Ooit zal het wel goed komen

Zijn Nederland en Suriname nog onlosmakelijk met elkaar verbonden? Door de kwestie-Bouterse is de relatie ernstig bekoeld en de voormalige kolonie omhelst nu liever de yankee-cultuur met zijn McDonald's en KFC....

DE EX-MINISTER zucht, zoals veel Surinamers diep en dramatisch kunnen zuchten als 's lands ellende op een hoop wordt gegooid om te worden geanalyseerd en te worden beschimpt. Het is diep in de avond; de kikkers zijn zoals altijd luidruchtig, honden blaffen ongestoord. Typisch zo'n zwoele Surinaamse avond, vol typisch Surinaamse kritiek op de povere staat van de natie.

De ex-minister, die slechts als ex-minister wenst te worden aangeduid, vanwege bedreigingen uit het verleden, toen hij vanaf 1991 een pseudo-democratie moest helpen omvormen tot een democratie, geeft op zijn bescheiden erf uitleg.

Hij heeft het niet breed. Hij geldt als onkreukbaar, wars van tjoekoes, steekpenningen, die sommige gezagsdragers als een logische aanvulling zien op hun bescheiden salaris. Hij praat over mensen die plotseling chic wonen, over de vele buitenlandse leningen die de president van de republiek afsluit. En over 'Holland en Sranan'.

In het bijzonder over de pogingen van het ex-moederland om de sterke man van de ex-kolonie te straffen voor diens vermeende coke-praktijken. Het klinkt dreigend. 'Ik ben echt pessimistisch. Als Bouterse wordt veroordeeld, zal met een pen een dikke rode streep worden gehaald door de relatie met Nederland. Dan is het voorbij met de betrekkingen.'

De ex-minister zucht verontrustend diep.

De president van de republiek belegt zijn maandelijkse persconferentie. Vice-president P. Radhakishun mag geruchten tegenspreken dat hij ernstig ziek is ('Ik kan u verzekeren dat mijn lever goed is') en president Wijdenbosch zegt dat hij bezorgd is over een brand, 's ochtends in de binnenstad.

Er wordt veelbetekenend gezwegen over de maandag begonnen CoPa-rechtszaak tegen adviseur van staat Desi Bouterse. Een vraag van een Nederlandse journalist over de positie van de adviseur mag niet gesteld worden. 'We hadden dacht ik afgesproken dat alleen vragen van nationale aard zouden worden gesteld', zegt perschef A. Rusland geïrriteerd.

De persconferentie is abrupt afgelopen. 'Onze president probeert het land in ontwikkeling te brengen', legt woordvoerder B. Breeveld enkele ogenblikken later uit. 'Dat wordt steeds gedwarsboomd door andere zaken. We bouwen twee bruggen in vier jaar, iets wat de Hollanders in driehonderd jaar niet is gelukt. Waarom is daar geen aandacht voor?'

Zijn het voormalige moederland en de ex-kolonie nog wel tot in lengte van dagen tot elkaar veroordeeld? Of nog onlosmakelijk met elkaar verbonden?

Schijnbaar niet meer.

Wat betekent Nederland eigenlijk nog in een land dat steeds meer de dollar en andere uitingen van de yankee-cultuur omhelst en zelfs volledig overneemt? De Surinaamse televisie toont Amerikaanse reclame voor Budweiser-bier, live-uitzendingen van NBA-basketbalwedstrijden en Amerikaanse gospelconcerten.

Het nieuws wordt gedomineerd door Surinames deelname aan de Caricom, de Caribische versie van de EG, waarvan Paramaribo nu voorzitter is. Uitgebreid aandacht ook voor de gevolgen van de vrijhandelszone voor de Amerika's, de FFTA. Suriname werkt aan een ander buitenlands beleid, waarin 'diversificatie' het toverwoord is.

Rainville, een dag na het onderhoud met de ex-minister. Tout Paramaribo heeft de auto gepakt om te gaan toeren: nog even flaneren voor het slapen gaan. De kinderen zitten, net gedoucht, keurig achterin. De ouders die het kunnen betalen, trakteren op fast food in deze rustige buurt niet ver van Paramaribo's stadscentrum.

Suriname heeft sinds kort een McDonald's, een Pizza Hut en twee KFSee's. In een land dat zo lang verstoken was van dergelijke uitingen van de fast-foodcultuur, wordt hun aanwezigheid al snel geassocieerd met vooruitgang. Sinds Kentucky Fried Chicken (KFC), onderdeel van het enorme Pepsi-concern, in Paramaribo aanwezig is, mogen de gepaneerde kippenbout en -vleugel zich verheugen in een ongekende populariteit.

