Ook onder tijdsdruk moet het CPB koopkrachtplaatjes kunnen maken

Politieke partijen buitelen over elkaar heen over de doorrekingen van het Centraal Planbureau van de verkiezingsprogramma’s. Aanvullende doorrekeningen zoals onlangs door tv-programma Netwerk leiden tot oeverloos gediscussieer over de vraag of het voorgestane beleid van een politieke partij al dan niet de koopkracht van de armen en de rijken beïnvloedt....

Ook al zijn indicaties van koopkrachteffecten van beleidsplannen belangrijk en zouden we ons gelukkig moeten prijzen met een onafhan kelijke organisatie als het CPB, brengt de discussie naar aanleiding van de Netwerk-uitzending één ding duidelijk naar voren.

Het CPB zou niet moeten volstaan met algemene koopkrachteffecten van verkiezingsprogramma’s, maar zich specifieker moeten richten op koopkrachteffecten voor de mensen aan de onderkant en aan de bovenkant van de samenleving. Hiermee zou het CPB feitelijk de consequenties van beleid voor de inkomensongelijkheid uitrekenen; iets dat zeer wenselijk is om verschillende redenen.

Ten eerste geven dergelijke koopkrachtplaatjes voor de verschillende groepen in de samenleving aan welke partij de beste plannen voor hen heeft. Dit soort informatie, waar de samenleving blijkbaar erg op zit te wachten, zouden we niet moeten overlaten aan televisieprogramma’s, maar zouden beter kunnen worden uitgerekend door het CPB.

Ten tweede, en belangrijker, zijn er evidente effecten van ongelijkheid op een breed scala aan uitkomsten. In landen waar meer inkomensongelijkheid heerst, kampen mensen met een slechtere gezondheid, is er meer criminaliteit, en is er minder vertrouwen in elkaar en in de politiek. Deze informatie is belangrijk voor kiezers die zich zorgen maken over deze kwesties.

Ten derde verschillen politieke partijen ideologisch vooral ten aanzien van de ongelijkheid die zij wenselijk of toelaatbaar achten. Iedere partij wil economische groei in combinatie met bezuinigingen, maar partijen verschillen enorm ten aanzien van de groepen die zij wensen te ontzien. Partijen weten of hun programma’s realistisch zijn, en ze informeren de kiezer over de consequenties van politieke keuzes voor de inrichting van de samenleving.

Bij eerdere verkiezingen rekende het CPB wel degelijk de effecten van verschillende soorten huishoudens uit, maar dit jaar was dit vanwege tijdsdruk niet mogelijk. De huidige discussie maakt duidelijk dat in de toekomst ook bij tijdsdruk de ongelijkheidseffecten centraal zouden moeten staan.

Daar valt echt wat de kiezen. Nu blijft het onduidelijk of bijstandsmoeders met zieke kinderen nu wel of niet in inkomen achteruit gaan onder de VVD-plannen, en of de vermogenden meer inleveren bij de SP dan bij Groenlinks.

Meer over