Ook de rechten van het dier horen in Grondwet thuis

Het principe dat elk dier onnodig leed moet worden bespaard, is in onze samenleving zo algemeen aanvaard dat het in de Grondwet moet worden opgenomen, meent Bob van den Bos....

WAAROM is de mens de baas over de dieren? Omdat het recht van de sterkste geldt. Wij hebben de macht over onze medeschepselen, en zullen deze altijd houden. De wijze waarop wij hier mee omgaan is medebepalend voor ons beschavingsniveau.

Het hoofdredactionele commentaar in de Volkskrant van 10 januari wees op de veranderende opvattingen in ons land over omgang met dieren, en kwalificeerde deze terecht als 'morele vooruitgang'. Deze verworvenheid moeten wij koesteren. Tegelijkertijd moeten we het fundament verstevigen voor de vele verbeteringen die nog moeten worden aangebracht. Nederland vertoont namelijk een opmerkelijk tweeslachtig beeld.

Onze wet- en regelgeving kent haar gelijke in de wereld niet. Geen enkel land heeft zoiets als onze Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Nederlanders zijn dol op huisdieren: wij houden er zo'n 16 miljoen op na, waarvan 1,5 miljoen honden en 2 miljoen katten. De Dierenbescherming heeft een enorme aanhang. Onze landgenoten zijn gemakkelijk te mobiliseren als gruwelijke dierenmishandeling zichtbaar wordt gemaakt door de media.

Maar voor misstanden die zich grotendeels aan ons gezichtsveld onttrekken, is het veel moeilijker brede steun te verwerven. De intensieve veehouderij heeft juist in Nederland gigantische vormen aangenomen. Hier worden dierenwelzijnsnormen op de grootst denkbare schaal aan de laars gelapt. Datzelfde geldt voor het vervoer van wrakke dieren, en zeker ook voor het internationale veetransport, zij het dat hierbij vooral de Zuid-Europese staten fatsoenlijke regelgeving tegenhouden. Verder beseffen weinig mensen welke wantoestanden bijvoorbeeld bestaan in de illegale handel in honden of in exotische dieren.

De meest verontrustende activiteiten evenwel, spelen zich af in de beslotenheid van de laboratoria. De gen-technologie maakt het mogelijk de wezenskenmerken van dieren aan te tasten. Er valt met deze tak van onderzoek bijzonder veel geld te verdienen. Onder internationale concurrentiedruk is een nauwelijks stuitbaar proces op gang gekomen van verdergaande manipulatie van erfelijk materiaal.

De basis voor de bestrijding van misstanden, en het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen ligt in goede wetgeving. De basis voor goede wetgeving ligt bij het beginsel dat een dier los van zijn nut voor de mens ook een waarde in zichzelf vertegenwoordigt. Dit geldt ten principale voor alle dieren - gehouden of in het wild levend.

De erkenning van de intrinsieke waarde betekent dat steeds uitgegaan moet worden van het nee-tenzij-principe. De integriteit of het welzijn van dieren mag niet worden aangetast, tenzij daar een zwaarwegende reden voor is.

Dus alleen proefdieren gebruiken ten behoeve van medicijnen als er geen alternatieve methoden zijn. Geen plezierjacht: het geweer mag alleen gehanteerd worden als dieren ernstige schade aangerichten, bijvoorbeeld aan de volksgezondheid. Aangezien het hier gaat om een fundamentele norm die ten grondslag moet liggen aan alle relevante wetgeving, zou deze opgenomen moeten worden in de Grondwet.

Dit voorstel is niet zo radicaal als het misschien lijkt. De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van alle belangrijke dierenwelzijnswetgeving ervoor gepleit om de 'intrinsieke waarde' als uitgangspunt te nemen. De regering heeft het beginsel op ons aandringen in de Wet op de Dierproeven zelfs (voor het eerst) expliciet opgenomen. Dit werd algemeen als een belangrijke doorbraak beschouwd.

