Column

Onverenigde naties verlammen de VN

De Verenigde Naties zijn het soort organisatie waarvan wel wordt gezegd: als ze niet bestond, zou ze alsnog moeten worden uitgevonden. Vaak wijst zo'n flegmatieke uitspraak erop dat de organisatie in kwestie allesbehalve naar tevredenheid functioneert. Maar ze voorziet nu eenmaal in een bepaalde behoefte - zo niet praktisch dan toch in elk geval in theorie.

De Veiligheidsraad. Beeld reuters
De Veiligheidsraad.Beeld reuters

In het geval van de VN is die dubbelhartigheid zeer evident. Alom heerst onvrede over de wereldorganisatie. Het VN-apparaat is log en telt veel diplomaten die er zitten vanwege hun nationale achtergrond en niet vanwege hun bekwaamheid. Sommige VN-instanties vallen vooral op doordat ze de wereld menen te moeten verrijken met een constante stroom van anti-Israël-resoluties.

De Veiligheidsraad zou de hoeder van de vrede moeten zijn, maar speelt nog slechts een marginale rol bij het oplossen van de grote conflicten in de wereld. In de Syrische crisis ligt het initiatief bij Moskou en Washington. Bij de moeizame pogingen om het vredesproces tussen Israël en Palestijnen nieuw leven in te blazen spelen de VN een bijrol. Een land als China erkent simpelweg het gezag van het Internationaal Gerechtshof (de juridische poot van de VN) niet als dat een onwelgevallige beslissing over een territoriaal dispuut neemt.

Natuurlijk is niet het hele beeld grauw en grijs. De VN leverden het platform waarop in december vorig jaar in Parijs de geslaagde klimaattop plaatsvond. VN-sancties hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het nucleaire akkoord met Iran.

Maar de overheersende indruk is die van een organisatie die sterk heeft ingeboet aan relevantie. Voor onze diplomatieke missie in New York mag het een fijne bonus zijn om mee te draaien in de V-raad wanneer Nederland daar gedurende een jaar een zetel bezet, maar onze internationale invloed is feitelijk meer gebaat bij een vaste plek in de G-20 of een prominent optreden op het Europese toneel.

Het grootste probleem ligt bij de Veiligheidsraad, die als machtigste VN-orgaan de mondiale verhoudingen van kort na de Tweede Wereldoorlog weerspiegelt en niet de wereld van vandaag. Dat daarin verandering moet komen, wordt in brede kring onderkend, en allerhande werkgroepen zijn dan ook al vele jaren bezig om tot een andere samenstelling te komen.

Op papier is de oplossing niet zo moeilijk. Mogendheden die op grond van economische kracht en regionaal gewicht het meest in aanmerking komen voor een vaste zetel in de V-raad zijn India, Japan, Duitsland en Brazilië. Daarnaast ligt het voor de hand om een vaste zetel te reserveren voor Afrika, die beurtelings door Nigeria en Zuid-Afrika zou kunnen worden bezet. Een Europese oververtegenwoordiging kan worden voorkomen door Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië te laten rouleren over twee zetels.

Deze voor de hand liggende aanpassing stuit evenwel op een veelheid van blokkades. China houdt Japan tegen. Pakistan voert actie tegen India. Argentinië en Mexico willen geen exclusieve zetel voor Brazilië. De Arabische wereld verlangt ook een plek in de V-raad. De Amerikanen vrezen proliferatie van het vetorecht (alsook inperking ervan). Frankrijk en Groot-Brittannië voelen er niet voor om hun macht te delen - en met de voorgenomen Brexit zal de Britse animo nog minder zijn dan die al was. De Italianen vinden dat zij achtergesteld worden als Duitsland zou worden verheven tot een permanente status. Kortom: impasse.

Een zelfde verlammende sfeer hangt er rond de verkiezing van de nieuwe secretaris-generaal. Ban Ki-moons ambtstermijn loopt eind dit jaar af. Van de elf min of meer officiële kandidaten kan de Portugese oud-premier António Guterres, die al het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen heeft geleid, bogen op de beste kwalificaties. Maar eigenlijk is Oost-Europa aan de beurt om de functie te vervullen - vindt met name Moskou - en er is een krachtige lobby om nu een vrouw te benoemen. De kans is groot dat er een bleke compromisfiguur uit de bus komt, een Ban Ki-moon met een parelketting.

Dat is dan mede te wijten aan de Europese onmacht, want alle grote EU-landen steunen iemand anders. Ervoor zorgen dat de lidstaten op dit punt één lijn trekken, zou een mooie taak zijn geweest voor buitenland-commissaris Federica Mogherini. Maar die heeft haar eigen agenda. Nog een reden om het recente pleidooi van Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker te negeren en haar niet te verheffen tot EU-minister van Buitenlandse Zaken.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over