'Onze excentriekelingen gaan helaas verdwijnen'

Naam: Rupert Mitford. Aanspreektitel: Lord Redesdale. Leeftijd: 32. Beroep: ex-peer en beheerder van het landgoed van de familie. Voorzag: dat hij de traditie van erfelijke peers in het House of Lords zou overleven....

Bert Wagendorp

Hij staat gewoon in het telefoonboek van Londen: Redesdale, The Lord. Hij is een aardige man van 32, zonder ook maar een spoortje van de arrogantie waarmee sommige anderen uit zijn sociale klasse rondlopen; de zesde Lord Redesdale is eerder een beetje verlegen. Afgelopen vrijdag zat hij voor het eerst thuis, aan Mark's Square in Londen, bij Regents Park, als voormalig erfelijk lid van het Britse Hogerhuis.

Bijna een eeuw heeft de aanwezigheid van de Redesdales in het House of Lords geduurd, de titel werd gecreëerd in 1902. 'Opnieuw gecreëerd', corrigeert Lord Redesdale. 'In 1801 kreeg een van mijn voorvaders hem, maar omdat er geen opvolger was in de mannelijke lijn, werd de titel vacant.'

De Redesdales, schrijft David Cannadine in zijn boek The Decline and Fall of the British Aristocracy, vormen een 'schoolvoorbeeld van de neergang van de Britse adel'. Maar de familie van Rupert Bertram Mitford, zoals de Lord heet, wordt ook wel omschreven als de kleurrijkste Engelse aristocratische dynastie van deze eeuw; het is maar hoe je tegen de familiegeschiedenis aankijkt.

Het ging met de Redesdales eigenlijk al gelijk mis. De eerste Lord bouwde veel te dure huizen, een gewoonte die door zijn zoon werd voortgezet. Wat in de jaren dertig nog restte van het familiekapitaal werd er door de tweede Lord doorheen gejaagd: hij investeerde in goudmijnen zonder goud, in een bedrijf dat radiokasten maakte van papier-maché en financierde dure zoektochten naar zeeroverschatten.

'Wij hebben nu alleen nog een klein landgoed in het noorden, bij Redesdale', zegt Rupert Mitford. 'Daar breng ik ongeveer de helft van mijn tijd door. Maar geld brengt het amper op. Dat moet ik hier in Londen verdienen.' Hij is werkzaam bij het City College in Londen.

De dochters van de tweede Lord Redesdale, David Mitford, maakten de familie beroemd. Twee van Rupert Mitfords oud-tantes, Nancy en Jessica, deden dat met de pen, de eerste als socialistisch auteur (The Pursuit of Love), de tweede als communistisch journaliste en schrijfster (The American Way of Death).

De twee andere oud-tantes, Diana en Unity, hadden een andere politieke voorkeur. Diana trouwde met de Engelse fascistenleider Oswald Mosley - de receptie was bij Joseph Goebbels thuis.

Unity had een innige relatie met Adolf Hitler - zo innig dat menigeen in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog veronderstelde dat de twee geliefden waren. Toen Engeland Duitsland de oorlog verklaarde, schoot Unity zich in de Engelse Tuinen in München door het hoofd; ze overleed negen jaar later als een kasplantje.

Alleen tante Deborah gedroeg zich normaal. Ze trouwde met de schatrijke hertog van Devonshire en bewoont nog altijd het landgoed Chatsworth in Derbyshire. Ook tante Diana leeft overigens nog, ze woont in de omgeving van Parijs.

Rupert Mitford lijkt de verhalen over zijn illustere tantes zat, hij praat er liever niet over. In politieke zin is er geen enkele band; Mitford was een van de weinige Liberaal-democratische erfelijke peers in het Hogerhuis. Op zijn 24ste maakte hij daar zijn entree.

Hij behoort niet tot de 92 peers die voorlopig in het Huis mogen blijven, maar hoopt op een andere manier in het Hogerhuis terug te keren. 'De kans is groot dat mijn partij mij een titel voor het leven geeft, en daarmee kan ik in het Huis terugkeren.' Waarom? 'Iedereen die daar heeft gewerkt, begint van dat instituut te houden.'

Rupert Bertram Mitford heeft geen zoon, 'maar ik hoop er wel ooit een te krijgen.' Zeker, het spijt hem dat hij die zoon geen plaats meer kan beloven op het rode leer van het Hogerhuis, 'maar dat is een van die kwesties die eigenlijk geen kwestie meer is. Ik wist dat dit systeem mij niet zou overleven. We gaan naar een nieuw millennium.

'Twee dingen betreur ik. Ten eerste dat het Hogerhuis door het verdwijnen van de erfelijke peers politieker zal worden, en minder een forum van wijze mannen. En het spijt me dat kleurrijke collega's verdwijnen, van het soort dat jullie in het buitenland Engelse excentriekelingen noemen. Die mannen vond ik fascinerend.'

Donderdagavond nam Lord Redesdale in de Royal Gallery van de Lords afscheid van de andere erfelijke Hogerhuisleden. 'Het was een vreemde gelegenheid. Sommigen spraken een paar woorden, maar de meesten waren stil. Sommigen gedroegen zich tamelijk jolly, maar als je in hun ogen keek zag je dat ze kapot waren.

'Er hing heel erg het gevoel van het eind van een tijdperk. Daarom was het op een bepaalde manier ook wel treurig. Maar aan het eind ging iedereen waardig naar huis.'

De zevende Lord Redesdale moet, zegt zijn toekomstige vader, als hij de politiek in wil maar een democratisch verkregen plaats in het Lagerhuis nastreven. 'De eerste Lord Redesdale kreeg in 1801 zijn titel omdat hij voorzitter was geweest van de Commons. Dus als mijn zoon daar ooit terugkeert, is de cirkel rond.'

Meer over