Het wordt nu tijd om de genoemde 'morele vooruitgang' constitutioneel te verankeren. Veranderde fundamentele waarden in onze samenleving horen nu eenmaal in onze Grondwet thuis. Vermelding in onze hoogste wet heeft meer dan symbolische betekenis, hoewel we ook deze niet moeten onderschatten. Politiek gezien hoeft er voortaan niet meer bij elke dierenwelzijnswet over gediscussieerd te worden. Bovendien zal ook nadere regelgeving, zoals algemene maatregelen van bestuur, op dit principe gebaseerd moeten zijn.

Verder zullen ook rechters zich bij hun uitspraken moeten laten leiden door de grondwettelijk vastgelegde richtlijn. Ten slotte zou er sprake kunnen zijn van een zekere positieve uitstraling naar de buurlanden en de Europese Unie als geheel.

Er zijn twee mogelijkheden:

1. Een artikel zou als klassiek grondrecht kunnen worden geformuleerd, bijvoorbeeld: 'De overheid erkent de eigen waarde van het dier, alsmede zijn recht op een waardig bestaan, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen of uitzonderingen.' De wet stelt regels omtrent de wijze waarop dit geldend kan worden gemaakt. Deze optie gaat het verst, en is het meest verplichtend van karakter. De formulering kent een aantal juridische complicaties, die overigens wel op te lossen zijn.

2. Het is eenvoudiger om het beginsel onder te brengen bij de sociale grondrechten. In het bestaande artikel 21 wordt nu al gesproken over de zorg van de overheid voor bescherming van het leefmilieu, waar impliciet ook de dieren mee worden bedoeld. Hieraan zou kunnen worden toegevoegd: 'De overheid erkent de eigen waarde van het dier, en treft maatregelen ter bevordering van diens welzijn.'

Deze tweede optie gaat minder ver, en heeft juridisch een minder bindend karakter. Ook een combinatie van beide grondrechten is zeer wel denkbaar.

Als mogelijk bezwaar tegen mijn voorstel kan worden aangevoerd dat het begrip 'intrinsieke waarde' vaag is en moeilijk hanteerbaar in juridisch-bestuurlijke zin. Naar mijn overtuiging gaat het echter wel degelijk om een in het maatschappelijk verkeer bruikbare norm: bij beslissingen waarbij het belang van de mens en het dier botsen, moeten de dierenbelangen in elk geval worden mee gewogen.

Dit betekent natuurlijk niet dat dieren geheel gelijkgesteld worden aan mensen. Evenmin is de consequentie dat iemand die een mier doodt, vervolgd zou moeten worden. Wel impliceert het dat het nut van de mens steeds in redelijke verhouding dient te staan tot het nadeel dat het dier wordt aangedaan. Dus uitsluitend voor je lol een heel mierennest vertrappen, zou volgens deze norm onrechtmatig zijn. Belangenafweging is nooit helemaal te objectiveren, maar dat is in de juridisch-bestuurlijke praktijk als het alleen om mensen gaat niet anders.

Bepaalde sectoren in onze samenleving zullen zich tegen het idee verzetten uit vrees dat het materiële belang geschaad wordt. In traditionele landbouwkringen krijg ik nog weinig handen op elkaar, omdat men daar een broertje dood heeft aan beperkende maatregelen, ook al vloeien deze voort uit veranderende maatschappelijke inzichten. Gelukkig evolueren ook in de agrarische wereld de opvattingen ten aanzien van milieu en dierenwelzijn.

Ondanks hun aanvankelijke verzet lijken ook de wetenschappelijke onderzoekers zich neer te leggen bij het door ons bepleite nee-tenzij-principe. Er is dus hoop. En waarom ook niet? Wie het goed met de dieren voor heeft, hoeft niet bang te zijn voor goede wetgeving. En dus ook niet voor een beschaafde Grondwet.

Bob van den Bos is lid van de Tweede Kamer voor D66.

Meer over