Onveranderlijke succesnummers

In de naoorlogse jaren werden vrouwenbladen als Libelle en Margriet massaal gelezen. Toch waren ze minder invloedrijk op het gebied van seks en geboortebeperking dan nu wordt gedacht....

Marloes Hülsken (31) promoveert deze week aan de Radboud Universiteit met een onderzoek naar de invloed van vrouwenbladen op de keuze voor kinderen in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Lieten vrouwen zich erg beïnvloeden door wat die bladen schreven over geboorteregeling, gebruik van voorbehoedsmiddelen bij hun keuze voor wel, geen of veel kinderen? Hülsken bestudeerde Libelle, Margriet, en de katholieke bladen Beatrijs en Doorkijk en interviewde lezeressen van weleer. ‘Er is weinig onderzoek naar vrouwenbladen gedaan.’

En dat terwijl de Libelle en de Margriet de massamedia van na de oorlog waren?

‘Ja, in de jaren zestig had de Margriet een oplage van boven de 800 honderdduizend. En Libelle ruim 500 duizend. In die zin waren ze invloedrijk. Er was natuurlijk radio en tv, en kranten, maar voor sommige vrouwen, vooral op het platteland, waren het de enige informatiebronnen. Op het hoogtepunt las 85 procent van alle vrouwen in Nederland een van die bladen.

‘Maar ze hadden ook weer niet zoveel invloed als men dacht op bijvoorbeeld de keuze voor een groot gezin. Die bladen schreven namelijk heel lang, tot halverwege de jaren zestig, nauwelijks over geboorteregeling en anticonceptie. De introductie van de anticonceptiepil in 1962 werd zelfs compleet genegeerd.’

Feministen vonden om die reden dat er een luchtje aan die bladen zat.

‘Dat ze vrouwen op die manier te veel in een traditioneel rollenpatroon duwden. In 1970 hield Dolle Mina een protestactie door de redactie van Margriet te bezetten. Feministen waren in die tijd natuurlijk veel radicaler.

‘Maar het viel nog wel mee hoor. De Margriet en Libelle van toen waren niet zo truttig, ook niet in de jaren vijftig trouwens. Ze snijden allerlei moderne onderwerpen aan, over opvoeding en onderwijs. Maar ja, de feministen vonden recepten en breipatronen al te ver gaan.’

Waarom schreven die bladen niet over de pil?

‘Dat had met hun commerciële karakter te maken. De Libelle en de Margriet waren in alles afhankelijk van advertentie-inkomsten. Ze wilden de lezeressen niet voor het hoofd stoten. Dat zou ten koste kunnen gaan van de advertentieverkoop. Dat was de reden dat taboe-onderwerpen werden gemeden.’

Had het er ook nog wat mee te maken dat al die bladen werden geleid door mannelijke hoofdredacteuren?

‘Alleen Margriet had inderdaad vanaf begin jaren zeventig een vrouwelijke hoofdredacteur. Maar goed, de redacties bestonden wel uit vrouwen. En het is nooit aangetoond dat vrouwen progressiever waren over geboorteregeling dan mannen. De bladen waar veel geld in omging, waren gewoon minder progressief.’

In 1965 veranderde dat.

‘Vanaf die tijd gingen Margriet en Libelle grote opinieonderzoeken houden onder hun lezers. Over liefde en huwelijk, over godsdienst en in 1969 over seksualiteit in Nederland. Uit die onderzoeken bleek dat Nederland veel vooruitstrevender was. In 1969 had 22 procent van de vrouwen al wel eens de pil geslikt. En heel veel vrouwen bleken al lang aan geboorteregeling te doen. Pas toen durfden de bladen er ook over te schrijven.

Hoewel nog niet alles werd gepubliceerd. Van die enquête Seksualiteit in Nederland stond in de Margriet een enigszins gekuiste versie, zonder allerlei gevoelige details. En de hele enquête was in een losse bijlage in de winkel te koop. Zo kon ook worden voorkomen dat de kinderen het allemaal zouden lezen.’

Hoe schreven de vrouwenbladen over het hebben van kinderen?

‘In de jaren vijftig zie je dat een kind er opeens is. In de jaren zestig is meer aandacht voor de bevalling, en vanaf eind jaren zestig lees je meer persoonlijke verhalen van lezeressen. Voor de huidige lezer is het soms wel een beetje gissen waar het over gaat. Dan staat er een artikel met de kop: ‘Moeten ouders spreken?’ Dat blijkt dan te gaan over seksuele voorlichting. Of een verhaal van een meisje dat verkering krijgt en dat dreigt ‘de verkeerde kant’ op te gaan. Wat daar bedoeld wordt: seks of misschien alleen zoenen, dat weet je niet. In ieder geval moet ze oppassen dat de jongen niet ‘te onstuimig’ wordt. In het katholieke blad Beatrijs wordt seks steevast aangeduid met de ‘uiterste intimiteit’.

Hoe dan ook, vrouwen lieten zich helemaal niet zo makkelijk beïnvloeden.

‘Niet in hoe ze dachten over kinderen krijgen of het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Je ziet heel duidelijk dat vrouwen dingen die niet aansloten op hun belevingswereld, probleemloos negeerden. Dus als er een negatief verhaal in stond over een vrouw die buitenshuis werkte terwijl ze kinderen had, iets wat tot begin jaren zestig sterk veroordeeld werd, dan kon een lezeres denken: maar mijn omstandigheden zijn zo anders dat dat voor mij niet opgaat. Bij onderwerpen of meningen waar ze zich wel in konden vinden, zie je dat de invloed groter is. De lezeressen uit die tijd die ik heb geïnterviewd, zeggen allemaal dat ze het vooral ter ontspanning lazen, het moest allemaal niet te ingewikkeld zijn.’

