Onverschrokken strijder voor een menswaardige dood

Een amateur in een mijnenveld die te snel zou meegaan in andermans doodswens. Jan Hilarius van De Einder is gewend aan kritiek....

Vlak voordat Jan Hilarius half mei met zijn familie afreisde naar Texel, kreeg hij van justitie in Alkmaar te horen dat hij wordt vervolgd voor hulp bij zelfdoding van een jonge vrouw uit Wervershoof. Hij liet er zijn vakantie geenszins door bederven. Zijn verdediging zal hij zelf voeren, een principekwestie: ‘Ik wil voor mezelf opkomen.’

Het is tekenend voor een man die ervan overtuigd is dat hij handelt uit medemenselijkheid en die lak heeft aan de conventies van de samenleving. Al die anderen, die vinden dat wanhopige en zieke mensen moeten volhouden, zetten de deur open naar de spoorbaan, klinkt het strijdbaar in de woonkamer van zijn jarendertigwoning in Castricum.

Daar, aan de hoge tafel, zaten de afgelopen jaren zoveel moe geleefde mensen om te overleggen over hun zelfverkozen dood. Soms kwamen ze helemaal uit Duitsland of uit Italië, namen een hotel, huurden een fiets en belden aan. Zo groeide stichting De Einder, die hij tien jaar geleden oprichtte, langzaam uit tot een instituut met landelijke bekendheid, met dertien consulenten, een kwartaalblad en een pr-medewerker. Zaterdag wordt het jubileum van De Einder gevierd met een symposium.

Dick Fopma, die in het PvdA-bestuur zat toen Hilarius eind jaren zeventig voor die partij gemeenteraadslid was, was niet erg verbaasd toen hij hem terug zag als zelfdodingsconsulent. Hilarius was ‘een gevoelsmens’, zegt hij, erg betrokken bij persoonlijke problemen. Een ‘bijzonder man’ ook, die in de raad soms opeens een gedicht voordroeg.

Adri Brolsma, mede-oprichter van De Einder, herinnert zich de hectiek van het begin: de discussie in de ledenvergadering van het Humanistisch Verbond afdeling Alkmaar, de massale belangstelling voor de forumbijeenkomst en de hausse aan hulpvragen, die allemaal bij woordvoerder Hilarius terechtkwamen.

‘We wilden alleen het onderwerp uit de taboesfeer halen, het was niet de bedoeling er zelf wat mee te doen’, zegt Brolsma. ‘Maar toen de mensen bleven bellen, is Jan aan de slag gegaan.’ Maatschappelijk werker Hilarius was toen al gestopt met zijn werk en vrijwillig humanistisch uitvaartbegeleider geworden. Soms sprak hij op de uitvaart van iemand die zich op gruwelijke wijze van het leven had beroofd. Daardoor groeide de overtuiging dat wie echt dood wil dat waardig moet kunnen doen.

Hilarius is een ‘helper’, zegt Brolsma. Niet voor niets zat hij vijftien jaar als vrijwilliger bij het Rode Kruis, en in het bestuur van onder meer een school voor moeilijk lerende kinderen. ‘Als hij een brief krijgt om hulp, schrijft hij binnen een uur terug’, weet ze. ‘Zelfs als dat in een vreemde taal moet. Geen sterveling kan dat allemaal bijhouden maar hij wel. Hij moet van ijzer zijn.’

Ruut Nieuwenhuis, voorzitter van De Einder, noemt Hilarius ‘een typische ondernemer’. ‘Van besturen en vergaderen houdt hij niet, hij is een doener. En hij is voor niks en niemand bang.’

Die onverschrokkenheid is volgens Hilarius zelf een gevolg van zijn oorlogsverleden. Hij was kind van een NSB’er, sloeg op Dolle Dinsdag met zijn familie op de vlucht en kwam op zijn 12e terecht in Bremen. Daar maakte hij angstaanjagende bombardementen mee. Na de bevrijding vreesde hij lange tijd de woede van zijn landgenoten.

Over de gebeurtenissen van toen heeft hij nooit gepraat, pas dit jaar publiceerde hij er een boekje over, in eigen beheer. De angst van toen heeft gemaakt dat hij geen vrienden heeft, zegt hij. ‘Ik ben nogal flink in mijn optreden, ik vrees vriendschappen.’ Ook zijn Godsgeloof is hij erdoor kwijtgeraakt. Een humanistische levensvisie, gebaseerd op het idee dat de mens zelf beslist over zijn leven en dood, kwam ervoor in de plaats.

Sinds de oprichting van De Einder heeft hij vijftig tot zestig mensen bijgestaan die een einde aan hun leven hebben gemaakt. Een aantal casussen beschrijft hij in De geur van abrikozenbloesem ontstegen, een kroniek die eind 1998 verscheen. ‘Treurigstemmende ijdeltuiterij over de rug van wanhopige mensen’, schreef De Humanist, het orgaan van het Humanistisch Verbond.

Het hoofdbestuur van het Humanistisch Verbond heeft zich altijd gedistantieerd van de werkzaamheden van Hilarius. Voormalig voorzitter Liesbeth Mulder sprak over ‘euthanasiasme’, om aan te geven dat hij te snel meegaat in andermans doodswens en dat het gevaar van onzorgvuldigheid te groot is.

