Ook nu voelt kampioen zich weer nummer twee

NK..

heerenveen Tussen kampioen zijn en je kampioen voelen, zit een aanmerkelijk verschil. Turner Anthony van Assche werd zondag voor de tweede keer op rij Nederlands kampioen op ringen, maar hij voelde zich, zo verklaarde de kleine Zeeuw zelf, geen moment de gevierde titelhouder. Hij houdt zichzelf liever niet voor de gek.

Op de tribune in Sportstad Heerenveen zat de ware kampioen, Yuri van Gelder. Hij is een van de beste ringturners van de wereld, maar na een dopingbekentenis is hij al bijna een jaar geschorst. Op 14 juli loopt zijn veelbesproken straf af, te laat voor een deelname aan de NK in Friesland.

Vorig jaar was Van Gelder in Rotterdam Nederlands kampioen geworden, tot hij enkele dagen later besloot dat hij maar beter kon toegeven vóór de wedstrijd cocaïne gebruikt te hebben. Het was Van Gelders levensstijl in die tijd. De implicatie voor Anthony van Assche was dat de Nederlandse titel op ringen hem plots toekwam. Hij kon er toen warm noch koud van worden.

Hij had in Rotterdam al drie titels, de persoonlijke meerkamp, rekstok en paardvoltige, veroverd. Het feest was gevierd. De vierde titel interesseerde hem hoegenaamd niet.

‘Ik las het in de pers en uiteindelijk is er ook een officieel bericht van de gymnastiekunie gekomen dat ik tot kampioen was gepromoveerd. Ze wilden er nog een officieel tintje aan geven en mij huldigen voor een of andere wedstrijd. Maar ik had daar geen behoefte aan.’

Zijn opvatting is nuchter en simpel, ook zondag na zijn ‘echt’ veroverde titel hield Van Assche daaraan vast. ‘Ik voel me gewoon de nummer twee van Nederland. Ik ben altijd tweede op ringen als Yuri meedoet.’

Hij is een man die het zonder mankeren voor zijn clubgenoot bij FlikFlak opneemt. ‘Je gunt dat echt niemand, zoveel gezeik als Yuri heeft gehad. Heftig hoor. Maar hij is nu weer op de weg terug.’

Volgend jaar wordt Van Assche weer gewoon zilveren medaillewinnaar bij de NK turnen, op het onderdeel ringen. Hij is te laconiek om daar erg mee te zitten. Van Assche is de Nederlandse nummer vijf, na de Grote Drie (Zonderland, Wammes en Van Gelder) en het grote talent, Bart Deurloo. Toch is hij al sinds 2005 van de partij op de grote afspraken van het seizoen.

Dit turnjaar is voor hem ingericht om voor eigen publiek bij de WK in Rotterdam een fikse bijdrage aan de verrichting van het Nederlands mannenteam te leveren. Hij is de jongen op de achtergrond, sfeermakertje, een ‘mannetje’ zoals dat heet.

Hij en Van Gelder hebben de ideale ringlijven. Kort, pezig, makkelijk in balans te houden. Van Gelder meet 160 centimeters, Van Assche 159. Een jaar geleden ging Van Assche naar Den Bosch, naar het nationale trainingscentrum van FlikFlak en coach Bram van Bokhoven, om daar samen met zijn grote voorbeeld, Van Gelder, te kunnen trainen. Toen hij de verhuisdozen uitpakte, was de vedette al op weg naar de afkickkliniek in Schotland.

Er was nog een tegenvaller bij zijn arriveren in de hoofdstad van Noord-Brabant. ‘Mijn vaste coach, Rob Stout, zou meekomen van O & O Zwijndrecht naar FlikFlak. Maar dat ging op het laatste moment ook niet door.’

Hij is er niet gefrustreerd door geraakt. Van Assche is wel gewend aan snelle, onverwachte veranderingen in zijn leven. Hij, geboren in Paduapuram Kerala in India, verhuisde de laatste jaren door zijn turnloopbaan van hot naar her.

Van Sas van Gent naar een gastgezin in Rotterdam, door naar de turnschool in Heerenveen, weer terug naar Zeeland, toen weer Zwijndrecht. ‘En daar verhuis ik deze week voor de derde keer.’

Hij is gewend aan forenzen, 140 kilometer heen en 140 terug in zijn jeugd. Nu reist hij op en neer naar Den Bosch waar hij de laatste maanden zijn ochtendtrainingen noodgedwongen heeft geschrapt. De schouderspieren speelden op. Hij moest zich à la Epke Zonderland beperken in de training.

Meer over