Interviewpieter klok

Ook onze eigen hoofdredacteur dacht dat het allemaal wel mee zou vallen met corona

Hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Klok kijkt terug op een veelbewogen jaar. ‘Misschien wel de belangrijkste les die ik heb geleerd: niet te ver vooruitkijken. Daar kwam ik door schade en schande achter.’

Hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Klok Beeld Eva Faché
Hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter KlokBeeld Eva Faché

‘Tot voor kort viel het achteraf bijna altijd mee met die pandemieën. Dat heeft zeker in de beginfase ook wel mijn denken bepaald, dat kan ik niet ontkennen. Ik dacht: het zal in dit geval waarschijnlijk ook wel meevallen.’

Negen maanden zijn verstreken sinds het begin van onze eerste lockdown, bijna tien maanden sinds de eerste covid-19 besmetting in Nederland werd vastgesteld. Hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Klok kijkt terug op een jaar dat voor iedereen veelbewogen was, maar zeker ook voor de journalistiek. Media als de Volkskrant hadden de taak om verslag te doen van een van de meest onzekere periodes uit de moderne geschiedenis. De informatiehonger van de lezers was enorm. De bezoekcijfers van de website schoten omhoog, de groei in abonnementen was het hoogst in jaren.

De redactiezalen waren leeg, beschreef je op 13 maart in je weekbericht als hoofdredacteur, maar de redactie zelf draaide op volle toeren.

‘Dat was het paradoxale: lege redactiezalen, overvolle agenda. We hebben in die tijd veel aangrijpende verhalen gemaakt. De reportages van correspondent Leen Vervaeke uit China en van correspondent Jarl van der Ploeg uit Italië kan ik me nog levendig herinneren. Verslaggever Maud Effting beschreef begin april de schrijnende situatie op de ic’s vanuit het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. Daarnaast verschaften we continu veel uitleg. Ik vind het nog steeds ongelooflijk dat wetenschapsredacteur Maarten Keulemans, onze corona-expert, het al zo lang volhoudt elke keer de juiste vragen te stellen over het virus.

‘Die enorm gegroeide belangstelling van lezers die we aan het begin zagen is gebleven. Dat is logisch want het nieuws is opeens de persoonlijke levenssfeer binnengedrongen. Straks met dat vaccin is dat zelfs heel fysiek, je krijgt bij wijze van spreken de wereldproblematiek in je arm gespoten. Dan wil je daar alles over weten.’

In je weekberichten in de eerste helft van het jaar sprak je vaak je twijfel uit over of het virus wel zo streng moet worden bestreden.

‘Ik werd continu heen en weer geslingerd: moeten we hard ingrijpen of juist niet? De ene dag leek het virus zeer besmettelijk en dodelijk, de andere dag leek het weer mee te vallen. Ik vroeg Maarten Keulemans elke dag: Maarten, hoe erg is het nou? En dan zei hij: we weten het niet. De cijfers zijn niet precies genoeg. Ondertussen dacht ik ook vaak: jongens, die lockdown sloopt ons, er gaat heel veel kapot nu. Die twijfel is eigenlijk nooit opgehouden.’

Je benadrukte meermaals dat je niet onnodig alarmistisch wilde zijn.

‘Ik vind dat je als medium niet te makkelijk en te snel angst moet verspreiden. Dat is meestal een instrument van de populaire sensationele kranten, want angst verkoopt, terwijl angst meestal een slechte raadgever is. Maar, er is één situatie waarin angst een goede raadgever is en dat is als het worst case scenario uitkomt. En dat is nu gebeurd. Achteraf gezien had angst ons tijdens deze crisis misschien kunnen helpen om eerder en beter van het probleem doordrongen te zijn.’

Zou je het bij een volgende crisis anders aanpakken?

‘Ik blijf vinden dat angst niet leidend moet zijn, van collectieve angst krijg je een heel nare samenleving. Maar, ik denk wel dat we bij een pandemie vaker het zekere voor het onzekere zullen nemen. We hebben natuurlijk veel geleerd over pandemiebestrijding. Een van de lessen is dat je beter te zwaar in kunt grijpen dan te licht, om zo’n virus een kopje kleiner te maken. Dus als er weer een virus komt, denk ik wel dat we zeggen: jongens, we weten nog niet wat dit is, maar laten we voor de zekerheid carnaval maar wel overslaan.’

