Onweerstaanbaar logisch

In de trage en geluidloze wereld van videokunstenaar Aernout Mik worden geijkte patronen op de kop gezet. Mensen buitelen over elkaar heen in een Chinees restaurant, een leren bank spuit modder....

Door Merel Bem

Het woord heeft zich tegen zijn zin aan hem vastgezogen. Als de groene klodders slijm waarmee de acteurs in een van zijn videowerken worden bekogeld, zo kleeft het. Wat hij ook doet, het woord laat de kunstenaar niet los. Al in de eerste recensies over zijn werk stak het de kop op en sindsdien hóórt het bij hem.

Absurd.

Gek is het niet. Want wat te denken van een video waarin drie oude mannen langzaam en geconcentreerd met elkaar aan het vechten zijn, alsof ze een ingewikkelde dans uitvoeren (Kitchen, 1997)? Of een leren bank die plotseling modder uit de zitting spuit (Modderbank, 1997)? Een scène in een Chinees restaurant waar mensen over tafels heenbuitelen terwijl anderen onverstoorbaar verder eten?

De trage en geluidloze wereld van videokunstenaar Aernout Mik (1962) wordt bevolkt door in zichzelf gekeerde mensen die handelingen uitvoeren of ondergaan waar ze geen grip op lijken te hebben. Iets wat - tja, toch echt absúrde situaties oplevert.

'Ik heb er eigenlijk een hekel aan', zei Mik vorig jaar in een interview in NRC Handelsblad. 'Absurd, dat wordt surreëel, en voor je het weet komt Beckett weer om de hoek kijken.' En Beckett - dat is een stap te ver. Want hoe vervreemdend de video-installaties van Mik ook mogen zijn, hoe bizar hun logica, ze maken volgens de kunstenaar wel degelijk deel uit van deze wereld.

Maar om die wereld te begrijpen, moet de kijker wel nét even anders denken dan hij is gewend. Of beter gezegd: hij moet het werk vóelen. 'Het is iets fysieks', zegt kunsthistoricus en tentoonstellingsmaker Maxine Kopsa, van 1997 tot 1999 productie-assistent van Mik. 'Op een gegeven moment begrijp je het ritme, en begrijp je het werk.'

Iets dergelijks gebeurt in de nieuwste productie van Mik, die op 10 januari in première gaat in het Stedelijk Museum in Amsterdam. In Two Minds is een 55-minuten durende tentoonstelling waarin een doodgewone supermarkt wordt omgetoverd tot een hybride ruimte waarin de toeschouwer plotseling tegenover acteurs van Toneelgroep Amsterdam staat. Doordat Mik gefilmde beelden en realiteit vernuftig in elkaar schuift, ontstaat een vervreemdende situatie.

Ze hebben er lang op geoefend, zegt Joop Admiraal van Toneelgroep Amsterdam, op 'gewoon' wat boodschappen doen of over de grond kruipen. Om uiteindelijk te beseffen dat ze als groep 'deel zijn van het totaalbeeld'. En dat dat beeld het belangrijkst is, en dat wat ze doen tot beeldende kunst maakt.

Dat besef is volgens Maxine Kopsa het bijzondere aan Miks werk: 'Zijn wereld staat ver van je af, maar wanneer je vijf minuten naar zijn werk kijkt, of er als figurant in meespeelt, ga je de logica ervan herkennen.' Het ritme van Mik - het is iets onweerstaanbaars.

Toch is het vreemd dat iemand die zulke absurde, trage en onlogische video's maakt, die in alles zó anders zijn dan de beelden op televisie, kon uitgroeien tot de knuffelkunstenaar van Nederland. Want die status heeft Mik inmiddels bereikt.

Vraag mensen om hem heen zijn werk te kwalificeren en je zult horen dat Mik al vanaf het allerprilste begin, toen hij nog studeerde aan de Minerva Kunstacademie in Groningen en nog geen videocamera gebruikte, bouwde aan een consistent oeuvre, dat voornamelijk bestaat uit 'visueel sterke beelden'. Voor dat oeuvre mocht hij vorig jaar de Heinekenprijs voor de Kunsten (50 duizend euro) ontvangen.

Terugkijkend op de spraakmakende tentoonstelling Wild Walls, die zij in 1995 met Martijn van Nieuwenhuyzen in het Stedelijk Museum organiseerde en waarvoor ook Mik werd uitgenodigd, zegt conservator Leontine Coelewij: 'Mik stelde in zijn werk de conventies van de museale ruimte aan de kaak zonder belerend te zijn.' In een decor van deuren, muurtjes en zwevende poppen zat een aantal museumsuppoosten een krant te lezen of een appeltje te schillen. Mik had hun deel gemaakt van het kunstwerk. Coelewij: 'Dat wat normaal is, zet hij op losse schroeven. Dat vind ik intrigerend.'

Het theatrale karakter van zijn werk werd versterkt toen Mik de camera ging gebruiken en gefilmde beelden opnam in grote, interdisciplinaire installaties. Echt en niet echt, real time tegenover dat wat eerder plaatsvond - al die elementen kon Mik nu tegen elkaar uitspelen.

In 1997 mocht de kunstenaar, dankzij Leontine Coelewij, Nederland vertegenwoordigen op de Biennale van Venetië. Die tentoonstelling introduceerde hem met succes in het buitenland. Mik ging behoren tot de kleine groep van Nederlandse kunstenaars, onder wie Rineke Dijkstra en Mark Manders, die regelmatig in het buitenland exposeren.

En juist op die kunstenaars richtte kunstcriticus Riki Simons haar pijlen. 'Staatskunstenaars' noemde zij hen in haar boek Springlevend (2002), kunstmatig in leven gehouden door 'klimaatbedervende inkomenssteun' van de overheid. De stroom aan subsidiegeld zou kunstenaars als Mik niet langer stimuleren vernieuwend werk te maken.

'Pertinente onzin', reageert kunstenaar Toon Verhoef, die Aernout Mik nog kent van de tijd dat hij lesgaf op de Minerva Academie. 'Die producties van Aernout zijn kostbaar. Die moet hij toch op de een of andere manier kunnen financieren?'

Ook de angst voor gebrek aan vernieuwing is onnodig. Sinds Mik twee jaar geleden, naar eigen zeggen, in Nederland écht doorbrak met de solotentoonstelling Primal Gestures, Minor Roles in het Van Abbe in Eindhoven, vond hij de perfecte vorm voor zijn werk.

En die combinatie van architectuur, video-installaties en theater is een formule waarmee volgens Miks regie-assistent Marjoleine Boonstra nog veel verder kan worden gegaan. 'Ik zie mogelijkheden om het allemaal nóg extremer te maken.'

Meer over