Column

Ook arbeid en onderwijs kunnen een 'schijf van vijf' gebruiken

Meer peulvruchten eten. Elke dag een handje nootjes knabbelen. Thee drinken. Het Voedingscentrum presenteerde deze week de nieuwe Richtlijnen Gezonde Voeding.

De gezondheidsraad presenteerde deze week voor het eerste in tien jaar nieuwe richtlijnen voor gezonde voeding. Beeld thinkstock
De gezondheidsraad presenteerde deze week voor het eerste in tien jaar nieuwe richtlijnen voor gezonde voeding.Beeld thinkstock

Op deze richtlijnen wordt de Schijf van Vijf gebaseerd. Na tien jaar trouwe dienst wordt de oude vervangen, komend voorjaar begroeten we de nieuwe. Spektakel? Nee hoor, schrijft het Voedingscentrum: 'De nutriëntenbehoefte van de Nederlander is in de afgelopen 10 jaar niet sterk veranderd, en de (nieuwe, red.) wetenschappelijke inzichten zijn ook niet zo spectaculair als de media en menig goeroe ons willen doen geloven.' Dagelijks twee ons groente eten en twee stuks fruit blijft gewoon het parool.

Wat heeft dit met economie te maken? Ten eerste: de gevolgde werkwijze helpt burgers kiezen. Ten tweede: de werkwijze vermindert maatschappelijke kosten, zoals in de zorg. De werkwijze verdient bredere toepassing, op onderwijs en werk.

Het Voedingscentrum brengt wetenschap naar de consument. De Schijf van Vijf begint bij de Gezondheidsraad, een wetenschappelijk adviesorgaan waaraan 170 wetenschappers zijn verbonden. In multidisciplinaire commissies stellen zij per onderwerp advies op aan de hand van de wetenschappelijke kennis. Het nieuws van deze week betrof de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding van een van de commissies van de Gezondheidsraad. De taak van het Voedingscentrum (dat wordt betaald door de overheid, vijftig medewerkers heeft en ruim zeventig jaar oud is) is om van die Richtlijnen een versie te maken die consumenten snappen en kunnen toepassen.

Prachtig toch? Passen we in Nederland deze werkwijze eigenlijk consequent toe? Nee, maar er zijn voorbeelden die erop lijken. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, Nibud (dertig medewerkers, opgericht door de overheid in 1979, maar nu een nagenoeg subsidievrije organisatie) geeft advies over de besteding van huishoudinkomen. De relatie met de wetenschap is losser dan bij het Voedingscentrum.

De rol van dit soort organisaties is gefundeerd advies geven aan consumenten. De economische betekenis hiervan is dat ze dure problemen voorkomen. Eet volgens de Schijf van Vijf en u zult niet obees worden. Ga met geld om zoals het Nibud adviseert en problematische schulden zullen niet uw deel zijn. Hiermee worden niet alleen betrokkenen geholpen, maar wordt ook maatschappelijke schade voorkomen. Obesitas veroorzaakt zorgkosten: zorgkosten zijn voor een groot deel een collectieve last. Schuldenaren veroorzaken schade bij hun schuldeisers, ten koste van hun welvaart. Dat er in Nederland toch te dikke mensen zijn en schuldsaneringsgevallen, illustreert slechts dat goede hulp bij kiezen niet omnipotent is.

Langs deze lijn doordenkend: welke instituten missen we? Op welke andere terreinen kan het vertalen van wetenschappelijke kennis naar keuze-informatie voor consumenten helpen? Sowieso: arbeid. En: onderwijs.

Over beide onderwerpen is een schat aan wetenschappelijke informatie beschikbaar, maar die wordt doorgaans vooral gebruikt door beleidsmakers. Minimumloon omhoog? Verblijfsduur in het onderwijs verhogen? WW-duur verkorten? Dat soort vragen. Met een beetje goede wil is daar ook consumenteninformatie van te maken. Waar het Voedingscentrum antwoord geeft op de vraag 'wat is goede voeding?' en het Nibud op 'wat is goed besteden?', zouden nieuwe organisaties antwoord kunnen geven op 'wat is goede scholing?' en 'wat is goed werken?'. Tot nut van het algemeen.

Het Nibud laat zien dat als zo'n organisatie eenmaal goed werk levert, die de eigen broek wel kan ophouden. Maar het initiatief voor zoiets en de eerste jaren bekostiging, zullen van de overheid moeten komen. Gezien de beperkte kosten - met een paar miljoen per jaar ben je een heel eind - en de grote maatschappelijke baten - betere keuzen rond scholing en werk - is dat geen moeilijk besluit.

Eet goed en smakelijk!

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek.

Reageren?
frank@argumentenfabriek.nl

Meer over