nieuws

Ook Eerste Kamer bekent schuld in toeslagenaffaire: ‘We zijn de tijdgeest niet ontstegen’

Net als rechters hebben ook senatoren steken laten in de toeslagenaffaire. De Eerste Kamer geeft toe dat zij te gemakkelijk is meegegaan in de nadruk op fraudebestrijding en hoge boetes. Toezeggingen van het kabinet werden klakkeloos geaccepteerd.

Gijs Herderscheê
Gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire in een demonstratie waarin zijn aandacht vroegen voor hun situatie. Beeld ANP - Koen van Weel
Gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire in een demonstratie waarin zijn aandacht vroegen voor hun situatie.Beeld ANP - Koen van Weel

Dit blijkt uit een woensdag gepubliceerde evaluatie die is opgesteld door een commissie onder leiding van PvdA-senator Jeroen Recourt. De commissie heeft daarvoor de wetten en debatten van de afgelopen twintig jaar doorgenomen.

Na de rechtspraak en de Raad van State is de Senaat de derde instantie die de eigen rol in de toeslagenaffaire heeft onderzocht. Door de harde aanpak van de overheid tegen fraude met kindertoeslag werden duizenden gezinnen ten onrechte als oplichters gebrandmerkt en in de financiële afgrond geduwd.

De Tweede Kamer bereidt nog een parlementaire enquête voor naar de toeslagenaffaire in vervolg op het eerdere onderzoek dat leidde tot het rapport Ongekend onrecht. Na de publicatie daarvan trad het kabinet Rutte III in januari 2020 af. PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher, als oud-minister van Sociale Zaken medeverantwoordelijk voor de affaire, vertrok uit de politiek.

Harde aanpak

‘De belangrijkste conclusie is dat de Eerste Kamer de tijdgeest niet is ontstegen, maar meeging in bijvoorbeeld de harde aanpak van fraudebestrijding’, zegt Recourt in een toelichting. ‘Terwijl het juist de bedoeling is dat de Eerste Kamer de pendule van de tijdgeest wat afremt.’

De Eerste Kamer toetst wetgeving die door de Tweede Kamer is aangenomen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Dat gebeurt met een ‘Haagse bril’, aldus het rapport: het gaat er vooral om of de overheid de wetgeving kan uitvoeren, terwijl, zeker begin deze eeuw, nauwelijks gekeken werd of burgers met een wet uit de voeten kunnen. Het ‘burgerperspectief’, zoals het in het rapport heet, kwam in een enkel debat wel zijdelings aan de orde, maar vormde geen hoofdpunt.

De Eerste Kamer kreeg toezeggingen van het kabinet dat gelet zou worden op uitwassen, maar hield die niet genoeg in het oog. ‘De Eerste Kamer kan wetten niet meer wijzigen met amendementen. We kunnen een wet aannemen of desnoods afwijzen. Maar we kunnen, als een wet wordt aangenomen, ook toezeggingen krijgen van het kabinet,’ zegt Recourt.

Die toezeggingen zijn bij de fraudebestrijding gedaan. In 2014 werden als reactie op de ‘Bulgarenfraude’ boetes op gemaakte fouten bij het gebruikmaken van sociale regelingen fors verhoogd. ‘Een woordvoerder van een fractie’, staat in het rapport (waarmee gedoeld wordt op CDA-senator Peter Essers), ‘vraagt direct aan de staatssecretaris of met deze wet echt alleen de fraudeurs gepakt worden, of dat ook onschuldige burgers getroffen kunnen worden. De staatssecretaris (Frans Weekers, red.) zegt vervolgens toe dat echt alleen fraudeurs getroffen zullen worden.’

Zes jaar later werd deze toezegging gearchiveerd als ‘afgedaan’, terwijl toen al duidelijk werd dat veel onschuldige burgers hard werden getroffen door de snoeiharde fraudeaanpak. Recourt wijt dit aan de wisseling van senatoren na verkiezingen. ‘Nieuwe Kamerleden hebben niet het geheugen hoe debatten zijn gegaan, laat staan of aan een toezegging echt is voldaan.’

Ondersteuning

Daarbij speelt ook een rol dat de ondersteuning van senatoren minimaal is. Eerste Kamerleden hebben geen medewerker, per fractie is slechts één parttime ondersteuner. Recourt: ‘Je kunt je afvragen of dat voldoende is. Het Eerste Kamerlidmaatschap is voor parttime politici, de meesten hebben daarnaast nog ander werk.’ Het argument daarvoor is altijd dat senatoren midden in de maatschappij staan, wat een meerwaarde zou hebben voor hun functioneren en inbreng.

Toch ontging de senatoren een rapport van de Nationale Ombudsman uit 2017. Dat ging over de financiële problemen bij gezinnen na het stopzetten van de kinderopvangtoeslag. ‘Dit rapport is niet aangeboden aan de leden van de Eerste Kamer. De leden zijn er dus niet door de Nationale Ombudsman op geattendeerd dat deze problemen speelden, waardoor het minder voor de hand lag deze rapportage op te pakken. Wel is het uitgebreid in het nieuws gekomen', constateert het rapport. Recourt stelt dat dit ‘niet bedoeld is’ om te klagen’. ‘Dat het rapport niet officieel is ontvangen, ontslaat ons niet van de mogelijkheid om er een vervolg aan te geven.’

Toeslagenaffaire dwingt breed tot reflectie

De Eerste Kamer is de derde betrokken instantie die de hand in eigen boezem steekt na de toeslagenaffaire. Vorige maand oordeelde de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, hard over zichzelf. De Raad vond het belangrijker om consistent te blijven in zijn jurisprudentie, dan om ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire rechtvaardig te behandelen. Dat dit leidde tot oneerlijke uitkomsten voor sommige ouders nam de Raad op de koop toe. Jarenlang hielden de bestuursrechters zodoende vast aan een strenge uitleg van de wet, omdat ze zich daar nu eenmaal in een vroeg stadium aan gecommitteerd hadden.

Namens de lagere rechters concludeerde de Raad voor de Rechtspraak in oktober al dat gedupeerde ouders jarenlang niet de juridische bescherming kregen die zij verdienden. ‘Voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire bestond de rechtsstaat in feite niet', aldus Henk Naves, voorzitter van de Raad. ‘Gezinnen moesten vechten tegen een veel machtiger overheid. Een oneerlijke strijd, waar rechtspraak niet altijd de bescherming bood die deze ouders wel verdienden.’

Meer over