Tenminste, voor wie 900 Surinaamse guldens kan neertellen voor een stuk kip, 750 gulden voor een milkshake en 700 gulden voor een kleine patat. En dat zijn niet veel Surinamers. 'We doen het maar een keer in de maand, voor de kinderen', zegt Ramon, op stap met de twee kleintjes. 'Je wil ze toch niet teleurstellen. Als er familie uit Nederland is, komen we hier vaker. Zij kunnen deze prijzen betalen.'

Werkgeversvoorman J. Wijdenbosch van de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA) beschouwt de opkomst van de gefrituurde kipstukjes als een vorm van vooruitgang. Het is immers een voorbeeld van goede samenwerking, die de Surinaamse productie ten goede komt. 'Wist u dat KFC Surinaamse kip gebruikt?', vraagt hij op zijn kantoor. 'Ze schakelen niet in elk land plaatselijke leveranciers in. Nederland is zich er te weinig van bewust dat Suriname niet stilstaat. We zoeken naar andere wegen, we richten ons meer op Amerika en het Caribisch gebied. De ontwikkelingssamenwerking met Nederland heeft ons de laatste twintig jaar lui gemaakt. Het was geld waar we niets voor hoefden te doen. We moeten af van die sociale relatie met Nederland. We moeten toe naar een business-relatie.'

Nu de berechting van ex-legerleider Desi Bouterse is begonnen, rijst de vraag wat na jaren CoPa-drugsonderzoek over is van de relatie tussen Nederland en Suriname. Het Haagse onderzoek veroorzaakte tijdens de regering-Venetiaan weliswaar fricties, maar het leidde nooit tot ernstige spanningen tussen Den Haag en Paramaribo. Met het aantreden van de regering-Wijdenbosch, waarin de NDP van Bouterse deelneemt, zijn de relaties echter ernstig bekoeld.

Sinds Suriname in 1997 een einde maakte aan het tweejaarlijkse ministersoverleg en aandringt op topoverleg tussen premier Kok en president Wijdenbosch - waarin Suriname het opsporingsbevel tegen Bouterse aan de orde wil stellen - zijn de relaties zo goed als bevroren. Al zullen beide landen hardnekkig ontkennen dat de situatie zo uit de hand is gelopen. De signalen zijn echter verontrustend.

Minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking heeft de steun aan lopende projecten stopgezet, zo bleek deze maand, omdat ze er geen vertrouwen in heeft dat ze succesvol worden beëindigd. Herfkens verwijt Paramaribo slecht beleid en slechte planning. Door deze stap dreigt een half gerenoveerde zeedijk in het rijstdistrict Nickerie, waar miljoenen guldens in zijn gestoken, ten prooi te vallen aan verval.

Een project om het afvalprobleem van Paramaribo aan te pakken, is stopgezet omdat Suriname jarenlang treuzelde met de aanwijzing van een afvalterrein. De Surinaamse regering heeft trots aangekondigd het project voort te zetten, maar de financiering is nog lang niet afgerond. Intussen stapelt het huisvuil op een illegale vuilstortplaats zich op.

En toch bestaat de republiek nog

EN DE financiële problemen voor de Surinaamse regering worden met de dag groter. Althans, dat zegt de logica. De Nederlandse ontwikkelingshulp, die in 1996 160 miljoen gulden bedroeg en dit jaar terugloopt naar 40 miljoen gulden, was goed voor een kwart van de Surinaamse begroting. De hulp dekte zelfs zeventig procent van de Surinaamse investeringen, met name in wegen en bruggen.

En toch bestaat de republiek nog.

De republiek is zelfs opvallend vitaal. Suriname bouwt hard aan twee bruggen (zo'n 170 miljoen gulden) om het binnenland te ontsluiten. Gewoon, uit de lopende begroting. Aannemer Ballast Nedam krijgt tot nu toe keurig het geld overgemaakt. Geen probleem dus, zou je denken.

Op een zondag bij Coppenamepunt, een paar uur rijden van Paramaribo, komen Surinamers speciaal kijken naar een van de bruggen, die al bijna is voltooid. Straks is het urenlang wachten op een plaatsje op de veerboot voorbij. 'Dat ding is duur maar wel heel mooi', zegt een man, turend in de verte. Na tientallen jaren praten, ligt de brug er toch.

Tegenover het presidentieel paleis glinstert een hypermodern glazen conferentiegebouw dat speciaal is gebouwd voor de recente conferentie van Caribische staatshoofden, verenigd in de Caricom. Het wordt sindsdien niet meer gebruikt, maar dat is weer een ander verhaal. Elders in de stad wordt ook flink gebouw, met name door Handelaren en andere zakenlui, koningen in de op invoer gebaseerde Surinaamse economie.

