Onzichtbaar

'Nee, ik kan niet geïnterviewd worden', zegt Ben Papendorp, natuurlobbyist. Omennabij de veertig is ie, altijd een baard van drie dagen....

Wat is er aan de hand dat hij niet wil praten? Is hij ziek, zwak of gehaast? Niets van dat al. 'Het ligt in de aard van mijn werk', verontschuldigt hij. Lobbyisten geven geen interviews. Eigenlijk bestaan ze niet. Netzomin als politiek adviseurs en voorlichters. Ze zijn de onzichtbaren van Den Haag. Het zijn drukke dagen nu, met de bespreking van alle begrotingen. Ze moeten suggesties influisteren, aaien en paaien.

'Lobbyisten? Ze komen wel eens met kant en klare moties hier. Die flikker ik dan voor hun ogen in de prullenbak', beweert VVD-Kamerlid Pieter Hofstra, geen liefhebber van de soort. CDA-collega Gerd Leers, wat coulanter: 'Er zijn er die komen met stukken waarvan je denkt: dat kon ik geschreven hebben.' Toch heeft Leers ook wel eens een lobbyist zijn kamer uitgedonderd. 'Was ik even koffie halen, zat ie in mijn stukken te bladeren.' Hij wil 'de schoft' niet identificeren. Papendorp was het kennelijk niet, want als het Kamerlid wegloopt sprint die vanachter een pilaar in zijn richting: 'Hé Gerd, ik moet het even met je hebben over. . .' Gearmd lopen ze weg.

Communicatie-adviseurs en woordvoerders, vroeger gewoon voorlichters geheten, lopen op het Binnenhof ook in bosjes rond. Niemand houdt echt van hen, de tassendragers van de minister. Meer nog dan journalisten zijn ze de paria's van Den Haag, betaald om te fungeren als His Master's Voice.

Met 'his master's brains', de politiek adviseurs, hebben ze een haat-liefdeverhouding. Politiek adviseurs vormen de hoogste kaste der onzichtbaren. Met hun freischwebende Intelligenz zijn ze de echte mannetjes- en vrouwtjesmakers van Den Haag. Iedere minister en staatssecretaris permitteert zich er een. Wel een kamer op het ministerie, geen plek in de hiërarchie. Maar iedereen weet dat ze de 'ogen en oren' zijn van de minister, zoals een van hen zegt. 'Ik zit overal bij. Ik zie alle stukken. Soms hoor ik ambtenaren een voorstel doen en zeg ik: ik zou dat zó niet aan de minister voorleggen.'

Het zijn net 'stillen': je moet ze kennen om te weten wat ze doen. Bij hun minister praten ze met de voeten op tafel over imagoverbetering, de inschatting van politieke problemen en soundbytes voor het debat van morgen. Ze hebben maar één doel: goede beeldvorming van de baas. Zij zijn 'de goede bronnen' en de 'kringen rond de minister' die journalisten aanhalen in hun stukken. Want als ze iets te vertellen hebben gaat dat steevast vergezeld van de in Den Haag vermaarde toevoeging: 'Maar je hebt het niet van mij.'

Meer over