Dus je bent wel iets voorzichtiger.

‘Je krijgt een andere risicoafweging. Een volgende keer is het ook makkelijker om draagvlak te krijgen voor een strengere aanpak, hè? Als Jaap van Dissel afgelopen februari had geroepen dat we geen carnaval mochten vieren dit jaar, vrees ik dat de bevolking zich daar niet bij neer had gelegd.’

Je schreef in je weekbericht van 24 april: ‘Als media al te kritisch zijn over lockdownmaatregelen, zou dat ertoe kunnen leiden dat de Nederlandse bevolking zich niet meer geroepen voelt zich eraan te houden (...).’ Zie jij rekening houden met draagvlak en de reactie van de bevolking als een taak van de krant?

‘Dat blijf ik een heel interessant dilemma vinden: moet je als krant rekening houden met de gevolgen van je berichtgeving? Voor de crisis probeerde ik dat altijd van me af te houden. Ik dacht: onze rol is zo kritisch mogelijk zijn, we moeten ons niet druk maken over de effecten van ons werk, want als je dat wel doet, kies je eigenlijk partij. Publish and be damned, is de bijpassende leuze.

‘Maar in tijden van crisis is dat toch anders, vind ik. Als er zoveel spanning heerst, moet je wel nadenken over wat het effect is van je werk. Ten eerste moet je niet nodeloos angst aanwakkeren. Ten tweede moet je zeker kritisch zijn op de aanpak van de overheid, maar niet te gemakzuchtig zijn met die kritiek. Niet elke dag maar roepen: waar zijn die lui van het RIVM nou in godsnaam mee bezig?’

Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Klok Beeld Eva Faché
Volkskrant-hoofdredacteur Pieter KlokBeeld Eva Faché

De wetenschapsredactie kreeg ook verwijten dat de krant niet kritisch genoeg zou zijn op het beleid van de overheid.

‘Ja, dat vind ik onzin. Het advies en de berekeningen van het RIVM spelen een hoofdrol in de besluitvorming. Dat is een wetenschappelijk instituut met kennis van zaken. Stel, je loopt met een wandelgroep en een gids door de bergen en je belandt in een een sneeuwstorm, naar wie ga je dan luisteren? Ik zou zeggen: de gids. Zelfs als het een soort storm is die de gids ook nog nooit heeft meegemaakt. De gids heeft er nog steeds het meest verstand van en kent de bergen.

‘Die gids kan het mis hebben, want de situatie is voor hem ook nieuw. Daarom moet je hem wel constant kritische vragen stellen: wacht even, wij zien nu dit gebeuren, ben je je daar wel bewust van? Maar hem kritisch bevragen is iets anders dan zeggen: die gids is van de farmaceutische industrie en probeert ons expres langs een gevaarlijke route te voeren. Ik vind dat een cruciaal verschil. Je kan eerlijk discussiëren, maar dat moet wel op basis van vertrouwen gebeuren.’

Klok pauzeert, lijkt zijn verhaal te wegen. ‘Dat is een heel genuanceerd verhaal, en je wordt al snel verkeerd begrepen, heb ik gemerkt. Natuurlijk moet je de gids kritisch bevragen. Ik heb ook bewust Kustaw Bessems gevraagd om columnist te worden. Hij is een scherpe denker en kwam begin april met een stuk waarin hij goede argumenten gaf waarom we te slap waren tegen het virus. Ik vond het van belang voor de balans dat er iemand in de krant stond die dat perspectief verwoordde.

‘Maar, en dat klinkt een beetje zijig, ik vind het wel belangrijk dat je als samenleving samen door zo’n crisis gaat. Helaas is juist de kloof tussen de kampen voor en tegen strenge maatregelen enorm vergroot.’

Is de krant kritisch genoeg geweest, denk jij achteraf?

‘Dat vind ik moeilijk om over mezelf te zeggen. Ik vind natuurlijk van wel. Maar ik heb ook belangrijke lessen geleerd. Bijvoorbeeld dat je wetenschap nooit het beleid moet laten bepalen. De wetenschap is een heel zorgvuldige methode: voordat wetenschappers een mondkapje aanraden, willen ze onomstotelijk hebben bewezen dat het werkt. Maar moet je in tijden van crisis wel wachten tot iets onomstotelijk bewezen is?

