'Onze solidariteit met alle ouders'

Kinderen opvoeden is duur. Maar moeten rijke tweeverdieners net zoveel kinderbijslag krijgen als een minimumloner? Het negende artikel in een serie over de houdbaarheid en rechtvaardigheid van collectieve regelingen....

Een fokpremie is het genoemd. Of, venijniger nog, de geheime katholieke colonne ter bevordering van de grote gezinnen.

Zolang de kinderbijslag bestaat is er kritiek op geuit, vroeger vooral door protestants-christelijken, tegenwoordig door pleitbezorgers van kleinere inkomensverschillen. Vandaag prijkt een rapport over de kinderbijslag op de agenda van de ministerraad. Staatssecretaris Rutte boog zich op verzoek van het parlement over mogelijkheden voor een andere verdeling. CDA-Kamerlid Margreet Smilde verwacht geen ingrijpende wijzigingsvoorstellen. Tot haar opluchting, want zij vindt het huidige systeem het beste.

De kinderbijslag geldt voor alle kinderen tot 16 jaar, arm of rijk, dik of dun. Alle ouders die in Nederland wonen of werken voor een Nederlandse werkgever hebben er recht op. Elk kwartaal maakt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) het geld over aan 1,9 miljoen ouders van in totaal 3,5 miljoen kinderen. Vorig jaar was er 3,2 miljard euro mee gemoeid. Per gezin is dat een bedrag van 1693 euro.

Het idee van de kinderbijslag is reuze simpel. Maar in de praktijk is een rekenmachine nodig. De bedragen zijn afhankelijk van leeftijd en voor kinderen geboren voor 1995 van het aantal broers en zussen.

In het Haagse inkomensbeleid speelt de kinderbijslag een centrale rol. Gezinnen met kinderen figureren nu eenmaal prominent in de koopkrachtplaatjes. Een bezuiniging leidt al snel tot een negatieve uitkomst. Om de kosten tbinnen de perken te houden zijn in de loop der jaren allerlei omwegen bewandeld, by-passes gelegd en staffels in het leven geroepen. Het resultaat is een lappendeken, maar het bedrag dat het Rijk nu aan kinderbijslag besteedt is lager dan twintig jaar geleden.

Onderwijl is de doorn in het oog van protestants Nederland stilletjes verwijderd. Voor kinderen die vanaf 1995 zijn geboren loopt het bedrag per kind niet meer op met de omvang van het kindertal. Oorspronkelijk was dat whet oogmerk van de katholieke minister Romme toen hij in 1937 zijn wetsontwerp indiende. De kinderbijslag was alleen bedoeld voor loontrekkers met een groter dan gemiddeld gezin. Parlementari van andere partijen beschouwden dat als een regelrechte bevoordelingvan het katholieke volksdeel. Maar de KVP won. Toen de wet in 1941 van kracht werd, gaf pas het derde kind recht op kinderbijslag.

Wat terugkijkend het meest verbaast, is de inkomensafhankelijkheid van de regeling. Hoe meer een werknemer verdiende, des te meer kinderbijslag hij ontving. Romme had daar bewust voor gekozen. Zijn redenering luidde dat hogere inkomens nu eenmaal meer geld kwijt zijn aan de opvoeding, zodat een hogere toelage gerechtvaardigdwas. Een amendement van SDAP-voorman Drees om ieder gezin hetzelfde bedrag per kind te geven, werd verworpen. Overigens kreeg Drees na de oorlog alsnog zijn zin. De kinderbijslag werd niet langer afhankelijk van het inkomen; wel steeg voortaan het bedrag per kind naar rato van het kindertal. Pas in 1995 kwam daar een einde aan voor nieuwgeborenen.

Aan de onafhankelijkheid van het inkomen van de ouders is sinds 1946 nooit meer iets veranderd. Niet dat iedereen zich daar bij neerlegt. Al jaren klinkt het pleidooi voor een inkomensafhankelijke regeling, zij het in tegenovergestelde richting. Waarom zou een miljonair net zoveel bijslag ontvangen als een bijstandsmoeder, vragen velen zich af. Volgens de SP, die een alternatief voor de huidige kinderbijslag bedacht, is tweederde van de bevolking voorstander van een glijdende schaal, waarbij ouders minder steun ontvangen naarmate hun inkomen stijgt. Boven de 90 duizend euro per jaar wil de SP de kinderbijslag stopzetten. Het uitgespaarde geld moet naar oudersrond het minimum. Voor dit plan liep vorig jaar ook D66 warm, maar dat bleek niet genoeg.

Toch ging de SP al minder ver dan een plan van de economen Van Praag en Plug. Volgens hen hebben rijke ouders niet alleen geld genoeg om hun kind op te voeden; ze ervaren de geboorte ook meer als een verrijking van hun leven dan lagerbetaalden. In het economenblad ESB constateerden ze in 1993 dat rijke gezinnen met liefde extra wilden betalen voor hun kind. Conclusie: 40 procent van de kinderbijslag wordt ten onrechte uitgekeerd.

In de politiek hebben deze ideeen nooit wortel geschoten. VVD en PvdA aarzelen of aanpassing nodig is en wachten de notitie van Rutte af. Het CDA is helder. 'We hebben al zoveel inkomensafhankelijke regelingen voor ouders. De gemeenschap heeft veel baat bij de komst van kinderen. Laat de kinderbijslag onze solidariteit met alle ouders belichamen', zegt Kamerlid Smilde.

Meer over