'Ontvoering is voor Turken relatief licht delict'

In Turkse misdaadkringen is ontvoering een populaire vorm van eigenrichting. De Amsterdamse politie bevrijdde woensdag een 8-jarig jongetje uit de handen van drie veronderstelde drugscriminelen van Turkse afkomst....

Eind van deze maand verdedigt de Amsterdamse strafpleiter een Turk die wordt verdacht van de ontvoering van een geldsmokkelaar. Bij een geldtransport van Nederland naar Turkije zou de man 25 duizend gulden hebben ontvreemd. De smokkelaar smeekte zijn ontvoerders hem in vrijheid te stellen, zodat hij zijn eigen losgeld kon regelen. Zijn 15-jarige zoon werd aanvaard als onderpand.

De jongen werd door zijn ontvoerders met een mes bedreigd en twee dagen vastgehouden. Bij toeval kreeg de politie een aanwijzing in de zaak. Onderhandelingen over de ontvoering werden gevoerd in een telefoongesprek dat door de politie om heel andere redenen werd afgeluisterd. Een arrestatieteam kon ingrijpen.

Wat advocaat Plasman steeds weer verbaast, is de lichte manier waarop zowel slachtoffers als daders tegen een ontvoering aankijken. 'In de Nederlandse cultuur is ontvoering een zeer zwaar delict. In Turkse kringen wordt sneller geaccepteerd dat criminele zaken met een ontvoering worden geregeld. Bij gebrek aan de normale incassomogelijkheden ben je nu eenmaal aangewezen op eigenrichting.'

Zijn kantoorgenoot U. Sarikaya, die eveneens veel Turkse cliënten heeft, meent dat de ontvoering van de 8-jarige jongen een teken is van een verharding van de Turkse criminaliteit in Nederland. 'Een kind! In Turkije respecteren ze nog de erecode dat je vrouwen en kinderen niet aanraakt. Mannenzaken doe je af als mannen onder elkaar.'

Dat die erecode is geschonden, heeft wellicht te maken met radeloosheid, meent Sarikaya. 'In Turkije kun je nog een oom of een achterneef laten bemiddelen. Maar in Amsterdam zijn geen oude wijze mannen te vinden aan wie criminelen hun problemen kunnen voorleggen.'

Bovendien zullen de daders voor de geëiste miljoen Duitse mark geen andere verhaalsmogelijkheden hebben gehad, denkt Sarikaya: 'Ze zullen zeker hebben gecheckt of de schuldenaar beschikt over vermogen in Turkije. Heeft die daar bijvoorbeeld een huis, dan leggen ze daar op hun eigen manier beslag op.'

In tegenstelling tot Sarikaya maakt de Utrechtse criminoloog Y. Yeëilgöz geen uitzondering voor kinderen. 'Ontvoer je zijn vrouw, dan is de man geraakt in zijn eer. Dan breekt de totale oorlog uit. Maar een kind hoort bij de man, als een deel van hem. Ontvoer je dat, dan blijft het conflict nog steeds beperkt tot bijvoorbeeld de schuld uit de drugshandel.'

Ontvoeringen kwamen altijd al vaak voor in de Turkse criminele sector, benadrukt Yeöilgöz. 'Als de Nederlandse politie daar geen zicht op had, dan is het hun schuld. Ze hebben altijd iets gehad van: laat die criminelen elkaar maar afmaken. Normaal wordt alleen ingegrepen als de pers lucht krijgt van een ontvoering, of als gewone burgers er last van dreigen te krijgen.'

De Turkse georganiseerde misdaad is voor Nederlandse begrippen 'ongekend gewelddadig', concludeerde de onderzoekscommissie-Van Traa drie jaar geleden al. In 1992 werd Nederland geschokt door een Turks drugsconflict waarbij elf doden vielen. Drie van de slachtoffers werden verbrand teruggevonden aan het Brielse meer.

In een boek over de gewelddadigheid van de Turkse maffia omschrijven Yeöilgöz en zijn collega Bovenkerk dit fenomeen als instrumenteel geweld, vermengd met wraakzucht en bescherming van eer en reputatie.

Meer over