Onvermoeibaar speurder naar het kleine en het hele Grote

Dankzij het opgelaaide debat over Intelligent Design is de Delftse hoogleraar Cees Dekker ineens een bekende Nederlander. Portret van een wetenschappelijk wonderkind....

Voor Cees Dekker gaat de wetenschap niet hard genoeg.

Het tempo waarin de Delftse hoogleraar, tevens bekend als sympathisant van Intelligent Design, zich door de gangen van het Kavli Institute for Nanoscience voortbeweegt, zit tegen een looppas aan.

'Een wervelwind', zegt een van zijn afstudeerders. 'Een onvermoeibare workaholic', zegt wiskundige Ronald Meester, mede-redacteur van Dekkers bundel over Intelligent Design. Antoine Arts, zijn co-promotor aan de Universiteit Utrecht: 'Als je een speld in een hooiberg zoekt, bel je Cees.'

Dekker wordt door studenten en medewerkers op handen gedragen. Ambitieus, integer, sociaal intelligent, teamspeler, aanjager. Studievriend Marnix van Gurp, met wie hij in Utrecht natuurkunde studeerde: 'Cees heeft een jeugdig enthousiasme, waardoor hij het vermogen bezit een hele groep een bepaalde kant op te krijgen.'

Zo sleepte Dekker zijn mensen dwars de natuurkunde door. Magneten, supergeleiding, quantumtransport, geleidende polymeren. Wereldberoemd werd hij met zijn metingen aan koolstof-nanobuisjes, waarover hij eind jaren negentig tientallen artikelen publiceerde. Hij haalde viermaal de cover van Nature – de omslagen hangen nog in de gang van zijn instituut.

Maar Dekker blijft nooit lang stilstaan bij zijn successen. Drie, vier, hooguit vijf jaar houdt hij het vol op een onderzoeksterrein. Dan moet hij door. Toen hij in 2003 de Spinozapremie ontving voor zijn koolstofbuisjes, was zijn interesse alweer verschoven: naar de moleculaire biofysica. 'Typisch Cees', zegt Meester. 'Hij is een wetenschappelijk opportunist. Al is dat ten dele inherent aan zijn vak.'

Met de moleculaire biofysica was de natuurkundige Dekker beland bij de machinerie van het leven zelf. En bij het vraagstuk van schepping en evolutie. Het kleine is groots, heette de rede waarmee hij in 2000 het hoogleraarschap moleculaire biofysica in Delft aanvaardde. Daarin uitte hij aan het slot kritiek op het darwinisme, en kwam publiek uit voor zijn geloof. 'De verwondering over de ontzagwekkende nanowereld van biomoleculaire systemen kan mij alleen maar brengen tot een diep ontzag voor de Schepper die dit alles uitgedacht en gemaakt heeft.'

Cees Dekker, van huis uit gereformeerd, was altijd al een gelovig mens. Als student al, herinnert jaargenoot Van Gurp zich. Samen waren ze eind jaren zeventig lid van de christelijke studentenvereniging SSR-NU in Utrecht. 'Hij was een gedreven jongen, heel enthousiast met zijn geloof bezig.' Ze debatteerden in praatclubjes over geloof en natuurwetenschap, over schepping en evolutie. 'We hadden een hekel aan die arrogante wetenschappers die vanuit de wetenschap meenden te kunnen bewijzen dat God niet bestaat.'

Dat herkent Meester wel. 'Cees denkt dat het christendom de waarheid is, en dat verdedigt hij ook. Hij gelooft in een persoonlijke God, een op een. Hij zit nu bij een kerk die een hoog hallelujagehalte heeft. Niet mijn smaak.'

Die kerk is evangeliegemeente Morgenstond in Delft, een voormalige Pinkstergemeente waar Dekker met zijn gezin twaalf jaar geleden intrad. Een lekenkerk, zonder synode en predikanten, maar met volwassenendoop en intensieve 'samenkomsten'. 'Levendigheid in de dienst, ordelijkheid in de leer', zegt Don van Dasler, kerklid en vriend van Dekker. 'We toetsen alles aan de bijbel. Maar met persoonlijke vrijheid in interpretatie.'