Heel Paramaribo weet waar zakenman D. Sardjoe, penningmeester van de coalitiepartij BVD, ook wel de 'rijkste hindostaan van Suriname' genoemd, zijn nieuwe bedrijfspanden bouwt. Nooit zoveel Dynasty-achtige huizen en dure auto's gezien in zo'n kleine stad als Paramaribo. Waar komt al het geld daarvoor vandaan? Het moet op een dag misgaan, zou je zo denken.

Het is al goed mis, meent de oud-president van de Centrale Bank, A. Telting. Weer zo'n voormalige bewindsman bij wie te rade moet worden gegaan. Want bij de president van de republiek, of de Surinaamse collega van Herfkens, komt de Nederlandse pers niet binnen. Minister W. Nain van Planning en Ontwikkelingssamenwerking heeft het verzoek voor een gesprek tien dagen gewikt en gewogen, hij voelde er wel voor, maar uiteindelijk had hij het toch 'veel te druk' met staatszaken. 'We hebben ons best voor u gedaan, maar het mocht helaas niet baten', zegt zijn secretaresse.

Op het kabinet van de president is het niet anders. Zelden pleegt het staatshoofd in zijn werkkamer in gesprek te gaan met de Nederlandse media. Hoe vaak is het immers niet gebeurd dat zaken werden verdraaid? Of dat de republiek werd besmeurd door tv-journalisten die de Surinaamse vlag toonden met daarop een hoopje coke? De pr-dame: 'Uw verzoek is bekeken, maar er zal niet aan worden voldaan.'

Voor wie het wil horen, somt Telting bereidwillig de verdiensten op van het beleid tijdens de regering-Venetiaan. Na jaren van beknibbelen, een tijd waaraan menig Surinamer niet meer herinnerd wil worden, waren in 1996 eindelijk de staatsfinanciën op orde gebracht. De dagen waren voorbij dat vanwege schaarste en economische rampspoed cola uit plastic zakjes moest worden gedronken.

Er was in 1996 een positief saldo op de bank. De bankbiljettenpers draaide niet meer in een levensgevaarlijk tempo. En toch werd Telting na het aantreden van Wijdenbosch gewipt. 'In de afgelopen twee jaar is alles tenietgedaan wat we met veel pijn en moeite hadden bereikt. De overheidsfinanciën zijn ontwricht. De financiering van de bruggen, die enorm zwaar op de begroting drukt, is in een waas gehuld. Zelfs het parlement krijgt er geen vat op.'

Te midden van zelfgebouwde speakers die in zijn woonkamer zijn opgesteld - de ex-NDP'er en linkse ideoloog is een audiofanaat - roept E. Brunings dat het misgaat met Suriname. Het is slechts wachten tot de financiële ellende niet meer valt te maskeren. Brunings, ooit een vertrouweling van Bouterse, probeerde het in 1996 een jaar als minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking onder Wijdenbosch.

Probeerde. Eind 1997 stapte hij op. Het wegvallen van de ontwikkelingshulp, het 'ruziebeleid' met Nederland en het economische beleid van de Surinaamse regering duidt hij als een 'scenario voor een economische ramp'.

Brunings kan zich vinden in de nadruk die Herfkens nu legt op 'goed bestuur'. Het slechte bestuur in Suriname ziet hij als een van de belangrijkste redenen dat dertig jaar ontwikkelingshulp, goed voor 3,1 miljard gulden, niet heeft gewerkt in zijn land. Sanering van het overheidsapparaat en goed, efficiënt bestuur waren enkele van zijn doelen. Het ministerschap werd een deceptie. Hij vertrok.

Roekeloos met geld strooien was niet zijn definitie van een gezond financieel beleid. Zijn analyse is weinig bemoedigend: een begrotingstekort van inmiddels vijftig procent, een stijging van de buitenlandse schuld met honderden miljoenen, een te verwaarlozen deviezenreserve en een daling van het inkomen van de bevolking.

Brunings: 'De vrees die ik had toen ik aantrad, werd snel bewaarheid. De meest desastreuze ideeën werden doorgedrukt, zoals buitenlandse leningen, niet in de laatste plaats door dictatoriaal optreden van Wijdenbosch. Salarisverhogingen aan ambtenaren werden toegekend zonder dat men keek of ze wel betaald konden worden. Terwijl de deviezenreserves daalden, ging hij het gebruik van buitenlands geld juist verhogen door de bruggen te bouwen.'

