Reportage

Ook de Vlamingen komen modder scheppen in Wallonië: ‘We zijn allemaal Belgen’

Roger Kieronski (rechts) is uit Vlaanderen komen rijden om te zien of hij kon helpen. Hij schept nu puin uit het huis van Didier Grün. Beeld Aurélie Geurts
Roger Kieronski (rechts) is uit Vlaanderen komen rijden om te zien of hij kon helpen. Hij schept nu puin uit het huis van Didier Grün.Beeld Aurélie Geurts

Dwars door het enorme verdriet in Pepinster, een Waals stadje dat zwaar is getroffen door de watersnoodramp, stroomt de warmte van de solidariteit. ‘Soms zeggen mensen lelijke dingen over de Vlamingen, maar ze staan hier nu mooi wel modder uit mijn kelder te scheppen.’

Hun gezichten zitten onder de stinkende bruine drab, net als hun handen, hun schoenen, en hun broek. Maar ze lachen. ‘Het is het enige wat ik kan doen’, zegt Didier Grün. ‘Of nu ja, ik kan ook gaan zitten en gaan huilen, maar daar heb ik niets aan.’

Al een paar dagen is Grün, net als duizenden andere inwoners van het Waalse Pepinster, bezig met een enorme schoonmaakoperatie. Het stadje is zwaar getroffen door de overstromingen, en overal zijn mensen in de weer om de smurrie weg te scheppen die in hun huis of winkel ligt. Samen met zijn beste vriend loopt Grün de trap af, naar zijn pikdonkere kelder, om alle spullen weg te halen die daar liggen opgeslagen. Vrijwel niets is nog bruikbaar. Allemaal afval.

‘Als je zoiets op de televisie ziet, mensen die ontredderd tussen de puinhopen van een natuurramp staan, denk je altijd: ‘Goh, wat erg.’ Maar zodra je de tv uitzet, ben je het weer vergeten’, zegt Grün. Hij is even stil en kijkt naar de modder. ‘Dat zal voor altijd anders zijn. Ik kan nooit meer onbewogen naar zulke beelden kijken.’

Nationale rouw

Dinsdag is in België een dag van nationale rouw voor de slachtoffers van de overstromingsramp: er zal om 12 uur een minuut stilte worden gehouden, en de nationale vlag gaat halfstok. Er zijn nu in totaal 31 doden geteld, van wie vier in Pepinster. En van de 70 mensen die nog worden vermist worden, zijn er 27 afkomstig uit deze gemeente. Maandag verklaarde de burgemeester dat er zeker 1.000 inwoners dakloos zijn geworden.

Een vrouw loopt langs de puinhopen in Pepinster. Beeld Aurélie Geurts
Een vrouw loopt langs de puinhopen in Pepinster.Beeld Aurélie Geurts

De doorgaande weg naar het stadje, zo’n 30 kilometer ten oosten van Luik, doet denken aan de set van een apocalyptische film: overal liggen manshoge puinhopen: bruine modder met brokken steen, verwrongen ijzer, en stukken plastic – grof materiaal waarvan niet meer te herleiden is waar het vorige week nog voor diende. Daar tussenin geklemd ligt huisraad. Speelgoed. De voederbak van een hond. Een donkerblauwe pump.

Deze rotzooi komt uit de huizen die, zoals overal in België, dicht langs de weg zijn gebouwd. Aan de achterkant hadden ze hun tuintje, met uitzicht op de rivier de Vesder, die nu weer vriendelijk kabbelt, maar vorige week woedend bij hen naar binnen stoof, brokstukken puin in de keukens en huiskamers rond smeet, en meubilair mee naar buiten sleurde.

Langs de rivier zijn zeker tien huizen verloren gegaan. Sommige zijn domweg verdwenen, poef, weg. Andere zijn onbewoonbaar verklaard, zoals dat ene huis waarvan een deel van de gevel is weggeslagen. Een bed op de eerste verdieping dreigt elk moment naar beneden te storten.