Zo'n overgang kun je een bekering noemen, zegt Van Dasler. 'Het is geloofsvernieuwing en herontdekking van de bijbelse waarheid. Cees heeft er lang tegenaan gehikt, maar negen jaar terug zijn hij en zijn gezin dan toch gedoopt.'

Cees was enige jaren diaken en is nu zangleider, 'ceremoniemeester' van de dienst. En christen onder de christenen, zegt kerkgenoot Adrie van Nieuwkerk. 'Hij vindt het bijna jammer dat men hem als prof kent, want dat hoeft niet van hem, dat is vals ontzag.' Van Dassler: 'Hij doet wat nodig is en voelt zich nergens te goed voor. Hij maakt net als iedereen de wc's schoon.'

Over Intelligent Design praat Dekker er maar zelden, zegt Van Nieuwkerk. 'Dat is sowieso bij ons geen halszaak, omdat iedereen vindt dat God de hand heeft gehad in de schepping.' Maar er zijn ook creationisten, zo zegt Van Dasler. 'Cees kan hier met zijn ideeën ook tegen gemeenteleden aanlopen.'

In de Morgenstond onderscheidt Dekker zich vooral muzikaal, met gitaar en contrabas. Hij zit in de band die de samenzang begeleidt. 'Cees houdt vooral van bluegrass en country', zegt medebandlid Van Nieuwkerk. 'Ik laat hem wel eens wat van Miles Davis horen, maar daar heeft Cees weer niks mee.'

Dekkers muzikale voorliefde dateert uit zijn jeugd, zegt broer Niek Dekker, een biochemicus die in Zweden bij AstraZeneca werkt. 'Cees ontdekte als oudste van zes broers de bluegrass, en daar moesten wij allemaal onder lijden. Mijn broer Jan koos de banjo, ik de mandoline. Wij hebben jaren opgetreden als de Dekker Brothers. Hij was altijd enorm kritisch.'

Dekker woont in een dubbel rijtjeshuis in Delft, met vrouw, drie kinderen, een bevriend echtpaar, hun twee kinderen, en twee jongeren over wie de families zich hebben ontfermd. Jongeren die niet in hun pleeggezin konden blijven, maar nog niet zelfstandig kunnen wonen. De Dekkers en hun huisgenoten laten hen twee jaar 'meewonen',

zoals ze dat noemen. Op maandag eten ze samen en hebben ze huisavond. Soms doen ze een gezelschapsspel, soms discussiëren ze. Over waar je over vijf jaar denkt te staan, over met geld omgaan. 'Natuurlijk bekijken we het vanuit christelijk perspectief', zegt huisgenote Heleen Platschorre. 'Maar we zijn er niet op uit hen onze mening op te dringen.'

Geloof is vooral een privé-kwestie, vindt Dekker. Maar daar lijkt hij bij zijn huidige pleidooi voor vanaf gestapt. Hij heeft zijn geloofsovertuiging nooit zo openbaar uitgedragen als de afgelopen tijd. 'Cees een aanhanger van ID?' reageert zijn voormalige Amerikaanse collega Roger Koch van IBM in Yorktown Heights, waar Dekker in 1991 als post-doc werkte. 'Ik ken hem als een typische progressieve wetenschapper. Dit is echt een beetje out of character.'

Er is in de jaren negentig iets gebeurd met Dekker, zeggen vrienden. Zelf sprak hij wel over een 'geloofscrisis', die naar eigen zeggen mede werd uitgelokt door het werk van atheïstische darwinistische evolutiebiologen als Richard Dawkins en Stephen Jay Gould. Dekker worstelde jaren met de idee dat de evolutie een proces was zonder zin, doel of goddelijke bemoeienis, en de mens niet meer dan een 'schitterend ongeluk'.

