nieuws

Ook Raad van State vindt dat ministerie schade Stints moet vergoeden: ‘Keuring volstrekt onder de maat’

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat moet de fabrikant van de Stint en kinderdagverblijven die dat voertuig gebruikten deels vergoeden voor de abrupte beslissing om de elektrische bolderkar in 2018 van de weg te halen. Dat heeft de Raad van State beslist in een hoger beroep ingesteld door het ministerie.

Nick de Jager
Volgens de Raad van State was de technische keuring van de Stint in 2011 ‘volstrekt onder de maat’. Beeld ANP
Volgens de Raad van State was de technische keuring van de Stint in 2011 ‘volstrekt onder de maat’.Beeld ANP

De uitspraak is een bevestiging van het oordeel van de rechtbank in maart. Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft onzorgvuldig gehandeld bij het uitvaardigen van een totaalverbod op het gebruik van de elektrische bolderkarren op de openbare weg. Dat deed de minister na een tragisch ongeval met een Stint bij een treinovergang in Oss in 2018, waarbij vier van de acht inzittende kinderen om het leven kwamen.

De Raad van State beoordeelt dat verbod nu als onwettelijk: acht jaar daarvoor had het ministerie het voertuig immers zelf beoordeeld en als veilig aangemerkt. Inmiddels is duidelijk dat de technische keuring van de Stint in 2011 ‘volstrekt onder de maat is geweest’, schrijft de Raad. Die fout had Van Nieuwenhuizen in ieder geval moeten erkennen.

Onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ Stints

Voor het recht op schadevergoeding maakt de hoogste bestuursrechter onderscheid tussen lichte en zware Stints met een elektromotor van respectievelijk 800 en 1200 watt. Volgens de Raad van State hoeft het kabinet alleen gebruikers en fabrikanten van de ‘lichte’ voertuigen te compenseren. Dit gaat het ministerie ‘heel ruimhartig’ doen, zegt een woordvoerder. De totale kosten van die operatie zijn nog niet bekend. Volgens de Brancheorganisatie Kinderopvang is de schade per Stint 20 duizend euro.

In het vorige decennium waren ook de ‘zwaardere’ versies van het voertuig op de weg, maar die zijn op zichzelf nooit officieel goedgekeurd door een kabinet. Omdat het ministerie ook geen probleem maakte van hun aanwezigheid, roept de Raad van State de regering op om voor deze Stints ‘tot een zo goed mogelijke schadevergoeding te komen’. Een juridisch geschil daarover kan onoverzichtelijk en slepend worden, waarschuwt een woordvoerder van de Raad.

Emmeline Bijlsma van de Brancheorganisatie Kinderopvang is blij met de uitspraak, maar betreurt het dat ook de Raad van State een verschil ziet tussen lichte en zware Stints. ‘Wij hebben dat onderscheid altijd gezien als een formalistisch, juridisch trucje waarmee de minister probeerde om onze sector buitenspel te zetten.’ Het ongeval in Oss gebeurde met een zwaardere bolderkar met een elektromotor van 1200 watt. Daarna werden alle Stints verboden.

De oorzaak van het ongeluk met de Stint in Oss, die zonder te remmen de spoorbaan schoot, heeft het Openbaar Ministerie zelfs na jarenlang onderzoek nooit kunnen achterhalen. Kinderopvangbedrijven, waarvoor Stints bij uitstek handige vervoersmiddelen zijn, hebben altijd volgehouden dat de beslissing van Van Nieuwenhuizen buitenproportioneel was. Vorig jaar gaf het ministerie toestemming om een aangepaste Stint terug op de weg te laten keren. De opvolger kreeg een nieuwe naam: BSO-bus.

In een eerdere versie van dit artikel stond dat het ministerie ‘volledig’ zou compenseren voor de kosten van de ‘lichte’ Stints, zoals een woordvoerder tegen de Volkskrant zei. Het ministerie stelt die woordkeuze bij naar ‘heel ruimhartig’.

Meer over