Logeeradres

Een aantal bewoners loopt verloren over straat. Ze mogen hun huizen niet meer in omdat dat te gevaarlijk is, maar ze willen ook niet de hele dag op hun logeeradres, bij familie of vrienden, verblijven. Ze omhelzen elkaar en er vloeien tranen.

Sabine Van Der Hoegen (rechts) troost de hartsvriendin van haar dochter.  Beeld Aurélie Geurts
Sabine Van Der Hoegen (rechts) troost de hartsvriendin van haar dochter.Beeld Aurélie Geurts

‘Daar heb ik 12 uur met mijn katten op het dak gezeten, totdat we gered werden. Met beide katten, een grijze, en een roodzwarte, gaat het gelukkig goed.’

‘Daar woonde mijn moeder. Ze wilde niet evacueren, en toen het water steeg, is mijn zuster haar gaan halen. Ze hield mijn moeder stevig vast, maar liep tegen iets aan, iets groots dat onzichtbaar was onder water, en liet haar toen glippen, waarop mijn moeder werd meegesleurd. Ze is nog steeds niet teruggevonden.’

‘Ik ben niet meer in mijn huis geweest, ik weet niet wat er nog van over is. Het zijn maar spullen die daar staan, maar ik hoop wel dat de foto’s van mijn overleden zoon er nog zijn.’

Hulpgoederen

Dwars door het verdriet, stroomt ook de warmte van de solidariteit. De sporthal van Pepinster wordt overspoeld met hulpgoederen, afkomstig uit het hele land. ‘Het is overweldigend’, zegt Karima, een inwoner die helpt met het sorteren van alle spullen, en alleen haar voornaam wil geven. ‘Voor het weekeinde kwam de eerste vrachtwagen binnen, en nu hebben we drie opslagplaatsen die allemaal uitpuilen.’

Mensen hebben op dit moment vooral schoonmaakmiddelen, water en voedsel nodig. Veel water, want er wordt hard gewerkt om de huizen op te ruimen, terwijl de waterleiding het niet doet. ‘We willen geen kleding meer’, zegt Karima, ‘maar er is wel veel vraag naar batterijen, omdat er geen elektriciteit is.’

Vrijwilligers helpen in het het gemeenschapscentrum van Pepinster, waar een zaal uitpuilt met waterflessen, melk, conserven, snacks en toiletpapier. Beeld Aurélie Geurts
Vrijwilligers helpen in het het gemeenschapscentrum van Pepinster, waar een zaal uitpuilt met waterflessen, melk, conserven, snacks en toiletpapier.Beeld Aurélie Geurts

Belgen sturen niet alleen spullen naar het rampgebied: het Rode Kruis heeft 3,9 miljoen euro ingezameld, en er hebben zich meer dan tienduizend kandidaten bij de organisatie gemeld om als vrijwilliger te komen helpen. Zodra bekend is voor welke taken zij kunnen worden ingezet, wordt er contact met ze opgenomen, laat een woordvoerder weten.

Maar niet iedereen wil daarop wachten. Jan en Carla bijvoorbeeld, zijn uit Sint Niklaas komen rijden en helpen sinds zaterdag in de sporthal. ‘Als er zoveel leed is, moet je iets doen’, zeggen zij simpel.

En ook die beste vriend waarmee Grün zijn kelder leegschept, is een vrijwilliger. ‘Vanmorgen kenden we elkaar nog niet’, grijnst Roger Kieronski. ‘Ik ben hier vanuit Houthalen naartoe gereden om te kijken of ik iets kon doen.’ Grün straalt. ‘Soms zeggen mensen lelijke dingen over Vlamingen. Dat ze gierig zijn, of arrogant. Maar zie: we zijn allemaal Belgen, die elkaar helpen. En ik heb een nieuwe vriend voor het leven.’

Meer over