Column

Onze democratie is oké, jammer van de politici

Het sentiment in Nederland laat zich misschien zo samenvatten: onze democratie is oké, jammer dat er politici in rondwandelen.

null Beeld anp
Beeld anp

De bozigen, de afhakers, de ontevredenen, de weerspannigen, de achtergestelden, de onderliggenden en zij die zeker weten dat 'de elites' (meervoud) erop uit zijn ze te piepelen: er is één ding waar ze niet over kunnen klagen. Dat ze niet onderzocht worden.

Dezelfde 'hoge heren in Den Haag' op wie zo gespuugd wordt door de mensen die zich veracht en genegeerd wanen, slapen namelijk niet van de gedachte dat er boze mensen zijn die klaarblijkelijk weinig belang hechten aan de goede bedoelingen die over ze worden uitgestort. De bezorgdheid is gegroeid sinds de grimmigheid de borreltafel van de buurtkroeg in de krachtwijk heeft verlaten, de voortuintjes van de Vinex is ingeslopen en de kolommen van de chique kwaliteitsbladen heeft bereikt. Daar heeft men meer en moeilijkere en langere woorden nodig, en soms een oude filosoof of een grote buitenlandse denker, om te betogen wat ze in de buurtkroeg allang wisten: ze deugen niet, de hoge heren in Den Haag.

En zo kwam het dat het ene na het andere onderzoek wordt uitgeschreven naar het onbehagen en naar aanpalende kwesties zoals de kloof en het wantrouwen en de toestand waarin 'de democratie' zich bevindt. Over die laatste kwestie heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau zich op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken gebogen, mede omdat, zo staat het er echt in het vrijdag gepubliceerde rapport, er zorgen leven over 'ontwikkelingen in de opstelling van de demos van de democratie'. Je zou ook kunnen zeggen: omdat het gepeupel bij voortduring 'krijg toch de tyfus' roept.

Toch is er, schrijft het SCP, beslist geen sprake van een legitimiteitscrisis in de politiek. Uit alle onderzoeken blijkt keer op keer: het chagrijn is niet erger dan het vroeger was, het vertrouwen in de politiek is hoger dan elders, men vindt dat zaken als persoonlijke vrijheid, vrije pers, vrije verkiezingen en rechtsbescherming goed zijn geregeld. Alleen in gebieden die zo mogelijk nóg aangeharkter en nog snoeziger en nog meer van echte ellende verschoond zijn dan Nederland - Luxemburg, Zwitserland, Scandinavië - is men positiever.

Het zijn de politici aan wie ze een hekel hebben. Het sentiment in Nederland laat zich misschien zo samenvatten: onze democratie is oké, jammer dat er politici in rondwandelen.

Want die luisteren niet, is de telkens terugkerende klacht. Dit vulde bijvoorbeeld 'vrouw, 63 jaar, geeft de manier waarop de Nederlandse democratie functioneert een 3)' in: 'Wat de mensen willen wordt niet naar geluisterd. De regering doet wat zij willen en luisteren wel naar andere landen.'

'Luisteren' wordt hier en daar verward met 'ze doen niet wat ik wil, maar wat de buurman wil', maar de trend is helder: ze willen inspraak. In referenda bijvoorbeeld. Maar niet te veel, en niet te vaak, want het vertrouwen in het oordeel van de buurman is ook al niet groot.

En als ze zelf mogen meepraten komen ze niet opdraven: experimenten met loting (het systeem dat de Belg David Van Reybrouck propageert) in Amersfoort laten zien dat van de mensen die zijn ingeloot 9 procent daadwerkelijk participeert.

Ze willen geen hoogopgeleide politici want hoogopgeleid is elitair, maar tegelijkertijd willen ze politici die 'weten waar ze het over hebben'.

Ze willen iets, maar ze weten niet wat.

Meer over