Ronald Meester: 'Cees dacht in die tijd, wellicht wat laat in zijn leven: misschien is dat hele idee om in God te geloven wel absurd. God als een bizarre hypothese. Typisch Cees: een slimme gozer die alles verstandelijk wil begrijpen, die een wereld wil waarin alles klopt.'

Volgens sommige betrokkenen stond Dekkers geloofscrisis niet helemaal los van een eerdere crisis in zijn gezin. Een van zijn kinderen kreeg een ongeluk, moest herhaaldelijk geopereerd worden, maar werd nooit helemaal de oude.

'Als iemand zoiets willekeurigs en ellendigs overkomt', zegt Van Gurp, 'brengt dat je geloof aan het wankelen. Want waar is God? Maar het kan je geloof ook verdiepen.' Dat beaamt Meester. 'Het heeft Cees geleerd dat lijden ook diepgang kan geven aan je leven.'

Kerkvriend Van Dasler maakte het van nabij mee. 'De gemeente heeft enorm meegeleefd. Wij belijden dat God kan genezen, en daar hebben we collectief en individueel voor gebeden. Genezing is voor 100 procent in handen van God. Soms kan het, soms niet, dat is heel moeilijk te begrijpen. Dan kun je verharden in je boosheid. En soms nemen mensen dan afscheid van God. Maar Cees is een verstandelijk mens. Hij beheerst zijn emoties door zijn verstand, en heeft juist vanuit zijn verstand weer ruimte gezien voor zijn geloof en God.'

Ook zijn huidige ID-sympathie wil Dekker rationeel beargumenteren, al komt het op sommigen erg gedreven over. 'Het lijkt een kruistocht die God hem heeft toevertrouwd', zegt rector magnificus Jacob Fokkema van de TU Delft.

Menigeen vreest dat de ID-kwestie Dekker reputatieschade kan berokkenen. Meester: 'Dit zal misschien zijn wetenschappelijke carrière geen goed doen.' Dekkers Delftse collega-hoogleraar Leo Kouwenhoven: 'Hij balanceert op het randje, door het gebruik van zijn wetenschappelijke titels in dit debat. Hij moet niet suggereren dat hij op basis van wetenschappelijk onderzoek tot zijn conclusies over een intelligent ontwerp komt.'

Fokkema: 'Als Dekker met zijn aureool van uitstekend fysicus uitspraken doet over andere vakgebieden, is de kans op uitglijden groot. En dat kan gevolgen hebben op je eigen vakgebied. Bovendien gaan in de media al je nuances verloren: de pers wil hom of kuit.'

De vijandige reacties laten Dekker niet onberoerd, denkt Meester. 'De kritiek raakt hem. Maar hij gaat onverstoorbaar door, hopend dat het ergens toe leidt. Iets van een missionaris heeft hij wel. Toch denk ik dat hij de risico's niet goed heeft ingeschat. Maar Cees zegt dan: zo zit ik in elkaar, ik kan niet anders. Het gaat bij hem altijd om zijn intellectuele integriteit.'

Bovendien, zegt Van Gurp, heeft zijn eigenwijze gedrag Dekker ook succesvol gemaakt. 'Hetzelfde onbevangen enthousiasme waarmee hij in is gestapt, heeft hem ook de koolstofbuisjes opgeleverd.' En mochten zijn opvattingen hem de Nobelprijs kosten, zegt Van Dasler, dan aanvaardt Dekker dat vanuit zijn geloof. 'Anders zou hij zijn geloofwaardigheid kwijtraken.'

Rector Fokkema maakt zich intussen wel bezorgd: 'Ik ga met hem praten. Niet om hem te kapittelen, maar om te zien of hij hulp nodig heeft. Want in zo'n mediastorm waarin Dekker nu is beland, kun je erg alleen komen te staan. Als mij dit was overkomen, was ik al lang met een flinke borrel in een hoek onder het zaagsel gekropen.'

Meer over