Ontworpen zonder ontwerper

Verwarrende tijden voor wie dacht dat de evolutietheorie onderhand wel vaststond. Hebben critici misschien toch een beetje gelijk? Geen sprake van, zegt Richard Fortey....

Door Ben van Raaij

Zeker vijftien mensen zullen blij zijn dat minister Van der Hoeven van Onderwijs en Wetenschappen met haar visie op de 'niet complete' evolutietheorie een debat over 'Intelligent Design' begon in Nederland. Het zijn de auteurs van de bundel Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp? Over toeval en doelgerichtheid in de evolutie, die 8 juni aan de minister wordt aangeboden. Betere reclame was moeilijk denkbaar.

De dikke bundel theoretische opstellen biedt in het opgelaaide debat over schepping en evolutie een kans de van origine Amerikaanse ID-beweging de maat te nemen. Want hoewel de auteurs deels van mening verschillen, vinden ze allemaal dat de schepping sporen van 'ontwerp' vertoont en de evolutietheorie dus niet deugt.

Het 'neodarwinisme', de combinatie van evolutietheorie, moderne genetica en moleculaire biologie, stelt immers dat het leven zich ontwikkelt in een stapsgewijs proces van toevallige genetische mutaties en natuurlijke selectie. Dit is volgens abject materialisme: de mens als een product van toeval, eenzaam in een doelloos heelal.

Schepper, ontwerp, ontwerper? De auteurs proberen zich af te schermen van het 'jonge aardecreationisme', dat het bijbelse Genesisverhaal letterlijk neemt: God schiep hemel en aarde in zes dagen, zesduizend jaar geleden, met alle levensvormen kant en klaar. ID'ers erkennen de ouderdom van de aarde en meestal enige evolutie. Rabiaat creationisme schaadt hun zaak, want ze pretenderen echte wetenschappers te zijn. Maar critici spreken van 'creationism-light'.

Nu zou je ook zeggen: als er een intelligent ontwerp is, dan ook een ontwerper, God, een deïstische entiteit, een buitenaardse intelligentie. Nee, stelt wiskundige Ronald Meester, een van de auteurs: over de oorsprong van het ontwerp kan 'de wetenschap' niets zeggen.

Een minderheidsstandpunt, aldus materiaalkundige en mede-auteur Juleon Schins. 'Het bestaan van een intelligent, hoger wezen, is mijns inziens onontkoombaar.' Rationeel onontkoombaar. 'Geloof heeft er niets mee van doen.'

'Geloof heeft er álles mee van doen. En geloof moet je nooit onderdeel maken van wetenschappelijke verklaringen', zegt Richard Fortey, aan wie we een aantal ID-claims voorleggen. Fortey is evolutiebioloog en paleontoloog, auteur van Leven. Een ongeautoriseerde biog rafie , Trilobite ! en Earth. An intimate history, hoogleraar in Oxford en conservator van het Natural History Museum in Londen, de kathedraal van het darwinisme.

Kosmos en aarde op maat Centrale gedachte van is, zo stelt moleculair biofysicus Cees Dekker in het boek, 'dat de natuur niet een in zichzelf gesloten systeem is van alleen maar deeltjes en energie, maar dat intelligente oorzaken hun experimenteel waarneembare kenmerken hebben achtergelaten in de natuur. Oftewel, een ontwerp valt op objectieve wijze waar te nemen in de natuur.'

Kijk naar de kosmologie, aldus Dekker. Het heelal voldoet precies aan de vereisten om leven mogelijk te maken. Als de natuurwetten, zoals de verhouding zwaartekrachtsterke kernkracht, een fractie anders waren, was leven onmogelijk. Tenzij wij aannemen dat er een oneindig aantal heelallen is, en wij nét het goede hebben getroffen, kan dit geen toeval zijn. Kosmos en aarde zijn op maat gemaakt.

