooter in ex-Joegoslavië, de onderhandelingen over een vreedzame oplossing van het conflict nieuw leven in te blazen met de suggestie dat er misschien wijzigingen moeten worden aangebracht in de kaart voor de verdeling van Bosnië-Herzegowina.

Volgens het vredesplan van de internationale Contactgroep, waarin ook Rusland zit, krijgen de Moslims en de Kroaten 51 procent van Bosnië-Herzegowina en gaat de rest naar de Bosnische Serviërs. Maar de Serviërs, die inmiddels zo'n 70 procent van de republiek hebben veroverd, vinden dat onvoldoende. Nu de Serviërs de ene Moslim-enclave na de andere onder de voet dreigen te lopen, zijn de Russen kennelijk tot de conclusie gekomen dat het oude aanbod - dat de Serviërs toch al hadden verworpen - niet meer reëel is.

Het lijkt, zo vlak na de val van Srebrenica en de verdrijving van veertigduizend burgers uit dat 'veilige gebied', een wat vreemd moment om over nieuwe concessies aan de Serviërs te praten. Maar Moskou kijkt nu eenmaal heel anders tegen het conflict aan dan de westerse landen.

In het Westen heerst een gevoel van schaamte over het feit dat het niets gedaan heeft om Srebrenica te redden, maar dat gevoel wordt niet gedeeld door de Russen. Moskou is steeds tegen het inzetten van VN-troepen geweest om de 'veilige gebieden' te beschermen. Slechts wanneer de blauwhelmen zelf onder vuur komen te liggen, mag de VN met militaire middelen terugslaan .

De Russische terughoudendheid is wel begrijpelijk, aangezien de publieke opinie in Rusland duidelijk op de hand is van de Bosnische Serviërs. De Doema, de Russische Tweede Kamer, roept al maanden om opheffing van het handelsembargo tegen Joegoslavië en neemt vrijwel automatisch na ieder NAVO-bombardement een afkeurende motie aan. Zelfs een politicus als de voormalige minister van Financiën Boris Fjodorov - die tot voor kort in het Westen werd bezongen als een superhervormer en liberaal - trekt openlijk partij voor de Serviërs.

Er zijn historische en religieuze verklaringen voor de band tussen de Russen en de Serviërs - allebei zijn het Slavische volken en allebei hebben ze het orthodoxe geloof - maar de sympathie gaat dieper. Het is een gevoel van herkenning: hier is een volk dat ook in isolement leeft, onbegrepen in een vijandige wereld.

De Russische solidariteit met de Serviërs gaat echter niet zover dat er steun bestaat voor daadwerkelijke militaire hulp aan de Servische broeders. Die geluiden vallen slechts in extreem-rechtse hoek te horen, zoals in de LDPR van Zjirinovski en onder de kozakken, van wie zelfs een handjevol naar Bosnië is getrokken om hun leven te offeren voor de Groot-Servische zaak.

Iets anders is dat het voor de Russen nauwelijks te slikken valt als de VN met de zegen van Moskou of, nog erger, zelfs met deelname van Russische blauwhelmen militair in actie komen tegen de Serviërs. Vandaar ook dat Moskou er steeds op hamert dat een politieke regeling de enige uitweg vormt.

Het is echter de vraag of het Russische gemodder meer zal opleveren dan het westerse gemodder. Want Rusland mag dan graag doen geloven dat het dankzij zijn bijzondere band met de Serviërs meer invloed op hen heeft, daarvan is in de praktijk niet veel gebleken. Het enige diplomatieke succes dat de Russen in Bosnië boekten - de terugtrekking van de Servische troepen rond Sarajevo, begin vorig jaar - was voor een belangrijk deel te danken aan de NAVO-dreigementen met luchtaanvallen, iets waarvoor de Serviërs destijds nog bang waren.

Sindsdien hebben de Russische diplomatieke manoeuvres niets concreets opgeleverd. Het probleem is dat de Russische wortel alleen effectief is als er tegelijkertijd gezwaaid wordt met de NAVO-knuppel. Zodra die wordt opgeborgen, moet het Kremlin hele bossen wortels tevoorschijn halen om de van militaire successen zatgevreten Bosnisch-Servische leiders naar de onderhandelingstafel te lokken.

Het valt dan ook te vrezen dat de diplomatieke regeling waarop Rusland aandringt, er uiteindelijk op zal neerkomen dat de voldongen feiten die Mladic met zijn leger heeft geschapen het internationale stempel van goedkeuring krijgen.

Jeltsin heeft het Westen ook al voorgesteld de Bosnische Serviërs tevreden te stellen door hun de mogelijkheid te bieden een federatie aan te gaan met Joegoslavië. Dat komt er in de praktijk op neer dat Karadzic' ideaal van een Groot-Servië een feit wordt.

Nu het Westen tot de conclusie lijkt te zijn gekomen dat militaire actie tegen de Bosnische Serviërs onhaalbaar is, is de enige knuppel waarmee nog gezwaaid kan worden het dreigement het wapenembargo tegen de Bosniërs op te heffen.

Maar als de VS besluiten wapens te gaan leveren aan de Bosnische Moslims - zoals het Amerikaanse Congres wil - zou dat nog wel eens ernstiger gevolgen kunnen hebben dan militair optreden van de VN-macht in Bosnië. De kans is groot dat de Russen dan op hun beurt hun Servische broeders in Bosnië zullen bewapenen.

Bert Lanting

Meer over