Ooggetuigenverslag: een tocht door Port-au-Prince

Honderduizenden mensen dolen door de staten van Port-au-Prince. De meesten houden een doek voor hun mond en neus. Puinhopen worden uitgegraven door mensen die vermoeden dat er familie ligt te stikken onder het puin.

Van onze correspondent Jean Mentens

Honderdduizenden mensen dolen door de staten van Port-au-Prince. De meesten houden een doek voor hun mond en neus, want de lucht van lijken en bederf is niet te harden. De dode lichamen die er nog liggen, zijn nu tenminste afgedekt. Vannacht zijn VN-blauwhelmen begonnen de doden op te halen, maar de bodybags zijn op.

Het is overal zo druk als tien keer Prinsjesdag, in een sfeer van verdriet en wanhoop . Een vrouw staat stil aan de rand van de weg, kijkt voor zich uit, totaal afwezig. Veel mensen dragen hun bezittingen bij zich in een zak, in een kartonnen doos of samengeknoopt in een laken. Waar in vredesnaam gaan ze toch naar toe? Het is immers overal even erg. Alle winkels zijn gesloten, niets doet het nog. Geen water, geen licht, geen telefoon, niets. Een man draagt zijn matras op zijn hoofd. Hij ziet niets en botst overal tegenop.

[FOTOSPECIAL]

Plunderingen

De straten zijn grotendeels overgenomen door voetgangers. Auto's kunnen alleen nog rijden op de bredere wegen, als het al lukt om zich om grote bergen puin, de gekantelde bussen en de omgevallen bomen heen te manoeuvreren. De smallere straten zijn nu leefgebied. Overal waar er wat ruimte is tussen de ruïnes, zijn honderden geïmproviseerde tentenkampjes verrezen van mensen die have en goed zijn verloren, of die bang zijn om in hun huis te slapen. Alle parken en tuinen zitten vol.

Iedereen weet van het grote witte presidentiële paleis dat is ingestort en de grote hotels die het hebben begeven. Maar ook ijzerhandels zijn ingestort, of op slot, auto's liggen bedolven onder ingestorte garages, in de supermarkt liggen honderden potten en flessen aan diggelen. Winkels die wel intact zijn gebleven, zijn afgesloten uit angst voor plunderingen.

Smeken om een lift

Mensen smeken om een lift want de vele honderden taptaps (collectieve taxi's) rijden niet meer, uit angst door bendes straatschuimers te worden geconfisqueerd.

De puinhopen van grote winkels of kantoren worden uitgegraven door mensen die vermoeden dat er familie ligt te stikken onder het puin. Er is zo immens veel zoekwerk te verrichten; de toegestroomde internationale rampenhulp is een druppel op een gloeiende plaat.

De hoop nog mensen te vinden slinkt snel. De VN-blauwhelmen rijden vrachtwagen na vrachtwagen vol met gewonden de legerbasis op, maar er zijn amper genoeg dokters om iedereen te helpen. Dat zijn de gelukkigen die dan nog een dokter te zien krijgen.

Het valt toch te hopen dat het niet tropisch gaat regenen, zoals het een paar keer heeft gedaan in de afgelopen weken; het is immers regentijd.

Jean Mentens verbleef in het Montana-hotel toen de beving begon. Deze foto nam hij kort na de beving. (Jean Mentens) Beeld
Jean Mentens verbleef in het Montana-hotel toen de beving begon. Deze foto nam hij kort na de beving. (Jean Mentens)
Meer over