Fortey zucht. 'Het heelal is zo groot dat er alle kans is dat er meer dan één planeet leven heeft voortgebracht. Bovendien was de vroege aarde geen tuin van Eden. Juist de evolutie heeft de aarde, eerst via anaërobe en aërobe bacteriën, toen via groene planten, chemisch geschikt gemaakt voor het leven.'

Het begin van het leven Met de 'abiogenese', het ontstaan van het vroegste leven uit niet-levende materie, kan de gevestigde wetenschap 150 jaar na Darwin nog altijd niet uit de voeten, is een hoofdverwijt van ID. Zo is de bekende oersoephypothese inmiddels afgelegd. 'Het is simpelweg een raadsel', aldus Dekker. 'Het toevallige pad van een spontane chemische evolutie van molecuul tot cel lijkt een heilloze weg.'

'Zeker', erkent Fortey, 'het ontstaan van het leven is een mysterie dat we nog niet hebben opgelost. Mogelijk zijn sommige aminozuren of eiwitten van buitenaardse herkomst, we weten het niet. Maar het valt niet uit te sluiten dat we er ooit achter komen. We weten al zoveel meer, zeker op cellulair niveau, dan toen ik student was. We bouwen nu aan chemische bouwstenen van het leven. Ze reproduceren zich nog niet, maar het is mogelijk dat ze dat ooit doen.'

Onherleidbare complexiteit De meeste energie richten ID-auteurs op het darwinistische basisidee van toevallige genetische mutatie en natuurlijke selectie als creatieve drijfveer van het leven. Dit werkt hooguit bij micro-evolutie, binnen een soort. Macro-evolutie, met name soortvorming, wordt echter afgewezen, al was het maar bij gebrek aan tussenvormen.

Het sleutelbegrip is de door de Amerikaanse ID-biochemicus Michael Behe ontwikkelde notie van 'onherleidbare complexiteit'. Veel biologische systemen, zoals de biochemie van de cel of de zweepstaart van een bacterie, zouden zó complex zijn dat ze om functioneel te zijn, in één keer moeten zijn ontstaan. Dat sluit toevallige stapsgewijze evolutie uit, aldus Behe, die de vergelijking maakt met een muizenval: haal één onderdeeltje weg, en de val werkt niet meer.

Fortey: 'Dit is het klassieke argument from design, dat teruggaat tot de 19de eeuw. Een half oog is geen oog. Een halve vogel kan niet vliegen. Maar ID'ers negeren dat we steeds meer tussenstappen ontdekken in de fossielen. Dan blijkt ook dat evolutie vaak langer duurt dan we dachten. We hebben tussenvormen van vin tot poot, poot tot vleugel, water-tot landplant, vis tot viervoeter, enzovoort. Dat goede verklaringen voor macroevolutie en soortvorming ontbreken, is simpelweg niet waar, al sinds Darwins Galapagosvinken.

'Mutatie en selectie kunnen heel goed complexe structuren voortbrengen, mits er evolutionair voordeel is. Zelfs het meest rudimentaire oog, gebaseerd op één cel, biedt voordelen in een oogloze wereld. Vemenigvuldiging van zulke cellen is genetisch makkelijk, waarna selectie zal zorgen voor structuren die leiden tot een compleet oog.'

Informatie en kansberekening De ID-beweging ziet de evolutie graag als vraagstuk van biologische (genetische) informatie. De pointe is dan dat kansberekening zou uitwijzen dat de kans dat toevallige mutaties ooit functioneel eiwit opleveren, nihil is. Het is zoiets als een oneindig aantal apen oneindig laten aantypen, waarna er eentje vroeg of laat Ha m l e t zou schrijven. Daarvoor zou in het heelal de tijd hebben ontbroken.

Volgens de Amerikaanse wiskundig en ID-theoloog William Dembski is elke biologische informatie per definitie complex en specifiek (functioneel), en kan daarom niet bij toeval ontstaan. De bekende experimenten van Richard Dawkins, die op de computer met een evolutionair algoritme aan virtuele evolutie deed, tonen dat ook aan, zegt Meester: ook Dawkins bouwde een doel en richting in.