Ook Rob Jonquière, directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), vindt Hilarius nogal ‘absoluut’ in het inwilligen van verzoeken. ‘Die houding kenschetst hem, hij straalt uit dat hij met niemand wat te maken heeft, het is bijna een soort arrogantie. Jan zegt dat hij zich altijd aan de wet houdt maar ik denk dat hij soms op het randje balanceert.’

Hilarius erkent volmondig dat hij zorgvuldigheidseisen voor euthanasie een gruwel vindt. Met graagte zet hij zich af tegen de professionals: ‘Die hebben een wachtlijst, kunnen altijd nee zeggen en ze zijn altijd met zijn zessen zodat ze de verantwoordelijkheid kunnen afschuiven.’

Van twijfel over zijn handelen heeft hij geen last, merkte ook verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer toen hij hem in 2001 onder vuur mocht nemen in een uitzending van het VARA-programma Het Zwarte Schaap. ‘Hij nam een granieten positie in en dat stoorde mij hogelijk. Ik werd er achterdochtig van. Want betrokkenheid bij andermans levenseinde behoort een martelend proces te zijn.’

Een ‘amateur in een mijnenveld’, noemt Keizer hem. ‘De dokter die euthanasie toepast, stelt zich bloot aan controle, hij niet. Hoe beoordeelt hij of sprake is van een schone doodswens of een door een depressie gekleurd initiatief?’

Jonquière correspondeerde een paar keer met Hilarius nadat die zich in zijn jaarverslagen denigrerend over de NVVE had uitgelaten. ‘Hij suggereerde dat we een hoop kletsen maar weinig doen als het erop aankomt. In zijn brieven toonde hij zich vervolgens minder scherp, ook dat is typerend voor hem.’

Ook Keizer leerde, tot zijn verbazing, na afloop van de tv-uitzending, een andere Hilarius kennen. ‘Die huiskamer-Jan bleek een beminnelijke man. Hij heeft toch ook een bepaalde zachtheid in huis.’ Toen hij het boek las dat Hilarius hem daarna toe stuurde, was hij onder de indruk van ‘de ernst van de ellende’ die bij de man uit Castricum terechtkomt. ‘Als je jezelf dwingt met hem mee te kijken en Jan leert kennen, dan is het te makkelijk om te zeggen: het deugt niet wat hij doet.’

Vijf keer werd Hilarius de afgelopen tien jaar verhoord na een zelfdoding waarbij hij betrokken was geweest. Het eerste verhoor eindigde met de woorden: ‘Verdachte verklaart er een goed gevoel aan over te hebben gehouden.’ Dat gevoel is gebleven, zegt hij zelf. ‘De dood van mijn cliënten wordt alleen maar vervroegd, helemaal overeenkomstig hun eigen wens. Ik vind het mooi dat ik dat mag begeleiden.’ Jonquière van de NVVE zegt dat hij altijd een wat ‘ongemakkelijk’ gevoel krijgt als hij Hilarius zo hoort praten.

Zijn vrouw heeft hem vaak gevraagd zijn werk neer te leggen. Ze respecteert zijn inzet maar met alle telefoontjes van mensen die dood wilden, groeide haar onbehagen. Ze werd weleens boos als ’snachts om drie uur de telefoon ging en haar man beneden in zijn pyjama diepgaande gesprekken moest voeren.

‘Je gaat net zo lang door totdat ik met onze kleinzoon voor de gevangenispoort sta’, zei ze vorig jaar. Toen hij in augustus twee nachten op het politiebureau van Hoorn moest doorbrengen, belde hij haar op met de mededeling dat hij haar verzoek zou inwilligen. Zijn bestuurswerk had hij toen al gestaakt, sinds zijn aanhouding is hij ook met het begeleidingswerk gestopt. Behoudens voor ‘oude contacten’: daarom begeleidt hij nu toch weer een vrouw uit Zuid-Duitsland aan wie hij dat ooit heeft beloofd. ‘Jan is een typische pionier die de zaken moeilijk uit handen kan geven’, zegt voorzitter Nieuwenhuis. ‘Hij zal zich er tot zijn dood aan toe tegenaan bemoeien en dat is goed.’

Zelfdodingsconsulent Ton Vink, filosoof in Arnhem, heeft inmiddels het woordvoerderschap van de stichting overgenomen. Vink bewondert Hilarius om de rust waarmee hij de niet aflatende negatieve publiciteit altijd tegemoet is getreden. Mede daardoor heeft De Einder erkenning gekregen, zegt hij.

De consulenten van de stichting zijn volgens hem lang beschouwd als ‘scharrelende amateurs’. Maar tien jaar na de oprichting verwijzen artsen patiënten door naar De Einder, werkt de stichting samen met de WOZZ, die wetenschappelijk onderzoek doet naar zorgvuldige zelfdoding en worden over het jaarverslag geen Kamervragen meer gesteld. Vink: ‘We hoeven niet meer in het defensief.’

Jan Hilarius zelf is niet toe aan een rustige oude dag. ‘Ik ben niet goed in genieten’, zegt hij. ‘Als ik een concert bezoek en naar de dirigent kijk, zie ik mezelf staan: helemaal alleen tegenover een grote groep.’ Dood wil hij nog lang niet. ‘Ik ben veel te benieuwd wat er na vandaag nog komt.’

Meer over