Net als nu dus.

‘Ja. Het is voor veel vrouwen ontspannend, even zitten op de bank, een moment voor jezelf.’

Maar ook qua onderwerpen verschilden die bladen eigenlijk niet zo veel van de vrouwenbladen van nu: opvoeding, moederschap, relaties, mode, recepten.

‘De inhoud is op zich niet veranderd. Het is een succesformule. De taboes zijn anders maar de thema’s zijn altijd dezelfde gebleven.’

Leest u ze zelf ook?

‘Alles. Viva, Linda, Marie-Claire, Esta. Ik neem heel vaak zo’n proefabonnement. Heerlijk: ter ontspanning en natuurlijk uit onderzoeksinteresse.

En laat u zich makkelijk beïnvloeden?

‘Daar is natuurlijk heel veel discussie over: de invloed van de media. Maar het is heel moeilijk aan te tonen dat er 1 op 1 invloed is. Dat je aan de pil gaat omdat dat in een blad staat. Bij de Viva zat laatst toevallig een hele bijlage over het al dan niet kiezen voor kinderen. En over alle nieuwe mogelijkheden van eicelinvriezing en IVF. Dat zijn wel onderwerpen waarover je een mening probeert te vormen en dan neem je wel mee wat een blad daarover schrijft. Maar ik lees natuurlijk veel meer. Kranten, opiniebladen.

Oudere lezeressen in uw onderzoek vonden dat het moederschap vaak rooskleuriger werd voorgesteld.

‘Dan staan de moeders op de foto op leuke hoge hakken met allemaal vrolijk lachende kinderen. Dan dacht een lezeres wel: dat ziet er bij mij heel anders uit.

‘Het waren voor die tijd eigenlijk heel moderne bladen. Ze zien er misschien wat ouderwets uit omdat ze iets klungeliger in elkaar werden gezet maar zeker de Margriet, daar stonden in de jaren zeventig verhalen in over homoseksualiteit, vreemdgaan, partnerruil.’

Wat vond de katholieke kerk daarvan?

‘Die zagen in die bladen geen groot gevaar. In de jaren vijftig en begin jaren zestig hadden ze een hoog informatief gehalte en vond men het goed voor de ontwikkeling van vrouwen en de ontspanning. Later was Nederland natuurlijk ook onder invloed van de secularisatie en trokken katholieke lezeressen zich überhaupt niet meer zoveel aan van wat de Kerk vond.’

Maar de pil was toch verboden door de Paus, en het condoom ook. Het enige wat eigenlijk mocht was periodieke onthouding.

‘De pil en het condoom werden inderdaad in katholieke kring wel minder gebruikt maar het gebeurde wel. Ik sprak een vrouw uit Venlo wier man de condooms in Duitsland kocht. En de pil was in zekere zin ook een heel katholiek middel. Het werd geproduceerd door Organon in het katholieke Oss. Het kwam officieel op de markt als middel om de menstruatiecyclus te reguleren; dat je er tijdelijk onvruchtbaar van werd, was zogenaamd een bijwerking.’

Hoe groot was een gemiddeld katholiek gezin in die tijd?

‘Het geboortecijfer was ook onder katholieken sinds het begin van de 20ste eeuw dalende. Tussen 1950 en 1954 was het 3,7 kinderen, in 1960 op het landelijk gemiddelde, 3,1 kinderen. En in 1970 was het zelfs lager dan dat gemiddelde, ongeveer 2.’

U ontkracht het beeld dat het aantal kinderen in katholieke huize medebepaald werd door meneer pastoor.

‘Dat is een stereotypering geworden, maar in de praktijk viel het wel mee. Het gebeurde wel, maar lang niet overal.

‘Ik heb er geen representatief onderzoek naar gedaan maar van de 25 lezeressen die ik heb geïnterviewd was er geen een die concreet te maken heeft gehad met huisbezoek van de pastoor. Sommigen herinnerden het zich wel, maar van anderen. Het had in ieder geval geen invloed op de geboorteregeling.’

Hoe bepaalden mensen dan hoeveel kinderen ze wilden.

‘Mensen maakten hun eigen afweging. Net zoals nu. Als ze weinig geld hadden, of als een vrouw zware zwangerschappen had, of er was een gehandicapt kind dat alle energie opeiste, dan hielden ze het voor gezien.

‘Eén vrouw die ik sprak, wilde er twaalf. Maar dat was een uitzondering. Meestal baseerden de vrouwen de grootte van hun gezin op het gezin waar ze zelf uitkwamen. Ze wilden dan wel een groot gezin maar geen tien meer. Maar goed, met periodieke onthouding ging het ook weleens mis. Dan wilden ze er drie maar dan kregen ze er vijf. Dat kun je je nou niet meer voorstellen.’

cv Marloes Hülsken
Geboren in Venray.

Studie Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen (RUN).

Cum laude afgestudeerd met scriptie over vrouwentijdschriften tijden de eerste feministische golf

Junior-onderzoeker aan de Radboud Universiteit, begin promotieonderzoek.

Docent aan de afdeling Geschiedenis van de RUN, onder meer op het gebied van sociale geschiedenis, oral history en tijdschriftonderzoek.

Meer over