Wijdenbosch heeft zich niet in de voet geschoten door de confrontatie-politiek met Den Haag, meent de ex-bewindsman. Nee, nee, het is veel erger. 'De president heeft zijn voet eraf geschoten'. Want in plaats van Pronk huist op Ontwikkelingssamenwerking inmiddels een minister die niet snel bereid zal zijn de hulp te hervatten, mocht het ministersoverleg ooit weer worden gehouden. Want Suriname blinkt immers niet uit door goed bestuur.

Brunings: 'Van het topoverleg wil Nederland het vooruitzicht hebben dat het goed verloopt, dat het iets oplevert. Dat wordt moeilijk als je de kwestie-Bouterse op de agenda zet. Een mislukt overleg kan echt leiden tot verbreking van de betrekkingen. Kok wil niet instaan voor de consequenties. Hij is geen man van avonturen.'

'Een band tussen twee landen moet je niet aan één persoon ophangen', betoogt S. Girjasing, minister van Justitie en Politie onder Venetiaan. 'Bouterse mag dan adviseur van staat en voorzitter van de NDP zijn, zijn problemen mogen niet ten koste gaan van de gehele Surinaamse bevolking. De relatie die we met Nederland hebben, is van een geheel andere orde dan die met Guyana of andere landen in de regio.'

Het voormalige staatshoofd, tevens voormalig leraar, komt in zijn eenvoudige Japanner aanrijden. Op de begane grond van het NPS-hoofdkantoor krijgen kinderen rekenles. Boven, in het sobere kantoor van R. Venetiaan, hangen foto's waarop hij is te zien in het gezelschap van de Amerikaanse president. En van Venetiaan als staatshoofd, zoals hij in elk overheidskantoor toezag op de arbeid van zijn onderdanen.

De man die in 1992 het Raamverdrag voor samenwerking met Nederland sloot, moet nu toezien dat zijn opvolger daaraan geen waarde meer hecht. Uiteraard, in zijn bewindsperiode waren de betrekkingen met Den Haag niet optimaal. Nederland aarzelde lang over hervatting van de hulpgelden. Maar de verhouding tussen beide landen was toch 'redelijk ontspannen'. Het aandringen van Suriname op topoverleg met Nederland over de kwestie-Bouterse, kwalificeert de ex-president als 'een ernstige misrekening'

Venetiaan: 'Mijn regering had juist afgesproken die ontwikkelingsrelatie niet te belasten met politieke conflicten. De kwestie-Bouterse is puur een zaak tussen de Nederlandse justitie en Bouterse. Hoe het verder moet? Het probleem van Wijdenbosch is dat hij het zonde vindt compromissen te sluiten. Er zijn weinig voorbeelden bekend dat hij bereid was tot een compromis.'

Parlementslid J. Simons van de NDP weet wel hoe het verder moet. Ze zou het plezierig vinden als er een prettige, zakelijke relatie zou ontstaan. Zonder chantage. 'We zijn niet af van Nederland, dat blijkt wel. Nederland chanteert uitgebreid. Zodra wij niet doen wat zij willen, gaat de kraan dicht. Maar de Nederlandse ontwikkelingshulp is ons niet alles waard. Wij hebben ook onze eigenwaarde. De relatie is een gegeven. Nederland moet nu uitmaken wat ze nou echt met ons willen.'

ASFA-voorman J. Wijdenbosch is een broer van de president. Maar hij houdt zich verre van de politiek. Hij ziet wat er misgaat in Suriname:

'Natuurlijk geef ik, als dat nodig is, adviezen aan deze regering. Maar je kan nog zoveel advies geven, als er niets mee wordt gedaan, dan houdt het op. Ooit zal het wel goed komen. Ooit.'

Na dertig jaar ontwikkelingshulp had hij rokende schoorstenen in Suriname willen zien. Industrialisatie. Productie. Niets daarvan. Wijdenbosch ziet scholen die op instorten staan, kapotte wegen en ziekenhuizen die wel een opknapbeurt kunnen gebruiken. Doodzonde: 'Die Nederlandse miljarden hebben geen rendement opgeleverd.'

De zeshonderd miljoen gulden die Suriname nog tegoed heeft van Nederland, wil hij goed besteed zien. Er moet een Nationaal Ontwikkelings Programma komen, met daarin een visie over welke sectoren Suriname wil ontwikkelen voor de export: graniet, goud, glas en dergelijke. Er moet productie komen.

'In plaats van aan tafel te gaan zitten, beschimpen we elkaar', betoogt Wijdenbosch. 'Er is genoeg Nederlands geld om iets goeds mee te doen. Gebruik het voor research, voor training. Start projecten in plaats van te streven naar die big push. Waar willen we naartoe met Suriname in de volgende eeuw? Willen we lijken op Haïti? Of op een land dat zich richt op duurzame ontwikkeling?'

Meer over