Ook bij Alliance Française gaat het gesprek onvermijdelijk over drugs

Jan Jager, voorzitter van de afdeling Utrecht van de Alliance Française, staat glimmend van genoegen op de Franse ambassadeur te wachten....

MARTIN SOMMER

Van onze verslaggever

Martin Sommer

UTRECHT

Hij stapt de senaatskamer van het Utrechtse Academiegebouw binnen, waar hem een bedaagd gezelschap liefhebbers van zijn land wacht, niet in de laatste plaats wegens het gezamenlijke jaarlijkse Frankrijkreisje. Ze spreken elkaar in het Frans aan - Jan Jager is voor een blonde mevrouw Mon Président. Wat komt u doen? 'Assister à la performance de l'ambassadeur.' Ze stellen hun vragen eveneens in vlekkeloos Frans.

Vanavond zijn er camera's en nationale kranten present, en dat is de reden dat Mon Président zo glimt. De 'guerre de drogue' is het tegendeel van geluwd, en de prettige bijkomstigheid is dat de Alliance Française in het zonnetje staat.

De ambassadeur steekt van wal met een degelijk betoog over de Frans-Nederlandse relaties. 404 Jaar oud zijn onze betrekkingen, en hij begint met erop te wijzen dat onze Vader des Vaderlands Willem van Oranje het met het huis Valois prima kon vinden, in casu de hertog van Anjou die hij nota bene de soevereiniteit over de Nederlanden aanbood. Daarna werd het allemaal minder.

M. de Montferrand legt uit dat de mentaliteitsverschillen immens zijn. Nederlanders vinden dat de samenleving zich zo weinig mogelijk met hen moet bemoeien. Fransen kennen een groepsmoraal, erkennen meer het gezag van staat een maatschappij.

En dan komen we onvermijdelijk op de drugs. Nederlanders leggen zich erbij neer: het kwaad is nu eenmaal in de wereld. Fransen vinden dat ze het kwaad met alle middelen moeten bestrijden.

De ambassadeur is nu al populair bij de leden van de Alliance. Hij rijdt door Den Haag op een fiets. Hij heeft zich in een koffieshop geöriënteerd. Hij spreekt zelfs Nederlands.

Alleen de twee vraagstukken tussen onze twee landen, de drugs en de kernproeven, veranderen gaandeweg zijn praatje in twee wrakstukken. Zijn stelling is dat het eigenlijk heel goed gaat tussen Frankrijk en Nederland - zo goed dat 60 procent van de Fransen denkt dat Philips een Frans bedrijf is en Rotterdam de vierde grootste Franse haven.

Alle gekheid op een stokje: ja, er is een serieus meningsverschil tussen Frankrijk en Nederland over het drugsbeleid. Ja, president Chirac vindt dat het drugsbeleid in Europa moet worden geharmoniseerd. Nee, Frankrijk is niet van plan Nederland aan de vooravond van het EU-voorzitterschap een hak te zetten.

Vorige week is er in Brussel een compromis gesloten over het drugsbeleid. Daar waren dertien landen tegen twee, waarvan één Nederland. 'Er is een serieus probleem, maar niets buitengewoons. Zoiets is al zo vaak gebeurd, en we zullen erover praten. Maar zoals we in Frankrijk zeggen: van herrie kan niets goeds komen.'

De Alliance Française applaudiseert. Vele generaties geschilderde Utrechtse hoogleraren kijken vanaf hun schilderijen goedkeurend toe, samen met de beeltenis van H.M. de koningin.

Antwoord op een vraag van een jongere. De ambassadeur wil een Descartes-stichting voor de uitwisseling van Franse en Nederlandse jongeren, alles voor beter begrip. En hij wil een Frankrijk-instituut, naar analogie van het Duitsland-instituut dat de vruchtbare neerslag vormde van de tijd dat Nederlanders kaarten naar Duitsland plachten te sturen met opschrift 'ik ben woedend'. Het tij voor zijn instituut lijkt gunstig. Bij vertrek krijgt M. Bernard de Montferrand een fles genièvre.

Meer over