‘Je kan misschien beter zeggen: we weten het niet, maar als het niet schaadt, laten we het dan toch maar alvast doen. Zo’n standpunt zal de wetenschap niet innemen, maar een politicus kan dat wel. Premier Rutte verschool zich achter de wetenschap, maar dat is fundamenteel fout. Doordat we te lang de wetenschap lieten bepalen, hebben we misschien te lang de strengere maatregelen uitgesteld.

‘Een tweede les, misschien wel de belangrijkste, is dat je tijdens een crisis niet te ver vooruit moet kijken. Tijdens zo’n crisis wil iedereen weten wanneer we er weer vanaf zijn. Daardoor voel je als krant een enorme druk om iets over de toekomst te zeggen. Maar dat is in zo’n onzekere periode gevaarlijk.

‘Daar kwam ik door schade en schande achter. We hadden op 29 februari een voorpagina met de kop: ‘De angst voor het virus lijkt erger dan het virus zelf’. Die heb ik zelf gemaakt, uit het verlangen om de situatie te duiden. Dat je dat verlangen moet onderdrukken in crisistijd is een grote les voor mij.’

Hoe denk je dat een krant zo’n crisissituatie moet aanpakken?

‘We moeten niet gelijk proberen de grootste vragen te beantwoorden. Wat is dit virus precies, hoe groot zal de uitwerking zijn op onze samenleving - niet doen. Het is beter om eerst heel praktisch te kijken: wat gebeurt er, waar is nu actie nodig? Je constateert dat het grootste gevaar ligt bij 80-plussers en dat die allemaal in verpleeghuizen zitten. Dan moet je die afschermen. Kijk niet te ver, richt je op concrete problemen, dat is denk ik een heel productieve houding in tijden van crisis.

‘Veel van de weerzin die we nu zien komt van de mensen die zeggen: jullie hebben allemaal geen last van die lockdown, maar ik wel. Ik ben mijn bestaan kwijt, ik voel me in de steek gelaten. Als die frustratie groot genoeg is, ga je misschien tegen het beleid protesteren, of zelfs complotten zien. Het eigenlijke probleem is dat die mensen niet voldoende worden gecompenseerd, en dat is het probleem dat wij ons als samenleving zouden moeten aantrekken.

‘In plaats daarvan vliegen we elkaar in de haren. Zonde. Misschien ben ik iets te naïef-optimistisch, maar ik hoop dat we ons de komende jaren veel meer kunnen richten op problemen oplossen, in plaats van er een ideologisch debat van te maken. Want over de praktische vragen kan je het, als je er maar lang genoeg over doorpraat, heel goed eens worden.’

Ben je coronamoe, of valt het mee?

Monter: ‘Nee, nooit. Nu zijn we bezig met de eerste vaccinaties en ik wil daar toch weer alles over lezen. Het is zo’n historische crisis, het blijft ongelooflijk wat we allemaal meemaken nu. Ik vind het nog steeds waanzinnig interessant.

‘En de crisis heeft de krant ook veel goeds gebracht, vind ik. We hebben veel bijgeleerd over hoe we journalistieke discussies willen voeren en hoe we processen organiseren. Dat willen we meenemen.’

Kan je een voorbeeld geven?

‘Als dit eenmaal voorbij is, moeten we vol op de energietransitie gaan zitten: hoe gaan we het broeikaseffect bestrijden? Je moet heel goed nadenken hoe je zo’n onderwerp als de opwarming van de aarde levendig houdt, zodat je continu de juiste vragen agendeert en de politiek ook in actie komt.

‘Tijdens de coronacrisis voelde iedereen de urgentie en hadden we op de redactie elke dag heftige discussies over de beste vragen. Je zou willen dat we dezelfde urgentie waarmee corona is bestreden, ook voelen voor het broeikaseffect. Want 2020 lijkt weer het warmste jaar ooit te worden. Ik wil dat wij als media dezelfde rol vervullen in het verslaan van dat onderwerp als in het verslaan van de coronacrisis: een intelligente, scherpe rol.’

Meer over