Informatie is een probleem bij het ontstaan van het leven, maar ook bijvoorbeeld bij de Cambrische Explosie, toen er in korte tijd ineens heel veel nieuwe soorten verschenen. Want waar komt de benodigde complexe en specifieke informatie zo ineens vandaan?

Fortey is niet onder de indruk. 'We weten dat onder condities met sterke selectiedruk veranderingen snel kunnen gaan, zoals in het ecologisch vacuüm na het verdwijnen van de dinosauriërs, toen in luttele miljoenen jaren enorm veel nieuwe zoogdiersoorten ontstonden. Naar de Cambrische Explosie heb ik zelf veel onderzoek gedaan. We weten nu dat die zeker 100 miljoen jaar langer duurde dan gedacht.'

Mens: evolutionair ongeluk? De mens is voor ID'ers uiteraard de kroon op de schepping. Schins doet in de bundel dan ook alle moeite om de 'niet-materiële' herkomst van de menselijke geest te bewijzen. Hij accepteert de evolutie van het menselijk lichaam, maar het bewustzijn is in zo'n korte tijd tot stand gekomen, dat het 'uitermate bizar' zou zijn als hier geen sprake was van ontwerp.

Meester verwijst in dit verband naar de paleobioloog Simon Conway Morris. Anders dan Stephen J. Gould, die de mens een schitterend ongeluk noemde dat zich niet opnieuw zou voordoen als we de evolutie konden overdoen, ziet Conway Morris op basis van terugkerende patronen in de evolutie een min of meer doelgerichte ontde wikkeling, richting mens. Reden voor ID'ers om hem in te lijven.

Fortey: 'Het is een oude discussie: is de evolutie eenmalig of niet. Zoals Gould zei: wat krijg je als je de evolutietape opnieuw afspeelt? Vergelijkbare structuren, zeggen sommigen. Wellicht, breinen zijn gemiddeld steeds groter geworden. Dat wil niet zeggen dat de evolutie van ons brein onvermijdelijk was. Het zou een unicum kunnen zijn, net zoals het oog van de trilobiet.'

Wetenschap of geloof? Hoewel dolgraag beschouwd wil worden als echte wetenschap, is nog nooit een ID-artikel door een toptijdschrift geaccepteerd. Het is een 'God-van-de-gaten-theorie', zeggen critici, die God inzet op de slinkende terreinen waar de wetenschap er nog niet uit is. Probeer de evolutietheorie maar te falsifiëren, toon maar toetsbaar aan dat er sprake is van een ontwerp.

Het verwijt van onwetenschappelijkheid is onterecht, zegt theoloog Gijsbert van den Brink. De ideologische motieven achter - in de VS wordt ID-onderzoek gefinancierd door rechts-christelijke pressiegroepen - mogen er niet toe doen, het gaat om de argumenten.

Wel terecht is het verwijt dat ontwerp een 'buitenissigheid' is. Maar zo gaat dat bij een 'paradigmawisseling', verzekert Van den Brink, verwijzend naar de wetenschapsfilosofie. Een nieuwe theorie toont de feilen van de oude aan en stelt er iets nieuws tegenover, in dit geval: bovenwereldlijke intelligentie, een derde verklaringsmodel naast toeval en natuurwetten. Vandaar de woede. 'Iedereen is zich zeer bewust wat er op het spel staat.'

Ach, de truc is steeds dezelfde, zegt Fortey: 'ID'ers nemen iets wat we nog niet geheel kunnen verklaren, en zeggen dan: dit is zo complex, dit moet wel ontworpen zijn. Dat is pseudowetenschap, en zelfgenoegzaam bovendien. De taak van de wetenschap is juist om zulke problemen op te lossen.'

In die zin vindt Fortey de opmars van verontrustend: 'Geloof en wetenschap kúnnen naast elkaar bestaan. Maar als je ze gaat vermengen, wordt dat altijd een ramp, in elk geval voor de wetenschap.'

Meer over